Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/7.5.1.2
7.5.1.2 Beoordeling en evaluatie van de regelingen
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480744:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bouwens & Dierikx 1996, p. 383; Kamerstukken II 1989/90, 21660, nr. 1, p. 1-2.
Schwartz, Trouw 20 februari 1993.
‘Zwanenburg stapt naar de rechter’, Het Parool 15 februari 1993; ‘In Zwanenburg is de sfeer er niet beter op geworden’, Het Parool 17 februari 1993; ‘Bewoners Zwanenburg eisen goed geïsoleerde woningen’, ANP 18 februari 1993.
Meijer & Meijnen, NRC Handelsblad 23 oktober 1993.
‘Maij: norm isolatie bij Schiphol kan iets soepeler’, NRC Handelsblad 17 februari 1994.
Verdonck, Trouw 7 oktober 1992.
Van Amsterdam & Gerards, Algemeen Dagblad 31 december 1991.
Meijer & Meijnen, NRC Handelsblad 23 oktober 1993.
Van den Broek, De Volkskrant 3 december 1998; Bosman, Het Parool 15 maart 1999.
Van Houwelingen & Steeskamp, Het Parool 15 september 2004.
‘Polderbaan is volgende week bulderbaan’, De Stentor/Veluws Dagblad 8 februari 2003.
Snoeijen, NRC Handelsblad 31 mei 2000; Roos, De Telegraaf 2 april 2003; Meeus & Schoorl, De Volkskrant 2 oktober 2003; Meeus & Schoorl, De Volkskrant 4 oktober 2003; Meeus & Schoorl, De Volkskrant 31 juli 2004; Meeus & Schoorl, De Volkskrant 5 augustus 2004; Rapport van bevindingen Klachtenbehandeling 2005, p. 4-5.
‘Polderbaan is volgende week bulderbaan’, De Stentor/Veluws Dagblad 8 februari 2003.
Rapport 2004/457 2004.
Rapport Algemene Rekenkamer 2004, p. 87.
Janssen Groesbeek, Het Financieele Dagblad 26 juni 2003.
Haverkamp 2008, p. 80.
Rapport Algemene Rekenkamer 2004, p. 40, 56.
Rapport Algemene Rekenkamer 2004, p. 6.
Stcrt. 1999, nr. 223; Rapport Algemene Rekenkamer 2004, p. 57.
Kamerstukken II 2003/04, 29750, nr. 2, p. 31, 40.
‘Schultz van Haegen (VVD) naar Achmea’, ANP 21 februari 2007.
‘Geleerd vliegtuiglawaai plaats te geven’, Noordhollands dagblad 2008.
‘Geleerd vliegtuiglawaai plaats te geven’, Noordhollands dagblad 2008.
De Groen, Oranje & Renooij 2008, p. 8.
De Groen, Oranje & Renooij 2008, p. 1-3.
De Groen, Oranje & Renooij 2008, p. 8.
De Groen, Oranje & Renooij 2008, p. 10.
De Groen, Oranje & Renooij 2008, p. 12.
‘Geluid blijft een subjectieve beleving’, Noordhollands Dagblad 30 december 2008.
Eindevaluatie GIS-3 2012, p. 9.
Eindevaluatie GIS-3 2012, p. 12.
Eindevaluatie GIS-3 2012, p. 37.
Eindevaluatie GIS-3 2012, p. 11, 27.
Eindevaluatie GIS-3 2012, p. 20.
Eindevaluatie GIS-3 2012, p. 12.
GIS Voortgangsrapportage 12 2010, p. 8.
Beleidsevaluatie GIS-3 2013, p. 7.
Van Wiechen e.a. 2002, p. 23-34; Van Kempen & Simon 2019.
GIS Voortgangsrapport 7 2008, p. 2.
GIS Voortgangsrapportage 15 2012, p. 8.
Bouwens & Dierikx 1996, p. 383; Kamerstukken II 1989/90, 21660, nr. 1, p. 1-2.
GIS Voortgangsrapportage 11 2010, p. 8.
ABRvS 3 maart 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO4755.
ABRvS 24 maart 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO6082; ABRvS 16 april 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP1610; ABRvS 17 augustus 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU1128; Rb. Amsterdam 19 februari 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BH6947; Rb. ’s Gravenhage 25 augustus 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BN4883; ABRvS 16 november 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU4556.
Rb. Amsterdam 18 februari 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BH6940; ABRvS 13 januari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BK8950; ABRvS 13 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW8161.
Springelkamp, De Telegraaf 16 september 2004.
Kamerstukken II 2004/05, 29750, nr. 8, p. 8; GIS Voortgangsrapport 1 2005, p. 8.
