AB 2016/378
Unierechtelijke verordening verplicht de staatssecretaris tot correctie van de subsidievaststelling. Gelet op deze verplichting en met een verordeningsconforme uitleg van art. 4:49 Awb was de staatssecretaris daartoe ook bevoegd. Unierechtelijk vertrouwensbeginsel.
RvS 16-12-2015, ECLI:NL:RVS:2015:3882, m.nt. J.E. van den Brink en W. den Ouden
- Instantie
Raad van State
- Datum
16 december 2015
- Magistraten
Mrs. C.J. Borman, K.J.M. Mortelmans, H.G. Sevenster
- Zaaknummer
201111560/2/A2
- Noot
J.E. van den Brink en W. den Ouden
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS924653:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2015:3882, Uitspraak, Raad van State, 16‑12‑2015
- Wetingang
Art. 4:23, 4:49, 4:57 Awb; art. 25 lid 2 Beschikking van de Raad van 2 december 2004 tot instelling van het Europees Vluchtelingenfonds voor de periode 2005-2010; art. 1 lid 2 Vo. 2988/95 inzake de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie; art. 53ter lid 2 aanhef onder c Vo. 1605/2002 houdende het financieel reglement.
Essentie
Een Unierechtelijke verordening verplicht de staatssecretaris tot correctie van de beschikking tot subsidievaststelling en terugvordering van teveel betaalde subsidiegelden. Gelet op deze verplichting en met een verordeningsconforme uitleg van art. 4:49 Awb was de staatssecretaris daartoe ook bevoegd. Beroep op het Unierechtelijk vertrouwensbeginsel slaagt niet.
Samenvatting
Het voorgaande brengt de Afdeling tot het oordeel dat de staatssecretaris op grond van art. 53 ter, tweede lid, aanhef en onder c, van Verordening 1605/2002 gehouden was om in verband met de geconstateerde onregelmatigheid over te gaan tot correctie van de subsidie van SOMVAO. Gelet op deze verplichting en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.