NJB 2023/1720:‘Eigen waarneming’ rechter als bewijs, art. 340 Sv: wil de eigen waarneming van de rechter als wettig bewijsmiddel kunnen meewerken tot het bewijs, dan zal deze waarneming in beginsel bij het onderzoek op de terechtzitting moeten zijn gedaan. De Hoge Raad zet uiteen in welk bijzonder geval daarvan onder welke voorwaarde kan worden afgeweken. In casu gaat het om de ‘eigen waarneming’ van een filmfragement in raadkamer dat ook ter terechtzitting tweemaal was getoond en dat in raadkamer opnieuw is bekeken en daar met behulp van koptelefoons is beluisterd. Niet blijkt dat het filmfragment tijdens de terechtzitting eveneens met hoofdtelefoons is beluisterd en ook niet dat aan de orde is gesteld dat het hof in raadkamer zou (kunnen) overgaan tot zodanig beluisteren. Over die werkwijze hebben de verdediging en het openbaar ministerie zich dus ook niet kunnen uitlaten. Daarom had het hof de eigen waarneming niet voor het bewijs mogen gebruiken.