Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.3.2.b.iv
5.3.2.b.iv Reikwijdte van de conflictregel
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS467636:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 5.1.1. Dit is (ook) in strijd met het onafhankelijkheidsbeginsel, zie alinea 707 hierna. Lucas & Lucas 2006, p. 959 lijken in art. 15 lid 4 onder a van de Berner Conventie een uitzondering te ontwaren, namelijk een lex originis-conflictregel. In deze bepaling wordt 'voor niet gepubliceerde werken waarvan de identiteit van de auteur onbekend is, maar waarvoor alle reden is om aan te nemen dat deze auteur onderdaan van een land van de Unie is' voorgeschreven dat het aan de wetgeving van dat land (dus de lex originis) is voorbehouden om een bevoegde autoriteit aan te wijzen die deze onbekende auteur vertegenwoordigt en gerechtigd is diens rechten te beschermen en te doen gelden in de landen van de Unie. De bepaling is in 1967 in Stockholm ingevoerd met het oog op de bescherming van folklore. Men zou haar wellicht kunnen opvatten als een lex originis-conflictregel voor een wel zeer specifiek geval (een ongepubliceerd werk van een onbekende auteur die waarschijnlijk onderdaan van een Unieland is), maar die conflictregel betreft dan strikt genomen niet de subject-vraag, maar de vraag wie de onbekende auteur vertegenwoordigt. Men kan zich overigens afvragen of de Stockholmse verdragsopstellers hier wel een echte conflictregel voor ogen heeft gestaan (zie Actes BC 1967, p. 1172-1173 (Report Main Committee I). Hoe dan ook, het praktisch belang van deze bepaling is miniem: ingevolge art. 15 lid 4 onder b is voor toepassing van deze bepaling een verklaring vereist, en alleen India heeft een dergelijke verklaring afgelegd, zie Berne Notification No. 108 op
Overigens hebben wij eerder in deze studie gezien dat de Berner Conventie vroeger zelf wel een`deeltoepasselijkheid' heeft gekend: art. 2 van de conventie van 1886 verklaarde de lex originis toepasselijk op het aspect der formaliteiten (par. 2.2.3 onder (a)). Deze uitzondering is tijdens de Berlijnse herzieningsconferentie in 1908 geschrapt (par. 3.2.2). Daarnaast was er onder de vigeur van de conventie van 1886 ook nog de (ongeschreven) derde lex originis-uitzondering (par. 3.1.2), die ook als uitzondering op de conflictregel kon worden geconstrueerd. Ook deze uitzondering is in Berlijn afgeschaft (par. 3.2.2). Zie, in het kader van het Verdrag van Parijs, de verwikkelingen rond de telle quelle-regeling (par. 4.2.2 onder (b)).
Ulmer 1975, p. 12, p. 32, p. 39 (vgl. ook Ulmer 1977, p. 499, noot 26 in fine); gevolgd door bijvoorbeeld Katzenberger 2006, p. 2121, nr. 125. Zie ook Lucas & Lucas 2006, p. 959-960.
Om precies te zijn: vreemdelingenrecht in de materieelrechtelijke fase, zie par. 5.2.2.
701. Reikwijdte. Over de reikwijdte van deze conflictregel kan, zoals zojuist uiteengezet, worden opgemerkt dat zij betrekking heeft op de gehele bescherming van de betrokken intellectuele-eigendomsrechten, met uitzondering van publiekrechtelijke regelingen. Zij dekt dus, met die uitzondering, de volledige regeling van deze rechten. Het door haar toepasselijk verklaarde recht bepaalt dus in het bijzonder:
het object van de bescherming (wat wordt verstaan onder een werk van letterkunde of kunst, een merk, enz.);
het subject van de bescherming (ten gunste van wie het recht ontstaat);
de inhoud van de bescherming (ontstaan, omvang en einde van de rechten); en
de handhaving van de bescherming (de 'rechtsmiddelen' en de sancties).
702. Dit komt nader ter sprake in hoofdstuk 7, dat is geheel gewijd aan de reikwijdte van het beginsel van nationale behandeling.
703. Geen deelverwijzingen. Hier volstaan wij met de constatering dat `Zersplitterung' van de bescherming niet is toegelaten. De conflictregel bestrijkt de gehele privaatrechtelijke bescherming van de betrokken intellectuele-eigendomsrechten; er mag dus niet een bepaald aspect van de bescherming worden afgesplitst en ondergebracht bij een ander rechtsstelsel (dépegage), zoals tegenwoordig met betrekking tot de subject-vraag wel wordt voorgesteld voor met name het auteursrecht.1 De verdragen bevatten zelf ook geen dépegage.2
704. In dit verband kunnen nog twee opmerkingen worden gemaakt.
705. Materiële-reciprociteitstoetsen. In de eerste plaats kan worden opgemerkt dat de materiële-reciprociteitstoetsen in de verdragen geen (dépegerende) conflictregels zijn. Hier doen zich wel eens misverstanden voor: sommige auteurs zien deze materiële-reciprociteitstoetsen namelijk aan voor conflictregels. Zo ziet Ulmer in artikel 7 lid 8 van de Berner Conventie bijvoorbeeld een deelverwijzing naar de lex originis.3 Dit is onjuist. De materiële-reciprociteitstoetsen regarderen het non-discriminatiebeginsel in het beginsel van nationale behandeling, niet diens conflictregel. Zij maken het mogelijk dat onder bepaalde voorwaarden het materiële resultaat van de (door de conflictregel) toepasselijk verklaarde wet naar beneden toe wordt bijgesteld ten aanzien van vreemde werken, auteurs, enz. Het gaat hier om vreemdelingenrecht4, niet om conflictenrecht. Dit komt verder nog ter sprake in hoofdstuk 6.
706. Aanvullende conflictregels. In de tweede plaats kan worden opgemerkt dat de Berner Conventie, naast de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling, drie andere conflictregels kent. Deze andere conflictregels zijn neergelegd in artikel 14bis lid 2 onder c, artikel 6bis lid 2, en artikel 14ter lid 1. De conflictregel in artikel 14bis lid 2 onder c betreft een specifiek punt in het kader van het auteursrecht op cinematografische werken; zij wordt behandeld in par. 7.4.1. De twee andere conflictregels betreffen de vraag welke personen of instellingen bevoegd zijn om, na de dood van de auteur, de morele rechten respectievelijk het volgrecht uit te oefenen; zij worden behandeld in par. 7.4.2. Deze drie conflictregels hebben betrekking op vragen die liggen buiten de reikwijdte van het beginsel van nationale behandeling en dus ook buiten de reikwijdte van diens conflictregel. Zij zijn dus geen dépegerende conflictregels (deelverwijzingen), maar aanvullende conflictregels.