Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/4.3.1
4.3.1 De stand van zaken in de EU
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS578687:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zippro 2005a, p. 182-183; Van Gerven 2007, p. 24.
Roche, BASF en Takeda hebben in de VS en de EU de hoogste kartelboetes opgelegd gekregen. Roche, BASF, Takeda, Rhone-Poulence, Eisal en Daiichi zijn geconfronteerd met de grootste civiele claims van de afnemers. Zie Mulder 2006.
Zie ook Korsten & Van Wanroij 2006a, p. 32.
De in het Convenant participerende partijen waren ABN AMRO Bank N.V., ING Bank N.V., F. van Lanschot Bankiers N.V., Fortis Bank Nederland N.V., N.V. Bank Nederlandse Gemeenten, Cooperatieve Centrale Raiffeisen - Boerenleenbank BA, SNS Bank N.V. en Friesland Bank N.V.2, Interpay Nederland B.V. en Interpay BeaNet B.V., De Nederlandse Vereniging van Banken, de Raad Nederlandse Detailhandel, de Nationale Winkelraad van de Koninklijke Vereniging MKB-Nederland, het Platform Detailhandel Nederland, het Koninklijk Verbond van Ondernemers in het Horeca en Aanverwante Bedrijf 'Horeca Nederland', Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie, BOVAG, Nederlandse Organisatie voor de Energiebranche 'NOVE', Belangenvereniging Tankstations en de Vereniging Retail.
Waelbroeck, Slater & Evan-Shoshan 2004.
Handhaving van het mededingingsrecht door middel van technieken uit het privaatrecht komt in de praktijk betrekkelijk weinig voor. Het aantal mededingingszaken waarbij de gang naar de burgerlijke rechter wordt gemaakt, is zowel in relatieve zin als in absolute zin aan de magere kant. Dit is niet alleen in Nederland het geval, maar ook in de andere lidstaten van de EU.1 Wel lijkt het aantal schadevergoedingszaken in de EU de laatste tijd toe te nemen. Zie bijvoorbeeld de externe Impact-studie behorende bij het Witboek betreffende schadevergoedingsacties, waarin 96 schadevergoedingszaken worden gesignaleerd op grond van schending van het Europees mededingingsrecht in de periode van mei 2004 tot en met het derde kwartaal van 2007.
Van de weinige procedures betreffende mededingingsschade die voor de civiele rechter worden gebracht, eindigen uiteindelijk nog minder zaken uiteindelijk in een rechterlijke uitspraak. Veel zaken worden voortijdig geschikt. Te denken valt aan de verhaalsacties die niet alleen in de vs maar ook binnen de EU (Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en Nederland) werden ingesteld tegen producenten van vitamines voor diervoeders nadat de producenten waren veroordeeld door de Commissie en de autoriteiten in de vs wegens het maken van verboden kartelafspraken.2 Ook de Nederlandse overheid heeft naar aanleiding van de bouwfraude in 2005 een schikking van ruim 73 miljoen euro getroffen met de bouwondernemers.3Een ander voorbeeld is de schikking tussen Interpay en haar aandeelhouders enerzijds en de belangenbehartigingsorganisaties wier leden acceptanten van 'PIN' zijn anderzijds.4 Op zichzelf is het treffen van schikkingen geen teken van een falende privaatrechtelijke handhaving, nu het mededingingsrecht uiteindelijk ook effectief door middel van schikkingen kan worden gehandhaafd. Ingeval de daadwerkelijke privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht voor de rechter echter niet goed mogelijk is, wordt de positie die de gelaedeerde van een mededingingsinbreuk tijdens de onderhandelingen inneemt ook zwakker. Als de laedens weet dat het voor de gelaedeerde bijna onmogelijk is om succesvol zijn schade vergoed te krijgen, zal de laedens niet snel bereid zijn tot een redelijke schikking te komen (zie hoofdstuk 8).
Er zijn veel hindernissen die een effectieve privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht in de weg staan. Dat is althans de conclusie van de in opdracht van de Europese Commissie door het advocatenkantoor Ashurst vervaardigde studie over de bestaande rechtsregels en rechtspraktijk betreffende de verkrijging van schadevergoeding wegens schending van het mededingingsrecht in de toen nog 25 (inmiddels 27) lidstaten van de EU (het Ashurstrapport).5