Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/5.2.2.2.1:5.2.2.2.1 Aangifteverzuimboete aanslagbelastingen (art. 67a AWR)
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/5.2.2.2.1
5.2.2.2.1 Aangifteverzuimboete aanslagbelastingen (art. 67a AWR)
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940484:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover nader paragraaf 9.3.3.2.1. Zie ook: Feteris 2007, p. 342.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 67a AWR is de aangifteverzuimboete bij aanslagbelastingen opgenomen. Er is sprake van een dergelijk verzuim wanneer de aangifte hetzij in het geheel niet, hetzij niet binnen de gestelde termijn is gedaan. De relevante termijn is geregeld in art. 9 lid 3 AWR. Die termijn beloopt minstens een maand na de uitnodiging tot het doen van aangifte, maar kan al dan niet onder voorwaarden worden verlengd (er is dan uitstel verleend). Het verstrijken van de reguliere dan wel de verlengde termijn is echter nog niet voldoende om te spreken van een niet of niet binnen de termijn gedane aangifte als bedoeld in art. 67a AWR. Daarvoor is namelijk ook nodig dat na het verstrijken van de termijn een aanmaning (om alsnog aangifte te doen) is verzonden én dat de in die aanmaning gestelde termijn is verstreken.1 De verzuimboete moet uiterlijk bij het vaststellen van de (definitieve) aanslag worden opgelegd.