GIS Voortgangsrapport 3 2006, p. 7; ABRvS 15 augustus 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB1759; GIS Voortgangsrapport 8 2008, p. 21-22.
Het geluidsisolatieproject had vanaf de start te maken met tegenstand. Ook tijdens GIS-2 was sprake van relatief veel negatieve mediaberichten, alsmede kritische onderzoeken van de Nationale ombudsman en Algemene Rekenkamer. Dit leidde tot veranderingen waardoor de afronding van GIS-2 en GIS-3 positiever werd ervaren. Ik beschrijf in deze paragraaf dat chronologische proces en sluit af met een bespreking van de bezwaar- en beroepsprocedures.
GIS-1
Vrijwel vanaf de start ontstond onenigheid tussen omwonenden en de projectorganisatie over de mate van geluidwerende voorzieningen. De klachten richtten zich op de aantallen te isoleren woningen en de wijze waarop het project werd uitgevoerd; vooral de meer terughoudende houding werd bekritiseerd. Zo tekende de Bewonersgroep Isolatie Zwanenburg in 1988 voor zo’n 1.700 panden beroep aan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, om hun protest tegen de volgens hen geringe voorzieningen en vergoedingen kracht bij te zetten.1 Platform Leefmilieu regio Schiphol meende dat meer woningen zouden moeten worden geïsoleerd.2 Dorpsvereniging Zwanenburg-Halfweg stapte naar de rechter omdat volgens hen bezuinigd werd ‘door de kosten af te wentelen op de bewoners’.3 Ook inwoners uit Aalsmeer begonnen een rechtszaak, maar kregen nul op het rekest omdat de rechter stelde dat het niet aan hem was om in te grijpen omdat de Staat met de maatregelen van het Plan van Aanpak uiterlijk 1995 beterschap beloofde.4
In een korte evaluatie van GIS-1 uit 1990 stelde de minister dat de kostenoverschrijdingen deels tot stand kwamen door vele kleine financiële concessies die bewoners werden aangeboden om acceptatie te verhogen.5 Blijkbaar ging men niet zomaar akkoord met het aanbod van het Rijk. Volgens een commissievergadering van de Tweede Kamer uit 1994 waren bewoners teleurgesteld door de versobering van de uitvoering naar aanleiding van de audit, omdat zij het gevoel hadden minder te ontvangen dan de eerste groep geïsoleerden. De minister gaf hen gelijk en deed een aantal toezeggingen om toch te proberen het project zo veel mogelijk vanuit ruimhartigheid, gelijkend op de eerste isolaties, voort te zetten.6 Kamerleden vroegen zich af of er niet te veel ‘beknibbeld’7 werd; volgens bewonersorganisaties waren de toezeggingen ‘mondjesmaat’.8
In de media werden enkele omwonenden geportretteerd die tevreden waren met de isolatie: ‘Ze hebben het keurig gedaan’;9 ‘‘Alles went”.10 Volgens verslaggeving moest de Rijksluchtvaartdienst doorgaans echter ‘opboksen tegen wantrouwen onder omwonenden dat zich de afgelopen jaren tamelijk diep heeft geworteld.’11
GIS-2
Bij de start van GIS-2 eind negentiger jaren werd verslag gedaan van klachten van bewoners(-organisaties).12 Zij vonden regels te stringent, waardoor bijvoorbeeld studeerkamers in principe niet in aanmerking kwamen tenzij een bewonersorganisatie ingreep.13 Hoewel de minister erkende dat regelgeving te strak werd bevonden, stelde zij dat 70% van de bewoners tevreden was met de aangebrachte isolatie.14 Vanwege vertraging in het project waren veel huizen rondom de Polderbaan niet geïsoleerd voordat deze in 2003 in gebruik werd genomen, terwijl sommige bewoners al sinds 1999 in een traject zaten. Bewoners waren kritisch over de bureaucratie, het gebrek aan verantwoordelijkheid,15 de gevraagde eigen bijdrage voor achterstallig onderhoud en constructieve gebreken,16 en de werkwijze van uitvoerders en aannemers.17 De Nationale ombudsman concludeerde dat de overheid onbehoorlijk handelde vanwege het geringe tempo van de operatie en de gebrekkige informatievoorziening.18
