Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/7.5.5
7.5.5 Taakverdeling en besluitvorming
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS390926:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In de huidige wet is een dergelijke bepaling opgenomen voor de one tier board bij een NV of BV (artikel 2:129a/239a lid 3 BW) en in het Wetsvoorstel btrp voor de one tier board van alle rechtspersonen (artikel 2:9a lid 2 Wetsvoorstel btrp).
Kamerstukken II 2008-2009, 31 763, nr. 3, p. 17. Zie ook de verwijzing in Kamerstukken II 2015-2016, 34 491, nr. 3, p. 16.
In de parlementaire geschiedenis bij het Wetsvoorstel bestuur en toezicht (artikel 2:129a/239a lid 3 BW) werd opgemerkt dat deze vorm van besluitvorming uitsluitend voor het monistisch bestuursmodel is geschreven naar aanleiding van een verzoek uit de praktijk. Voor het dualistische bestuursmodel is dat verzoek niet gedaan, aldus de Minister in 2011. Kamerstukken I 2010-2011, 31 763, C, p. 24. In de Concept MvT bij het Voorontwerp monistisch bestuursmodel coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij dat in 2013 ter consultatie werd aangeboden (welk voorstel inmiddels is geïntegreerd in het Wetsvoorstel btrp), kwam dit onderwerp opnieuw aan de orde. De Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht had in overweging gegeven de vereenvoudiging van besluitvormingsregels, waardoor een besluit van één of een aantal bestuurders wordt aangemerkt als een besluit van het gehele bestuur, ook aan te bieden binnen het dualistische stelsel. De verantwoordelijkheden van bestuurders binnen het dualistische stelsel, die nu vaak beslissingen nemen ter uitvoering van een bestuursbesluit, zouden hierdoor verhelderd worden, aldus de Commissie. In de Concept MvT werd echter opgemerkt dat de verhouding tussen bestuurders binnen het dualistische stelsel verschilt van de verhouding tussen uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders binnen het monistische stelsel: “In het monistische stelsel is immers altijd sprake van een taakverdeling tussen de uitvoerende en de niet uitvoerende bestuurders. In dat geval kan delegatie van besluitvorming nuttig zijn, bijvoorbeeld om te kunnen bewerkstelligen dat de uitvoerende bestuurders gezamenlijk een bestuursbesluit kunnen nemen over zaken die met de dagelijkse leiding te maken hebben. In een dualistisch stelsel hebben alle bestuurders in beginsel dezelfde taak, het besturen van de vennootschap.” Ambtelijk Voorontwerp van de Memorie van Toelichting, p. 3, te vinden op www.internetconsultatie.nl/monistisch_bestuursmodel_cooperatie_onderlinge_waarborgmaatschappij
Hoewel in de literatuur (Van Olffen 2012) en reacties naar aanleiding van de internetconsultatie van het Voorontwerp van het Wetsvoorstel btrp is opgemerkt dat in de praktijk vaak taakverdelingen worden gemaakt tussen bestuurders en wel degelijk behoefte bestaat aan een regeling of in ieder meer geval duidelijkheid over de mogelijkheid van besluitvorming door taakbedeelde bestuurders, is geen regeling opgenomen voor “gewone bestuurders” in het Wetsvoorstel btrp.
In de MvT bij de Wet bestuur en toezicht is immers opgemerkt dat zonder nadere wettelijke regeling met een bepaalde taak belaste leden van het bestuur niet zelfstandig besluiten nemen die als bestuursbesluiten hebben te gelden (Kamerstukken II 2008-2009, 31 763, nr. 3, p. 17). Zie hierover Bartman, De Groot, Nijland & Wuisman 2016 en Schild & Timmerman 2014. Schild en Timmerman merken op dat de Minister met deze opmerking de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het bestuur voor het nemen van bestuursbesluiten, ook indien sprake is van een taakverdeling, wil onderstrepen.
Schild & Timmerman 2014. Anderen spreken over “mandatering” (Van Olffen 2012). Verdam betoogt dat machtiging van één of meer bestuurders om op een bepaald terrein een besluit te nemen, ook een bestuursbesluit oplevert. Machtiging houdt, anders dan delegatie of mandatering, toebedeling van de bevoegdheid voor één of meer concrete handelingen in (Verdam 2013).
