Prg. 2018/197
In vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van het dienstverband komen partijen overeen zich niet negatief over elkaar uit te laten. Vervolgens doet werkgever melding bij tuchtcommissie op grond van een wettelijke plicht. Schiet werkgever toerekenbaar tekort in de nakoming van de vaststellingsovereenkomst?
Rb. Amsterdam 15-06-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:4377
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
15 juni 2018
- Magistraten
Mr. F.J. Lourens
- Zaaknummer
6321751 CV EXPL 17-21482
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2018:4377, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 15‑06‑2018
- Wetingang
Art. 3:40, 6:228, 7:900, 7:902 BW
Essentie
Arbeidsrecht. Partijen sluiten vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van het diensverband met bepaling dat zij zich niet negatief over elkaar uitlaten. Vervolgens maakt werkgever melding bij tuchtcommissie. Heeft werkgever vaststellingsovereenkomst geschonden?
Ja. Sprake van tekortkoming in de nakoming. Vaststellingsovereenkomst ook geldig als deze strijdig is aan dwingend recht. Werkgever kan zich dus niet verschuilen achter wettelijke plicht.
Samenvatting
De bank en werknemer sluiten vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van het dienstverband met de bepaling dat partijen zich in de toekomst niet ongunstig over elkaar uitlaten. De bank doet alsnog melding bij Stichting Tuchtrecht Banken (STB) over de handelswijze van werknemer. Een berisping ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.