Ook de luchtvaartsector was ontevreden over GIS-2: Schiphol stelde dat de Rijksoverheid zijn belangen onvoldoende in overweging nam.19 KLM-directielid Van Woudenberg gaf in een interview aan: ‘Helaas zijn er over de uitvoering van de geluidsisolatie veel klachten omdat de overheid zo’n rigide systeem heeft gemaakt. Hoewel KLM het grootste deel van de kosten draagt, zorgen deze tekortkomingen ervoor dat het beoogde effect, namelijk het vergroten van draagvlak voor de luchtvaart in de omgeving, niet of onvoldoende wordt bereikt.’20 Bewonersvertegenwoordigers onderschreven zijn cynisme: ‘Isolatie is een schijnoplossing omdat je in de zomer buiten zit, daar kan je niet isoleren. Het valt meer in de categorie van afkopen dan in het oplossen van het probleem.’21
Vanwege de vertraging en kostenoverschrijdingen werd de Algemene Rekenkamer gevraagd om onderzoek te doen. De Rekenkamer weet de vertraging aan moeizaam overleg en afstemming met omwonenden, omdat de voorzieningen niet naar hun wens waren.22 In het rapport is te herkennen dat de Rijksoverheid probeerde om omwonenden tegemoet te komen, en beleidswijzigingen geënt waren op het vergroten van draagvlak. De tweejaarstoets en kostenbegrenzingswaarde werden beperkt toegepast omdat dit volgens de minister ‘onaanvaardbare maatschappelijke gevolgen zou hebben’.23 Partiële isolatie werd toegestaan vanwege bewonersklachten.24 Geluidscontouren werden vergroot ‘om te voorkomen dat in één straat sommige woningen wel en andere niet voor isolatie in aanmerking zouden komen.’25
De staatssecretaris noemde het geluidsisolatiedossier terugblikkend het meest uitdagende in haar portefeuille.26 Het Rekenkamerrapport leidde tot veranderingen binnen Progis; de staatssecretaris wilde inzetten op meer tevredenheid bij bewoners en betere kostenbeheersing. Zij constateerde na overleg met bewoners(-organisaties) dat klachten vooral voortkwamen uit te weinig maatwerk en onvoldoende helderheid over het verloop van het proces.27 Progis ging daarom kleinschaliger te werk en richtte zich op meer bewonersbegeleiding, mede op verzoek van bewonersverenigingen.28 Volgens de staatssecretaris leidden deze veranderingen al snel tot meer tevredenheid en kostenbesparingen. De belangenvertegenwoordigers van de BIA beaamden dat ‘het ‘‘nieuwe’’ Progis … tot tevredenheid van de eigenaars’29 leidde. Dit was volgens hen echter wel het resultaat van ‘heel veel strijd’.30 De wijzigingen die de overheid doorvoerde naar aanleiding van het Rekenkamerrapport, gericht op meer maatwerk en een betere afstemming op de wensen van omwonenden, lijken derhalve het grootste effect op de tevredenheid te hebben gehad.
In een evaluatie van het compensatiebeleid rond Schiphol uit 2008 werd teruggeblikt op GIS-2; 304 ontvangers van geluidwerende voorzieningen werden geënquêteerd. Twee derde van de isolerende maatregelen functioneerde volgens hen naar tevredenheid,31 maar bewoners ervaarden de regeling als onvoldoende flexibel, en wensten meer keuzevrijheid en maatwerk.32 Het onderzoek schetste een verbetering door de tijd: in 2006 was 41% positief over de maatregelen, terwijl 57% positief was in 2008.33 Men was een stuk positiever over de effecten van dagisolatie dan nachtisolatie. Respondenten gaven aan van de overheid te verwachten dat zij haar beloften beter nakomt.34 Gevraagd naar mogelijke alternatieven koos 69% financiële compensatie als optie (ook via verlaging van (gemeentelijke) woonlasten). Vooral degenen die verder uit de buurt van Schiphol woonden, gaven aan liever financiële compensatie dan geluidsisolatie te ontvangen.35
GIS-3
Het derde geluidsisolatieproject bouwde voort op de gewijzigde aanpak van GIS-2 en dit wierp vruchten af. In 2008 bleek volgens de nieuwe directeur van Progis uit onderzoek ‘dat mensen tevreden zijn over ons. Over onze heldere plannen en publieksgerichte benadering, dat we betrouwbaar zijn als opdrachtgever van isolatiewerk’.36 Hij erkende dat geluid echter een subjectieve beleving was en sommigen overlast bleven ervaren terwijl volgens de regeling voldoende isolatie was aangebracht.