Verdam 2013. Dat geldt in ieder geval voor (besluiten op het gebied van) het algemene beleid, het financiële beleid en de strategie aangezien deze behoren tot de taak van elke bestuurder. Echter, ook besluiten over belangrijke transacties, overnames, het aangaan van een belangrijke samenwerking of besluiten die aanzienlijke implicaties hebben voor het algemene beleid, financiële beleid of de strategie dienen door het bestuur als collectief genomen te worden.
Zie ook Van Olffen 2012 en Verdam 2013. Zo is voor vereenvoudigde besluitvorming door uitvoerende of niet uitvoerende bestuurders een statutaire bepaling of statutaire basis vereist (zie de laatste zin van artikel 2:129a/239a lid 3 BW en artikel 2:9a lid 2 Wetsvoorstel btrp) terwijl besluitvorming door taakbelaste gewone bestuurders op basis van de genoemde constructies voorkomt zonder statutaire basis.
Een taakverdeling tussen leden van de raad van toezicht houdt in ieder geval in dat een bepaald lid of bepaalde leden de besluitvorming over onderwerpen die tot hun taak behoren voorbereiden. De “taakbedeelde” leden verzamelen en bestuderen informatie, voeren besprekingen en verrichten handelingen die met hun taak verband houden. Indien een formeel besluit genomen moet worden over een onderwerp dat tot hun taak behoort, kunnen zij een bepaald voorstel voorbereiden en met toelichting voorleggen aan de raad van toezicht. Het besluit wordt vervolgens in of buiten vergadering genomen door de raad van toezicht. De raad is immers als collectief verantwoordelijk voor het besluit.
Besluitvorming door taakbelaste bestuurders: verschillen tussen one tier board en gewoon bestuur
Het is de vraag of de bevoegdheden van taakbelaste leden zo ver kunnen gaan dat zij, individueel of met hun commissie, besluiten op hun gebied kunnen nemen die gelden als besluiten van de raad van toezicht. De wet en het Wetsvoorstel btrp bieden niet uitdrukkelijk de mogelijkheid dat een taakbelast lid of taakbelaste leden zelf besluiten nemen over onderwerpen die tot hun taakgebied behoren, die vervolgens worden toegerekend aan de gehele raad van toezicht.
De wet regelt de mogelijkheid van besluitvorming door taakbedeelde bestuurders indien sprake is van een taakverdeling tussen één of meer uitvoerende en één of meer niet uitvoerende bestuurders: “Bij of krachtens de statuten kan worden bepaald dat een of meer bestuurders rechtsgeldig kunnen besluiten omtrent zaken die tot zijn respectievelijk hun taak behoren. Bepaling krachtens de statuten geschiedt schriftelijk.”1
Besluiten die met gebruikmaking van deze bepaling worden genomen, worden toegerekend aan het hele bestuur; zij gelden als een besluit van het gehele bestuur. Net als bij ieder bestuursbesluit is het bestuur dus collectief verantwoordelijk voor besluiten die op deze wijze bijvoorbeeld door de niet uitvoerende bestuurders zijn genomen. Deze regeling voorziet volgens de Minister in een praktische behoefte en wordt aangeduid als “vereenvoudigde besluitvorming”.2 Zonder een dergelijke nadere wettelijke regeling kunnen met een bepaalde taak belaste leden van het bestuur niet zelfstandig besluiten nemen die als bestuursbesluiten hebben te gelden, aldus de Minister van Justitie bij de introductie van deze regeling middels de Wet bestuur en toezicht.3
Hoewel ook binnen een “gewoon bestuur”, dus bij een dualistisch model, een taakverdeling mogelijk is, is het hiervoor genoemde systeem van vereenvoudigde besluitvorming niet geregeld voor gewone bestuurders, niet in de huidige wet4 en evenmin in het Wetsvoorstel btrp.5 De MvT bij het Wetsvoorstel btrp gaat hier, mijns inziens ten onrechte, niet of nauwelijks op in. In de literatuur is de vraag gerezen of het feit geen wettelijke regeling is getroffen voor gewone bestuurders betekent, dat het bij een dualistische bestuursmodel überhaupt niet mogelijk is dat één of meer taakbedeelde bestuurders een besluit kunnen nemen dat geldt als een bestuursbesluit.6 Kunnen taakbedeelde bestuurders dan slechts voorbereidingshandelingen treffen en bestuursbesluiten uitvoeren? In de literatuur wordt aangenomen dat er wel degelijk enige ruimte is voor het nemen van bepaalde beslissingen door een taakbedeelde bestuurder. Daarbij wordt gedacht aan een vorm van delegatie door het bestuur aan de taakbedeelde bestuurder die niet-privatief werkt.7
