Het rechterlijk bevel en verbod als remedie
Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/9.4:9.4 Gevolgen bodemuitspraak
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/9.4
9.4 Gevolgen bodemuitspraak
Documentgegevens:
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692232:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Nispen 1978/253. T.E. Deurvorst, in: GS Onrechtmatige daad, Rechtsvorderingen, aant. II.2.1.3.13.
HR 19 februari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2854, NJ 1999/367.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
546. Wanneer in kort geding een bevel of verbod is gegeven, vervalt dit vanzelfsprekend wanneer de bodemrechter oordeelt dat er voor een dergelijk verbod of bevel geen rechtsgrond was of indien de bodemrechter het vervangt door een ander verbod of bevel.1 Tot het moment waarop de bodemrechter oordeelt heeft het in kort geding gegeven bevel of verbod echter rechtskracht en dient het te worden nageleefd.
547. Indien een vonnis waarbij een partij wordt veroordeeld om iets te doen, in hoger beroep wordt vernietigd, komt de rechtsgrond te vervallen aan hetgeen ter uitvoering van dat vonnis is verricht.2 Dat geldt ook voor in kort geding gewezen vonnissen. Dit roept voor het rechterlijk bevel en verbod geen bijzondere vragen in het leven, zij het dat ongedaanmaking van hetgeen is verricht ter uitvoering van de rechterlijke uitspraak vaak ingewikkelder is dan bij een veroordeling tot betaling van een som geld.