In de eindevaluatie van GIS-3 werd geconcludeerd dat een meerderheid (72%) van de bewoners tevreden tot zeer tevreden is over de uitvoering van het geluidsisolatieprogramma; volgens de onderzoekers ‘een toegenomen vertrouwen in het proces.’37 De bewonersbegeleiding had volgens de onderzoekers bijgedragen aan de voortgang en bewonerstevredenheid tijdens het project.38 Ook waren bewoners positief over de communicatie vanuit Progis.39 Bewoners hadden wel meer maatwerkmogelijkheden en zogenaamde wensvoorzieningen gewild. Ook reflecteerde de evaluatie op de als gebrekkig ervaren effectiviteit van nachtisolatie;40 ‘de vastgestelde grenswaarden [konden] beter … worden aangesloten op de beleving van omwonenden’.41 De studie ging slechts beperkt in op de beweegredenen van mensen die afhaakten tijdens het isolatieprogramma; ook waren geen robuuste gegevens bekend over mensen die niet in aanmerking kwamen voor geluidsisolatie;42 uit een enkele studie bleek dat ‘een relatief groot aantal bewoners’43 ontevreden was als de woning niet in aanmerking kwam voor GIS-3.
In de beleidsevaluatie werd gekeken in hoeverre geluidwerende voorzieningen van de drie GIS-projecten bijdroegen aan een verminderde hinderbeleving bij omwonenden. De onderzoekers concludeerden over onvoldoende gegevens te beschikken om deze vraag te beantwoorden; er was geen nulmeting of controlegroep en bij enquêteonderzoeken niet naar hinderbeleving gevraagd.44 Hoewel het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een voorzichtige relatie signaleerde tussen aangebrachte geluidsisolatie en verminderde aantallen klachtenmeldingen, stelde het dat meer onderzoek nodig zou zijn.45 Geconcludeerd kan worden dat de effectiviteit van de geluidsisolerende maatregelen onvoldoende is onderzocht.
Bezwaar- en beroepsprocedures
Gedurende de isolatieprojecten zijn enkele rechtszaken gevoerd tegen de Rijksoverheid. Precieze aantallen werden niet vermeld in voortgangsrapportages of evaluaties. De aantallen die (sporadisch) genoemd werden – 2 bij afronding van GIS-2,46 en 10 lopende bezwaren en beroepen bij beëindiging van GIS-347 – zijn niet hoog. Het hoogste gerapporteerde aantal bezwaren werd ingediend bij de start van GIS-1 en GIS-3. In 1988 vond Bewonersgroep isolatie Zwanenburg de beoogde voorzieningen en vergoedingen voor de 1.700 panden in die omgeving te gering en tekende beroep aan bij de Afdeling rechtspraak van de Raad van State (dit viel nog onder oude Arob-wetgeving).48 Deze tegenstand was tevens zichtbaar bij de ruim 6.500 besluiten om woningen niet (verder) te isoleren aan de start van GIS-3: hier werden 290 bezwaren (4%) ingediend, waarvan 55 gegrond verklaard door de minister, en waarvan elf belanghebbenden een rechtszaak tegen de ongegrondverklaring zijn begonnen.49
De meeste rechtszaken dienden rond GIS-2. In een zaak uit 2004 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de minister bij de uitvoering van de regeling onvoldoende zorgvuldig is geweest, door individuele omstandigheden niet mee te wegen bij de toepassing van de normen en beleidsuitgangspunten.50 In andere gevallen werd geoordeeld dat de minister de regeling correct toepaste51 of kenden bestuursrechters geen bevoegdheid omtrent de geschillen.52 Naar aanleiding van een wijziging van de geluidscontour tijdens GIS-2 werden veel woningen in Zwanenburg uit het isolatieproject gehaald terwijl al overeenkomsten waren gesloten. Bewoners waren woedend53 en de staatssecretaris besloot op basis van het gewekte vertrouwen om veel van deze panden alsnog te isoleren via een veelal versoberd isolatieproject.54 Een bewoner die zich hier niet in kon vinden werd tot in hoger beroep gelijkgesteld: de minister had de oorspronkelijke toezegging moeten nakomen.55
In de inhoud van deze rechtszaken zijn hierboven geschetste klachten over het geluidsisolatiebeleid te herkennen: de regelingen en de uitvoerende projectorganisatie waren soms stringent of terughoudend, maar over het algemeen werd de regeling rechtmatig uitgevoerd. De overheid werd slechts in enkele gevallen door de rechter op de vingers getikt en vooral op procedurele gronden. Het totale aantal bezwaar- en beroepen lijkt bovendien gering te zijn geweest, hoewel uit de andere bronnen kan worden afgeleid dat de tevredenheid over voornamelijk GIS-1 en de aanvang van GIS-2 beperkt was en de situatie voor omwonenden pas rond 2005 naar aanleiding van het Rekenkamerrapport leek te verbeteren; omwonenden waren tevreden(er) over de genomen maatregelen gericht op het beter afstemmen op wensen van omwonenden, waaronder maatwerk en begeleiding.