Besluitvorming door taakbelaste (gewone) bestuurders is nodig teneinde het bestuur flexibel te laten functioneren en komt in de praktijk (gemerkt en ongemerkt) veelvuldig voor. Ik ben het eens dat dergelijke besluiten kunnen worden aangemerkt als een niet-privatieve vorm van delegatie. Het bestuur kan op ieder moment vanwege zijn collectieve verantwoordelijkheid de bevoegdheid om zelf als college besluiten te nemen naar zich toetrekken. Bepaalde besluiten moeten vanwege hun belang en hun mogelijke verstrekkende gevolgen steeds door alle bestuurders gezamenlijk genomen worden.8
Ik meen dat de verschillende benadering door de wetgever van gewone bestuurders en uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders in een one tier board leidt tot vragen en tot, door de wetgever niet nader toegelichte, verschillen.9 Het zou verhelderend zijn als de wetgever bij de behandeling van het Wetsvoorstel btrp ingaat op de betekenis en achtergrond van dit onderscheid.
Besluitvorming door taakbedeelde leden van de raad van toezicht?
Evenals voor het bestuur geldt voor de raad van toezicht het uitgangspunt dat de raad als college besluiten neemt, aangezien de raad als collectief verantwoordelijk is. Evenmin als voor gewone bestuurders is in de wet voor leden van de raad van toezicht een bepaling over besluitvorming door taakbedeelde leden van de raad van toezicht opgenomen. De huidige wet en het Wetsvoorstel btrp regelen niet (uitdrukkelijk) dat een of meer leden rechtsgeldig een besluit kunnen nemen omtrent zaken die tot zijn of hun taak behoren, welke besluit heeft te gelden als een besluit van de raad van toezicht.
Net als besluitvorming door taakbelaste bestuurders zou besluitvorming door taakbelaste leden van de raad van toezicht gebaseerd kunnen worden op een niet-privatieve vorm van delegatie of machtiging. Hiervoor werd opgemerkt dat dit ten aanzien van het bestuur voorziet in een praktische behoefte. Het bestuur van een stichting (met name een stichting met een onderneming) dient immers ad hoc besluiten te nemen in verband met de day-to-day business. Bij de raad van toezicht zal een dergelijke behoefte echter minder snel aanwezig zijn.
Besluiten van de raad van toezicht hebben vanwege de aard van het toezicht in vergelijking met bestuursbesluiten een meer algemeen karakter, aangezien zij zich in beginsel richten tot de kerntaken van het bestuur. De raad van toezicht heeft in dat verband bijvoorbeeld een aantal goedkeurende bevoegdheden ten aanzien van belangrijke bestuursbesluiten. Daarnaast heeft de raad van toezicht mogelijk een aantal zelfstandige bevoegdheden, zoals bijvoorbeeld schorsing van bestuurders en vaststelling van de jaarrekening. Besluiten in verband met beide soorten bevoegdheden zijn mijns inziens van een dusdanige aard, dat zij door de raad van toezicht als college genomen worden. De raad van toezicht zal om die reden minder snel besluitvorming namens de raad delegeren aan taakbelaste leden.
Als uitgangspunt dient mijns inziens steeds te gelden dat een taakverdeling betekent dat de leden of de commissie van de raad van toezicht die met een bepaalde taak zijn belast, slechts besluiten op hun gebied voorbereiden en daarover adviseren, waarna het besluit formeel door de raad van toezicht genomen wordt. Het taakbelaste lid of de taakbelaste leden dienen aldus, bijvoorbeeld door de onderbouwing van hun voorstel aan de raad, de overige leden te overtuigen om conform hun voorstel te stemmen.