Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020
Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/3.5.1:3.5.1 Conclusie
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/3.5.1
3.5.1 Conclusie
Documentgegevens:
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258896:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sinds de invoering van de WW 1987 is in belangrijke mate aan de referte-eisen gesleuteld. Aan de ene kant wordt een duidelijke band met het arbeidsproces verlangd, maar aan de andere kant wil het kabinet werknemers met een ander en een onregelmatig arbeidspatroon niet benadelen. Dit blijkt ook uit de elementen van de arbeidsverledeneis van de WW 1949 die niet zijn meegenomen naar de WW 1987 (zie paragraaf 3.2.1). Toch is vooral deze groep, en met name de werknemers met een relatief kort (recent) arbeidsverleden, benadeeld bij de verscherping van de referte-eisen.
In 1995 overwoog het kabinet dat er niet meer aan het aantal gewerkte weken in de wekeneis zou worden gesleuteld. Het aantal gewerkte weken zou namelijk naar minimaal 35 weken moeten worden opgehoogd voor een substantieel instroombeperkend effect. Het zou oneerlijk zijn om werknemers die bijvoorbeeld jaren achtereen 30 weken per jaar hadden gewerkt de toegang tot de WW te ontnemen vanwege een te kort recent arbeidsverleden. In dat geval, jaren achtereen 30 weken per jaar werken, zou er wel sprake zijn van een duurzame band met het arbeidsproces. Het is niet geheel duidelijk waarom de eis van 26 uit 39 weken voor het kabinet voldoende was, want immers bij 25 of 24 weken jaren achtereen werken kan gesteld worden dat er ook een duurzame band is met het arbeidsproces. Er moet ergens door het kabinet een grens worden gesteld aan het aantal gewerkte weken voor toegang tot de WW, maar de motivering van die grens is heel vaag.
In 1995 werd de vervolguitkering nog naar twee jaar verlengd met de overweging dat voor deze uitkering nu een evidente band met het arbeidsproces werd geëist, omdat men moest voldoen aan de verscherpte wekeneis en de 4-uit-5-jareneis.
In 2006 werden de in 1995 geldende referte-eisen (26-uit-39-wekeneis, 4-uit-5-jareneis) echter weer gekenmerkt als een relatief zwakke band met het arbeidsproces om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering. Hier komt duidelijk een tegenstelling naar voren in de denkwijze van het kabinet in 1995, waar de aanscherping van de referte-eisen als een duidelijke band met het arbeidsproces werden gezien en dat zelfs leidde tot een verlenging van de vervolguitkering, maar elf jaar later diezelfde referte-eisen weer gekenmerkt werden als een zwakke band met het arbeidsproces. Een duidelijke band met het arbeidsproces is kennelijk geen absoluut gegeven voor het kabinet. Het verandert naar mate het hoofddoel moet worden gehaald: het terugdringen van het (verwacht) stijgende beroep op de WW.
Uit het onderzoek naar de wetswijzigingen is niet duidelijk geworden wanneer er wel sprake is van een duidelijke band met het arbeidsproces, want de criteria hiervoor lijken te veranderen als er aanleiding is het beroep op de WW verder terug te dringen. Het kabinet beoogt voortdurend een balans te vinden tussen waarborging van toegang tot de WW in die situaties waar hij dat nodig vindt en pogingen om het beroep op de WW terug te dringen om deze toekomstbestendig of betaalbaar te houden. De aanscherping van de referte-eisen treft vooral flexwerkers, jongeren en vrouwen. Het kabinet probeert die nadelen te compenseren (verlaging referte-eis voor bepaalde groepen, minimumuitkeringen voor personen wier uitkering eindigt). Dergelijke compensaties zijn echter niet duurzaam. Bij elke wijziging van de referte-eisen (1995, 2006) wordt beargumenteerd dat er een sterkere band met het arbeidsproces mag worden gevraagd. De vraag blijft wanneer er sprake is van een dusdanige sterke band dat dit geen reden meer voor de wijziging kan zijn en zo leidt tot een duurzame referte-eis voor de WW.