Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/11.6.1
11.6.1 Natuurlijk persoon als klager
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS385869:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 16 december 1992, 13710/88, NJ 1993/400, m.nt. E.J. Dommering, punt 30 (Niemietz/Duitsland). Zie ook EHRM 30 maart 1989, 10461/83, NJ 1991/522, punt 12-13 (Chappell/Verenigd Koninkrijk), waar sprake was van een inbreuk op de onschendbaarheid van een woning bij een doorzoeking in een woning op welk adres eveneens het kantoor van de bewoner geregistreerd was.
EHRM 16 december 1992, 13710/88, NJ 1993/400, m.nt. E.J. Dommering, punt 29 (Niemietz/Duitsland).
EHRM 16 december 1992, 13710/88, NJ 1993/400, m.nt. E.J. Dommering, punt 30-31 (Niemietz/Duitsland).
EHRM 28 juli 2005, 41604/98 (Buck/Duitsland).
EHRM 27 september 2005, 50882/99, punt 71 (Petri Sallinen e.a./Finland).
EHRM 25 maart 1998, 13/1997/797/1000, punt 50 (Kopp/Zwitserland). Hetzelfde was geoordeeld in ECRM 25 juni 1997, 20605/92, punt 44 (Halford/Verenigd Koninkrijk).
Art. 8 EVRM garandeert het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven, woning en correspondentie. In eerste instantie lijkt hier voor ondernemingen weinig relevants weggelegd, maar niets is minder waar. Zo kan dit recht voor kleine ondernemingen, zoals die vaak door personenvennootschappen worden gedreven, van groot belang zijn omdat dergelijke ondernemingen nogal eens vanuit het woonhuis van de ondernemer gevoerd worden en het niet altijd mogelijk zal zijn om een duidelijk onderscheid te maken tussen iemands privéverblijf en iemands kantoor.1 In Niemietz/Duitsland oordeelde het EHRM dan ook dat ‘privéleven’ niet beperkt is tot de inner circle waarbinnen een individu zijn eigen persoonlijke leven leeft, maar ook tot op zekere hoogte het recht omvat om relaties met andere individuen tot stand te brengen en te onderhouden.2 Hieronder vallen activiteiten van professionele/ bedrijfsmatige aard, omdat de meeste mensen juist in hun werkomgeving een aanzienlijke mogelijkheid hebben om relaties met de buitenwereld te ontwikkelen. Zelfs wanneer een doorzoeking zich uitsluitend tot bedrijfsactiviteiten richt, is het recht op privéleven in het geding: beroeps- of bedrijfsgerelateerde activiteiten kunnen namelijk vanuit iemands woning worden verricht en andersom kunnen privéactiviteiten worden ondernomen in een kantoor. Het uitrekken van de begrippen ‘privéleven’ en ‘woning’ tot bedrijfsterrein is dan ook in lijn met het doel van art. 8 EVRM om het individu te beschermen tegen willekeurige bemoeienis.3 In Buck/Duitsland was de klager een natuurlijk persoon die werkte vanuit het kantoor dat eigendom is van een rechtspersoon. Het EHRM oordeelde toen dat de woning van de klager als bedoeld in art. 8 EVRM ook het kantooradres van het door hem gerunde bedrijf en de zetel van zijn rechtspersoon, diens filialen en andere terreinen omvat.4 Ook in Petri Sallinen e.a./Finland5 en Kopp/Zwitserland6 oordeelde het EHRM dat doorzoekingen in een advocatenkantoor en aftappen van de telefoonlijnen inbreuken vormden op de woning en correspondentie van de klagers (natuurlijke personen).