V-N Vandaag 2023/244
Rekenrente van 4% volgens A-G verplicht bij waardering stamrechtverplichting
HR (Parket) 16-01-2023, ECLI:NL:PHR:2023:125
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
16 januari 2023
- Zaaknummer
20/02644
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:324, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑03‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑03‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:125, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:137, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:70, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2023
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal Wattel concludeert dat de mogelijkheid bestaat dat X bv, door de lage rentestanden, in de toekomst niet aan haar stamrechtverplichtingen zal kunnen voldoen. Daar valt echter niets met zekerheid over te zeggen omdat het afhangt van toekomstige (rente)ontwikkelingen.
Samenvatting
Y brengt zijn ontslagvergoeding van € 268.000 onder in X bv, belanghebbende, een stamrecht-bv. X bv waardeer de stamrechtverplichting in 2010 op € 272.000. Zij hanteert bij de berekening van de verplichting een rentepercentage van 3%. De inspecteur corrigeert de aangifte, omdat volgens hem, op grond van art. 3.29 Wet IB 2001, een rekenrente van 4% ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.