De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/13.3:13.3 Opent de huidige wettelijke regeling omtrent turboliquidatie en de uitwerking hiervan in de praktijk niet juist meer mogelijkheden voor BV-fraudeurs?
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/13.3
13.3 Opent de huidige wettelijke regeling omtrent turboliquidatie en de uitwerking hiervan in de praktijk niet juist meer mogelijkheden voor BV-fraudeurs?
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS385079:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit onderhavig onderzoek is gebleken dat de huidige wettelijke regeling omtrent de turboliquidatie en de uitwerking hiervan in de praktijk juist mogelijkheden bieden voor BV-fraudeurs. Aangezien geen vereffeningsprocedure hoeft te worden gevolgd na een ontbinding ex artikel 2:19 lid 4 BW wordt de turboliquidatie gezien als een goedkope en snelle wijze van ontbinding van een BV. Dit is ook de reden waarom de turboliquidatie als ontbindingswijze geregeld wordt geadviseerd. Echter, juist omdat deze ontbindingswijze zo aantrekkelijk lijkt, zal het bestuur alsmede de algemene vergadering van een BV, wanneer het voornemen bestaat om tot ontbinding over te gaan, ervoor proberen te zorgen dat er geen baten meer binnen de BV bestaan. Dit toewerken naar een turboliquidatie leidt geregeld tot frauduleuze handelingen, hetgeen benadeling van schuldeisers en onbehoorlijk bestuur tot gevolg heeft.
Daarnaast is het, wanneer men ervan uit gaat – overeenkomstig de letterlijke tekst van de wet – dat een BV met slechts schulden kan worden ontbonden door middel van een turboliquidatie, aannemelijk dat BV-fraudeurs hiervan zullen profiteren zoals hierboven aangegeven.
Door een BV te laten turboliquideren teneinde een mogelijk faillissement af te wenden, blijven BV-fraudeurs buiten schot voor wat betreft de door de minister voorgenomen maatregelen ter voorkoming van faillissementsfraude, hetgeen mij voorkomt als een ongewenst effect van zijn poging tot fraudebestrijding.
Bovendien is het opmerkelijk dat een turboliquidatie – behalve in het handelsregister – niet bekend wordt gemaakt. Als gevolg hiervan zullen schuldeisers niet steeds bekend zijn met het feit dat de BV is opgehouden te bestaan. In dit kader wijs ik nog op een merkwaardigheid wanneer een turbogeliquideerde BV herleeft; deze herleving behoeft niet te worden ingeschreven in het handelsregister. Dit heeft tot gevolg dat degenen die de procedure tot heropening van de vereffening niet hebben gestart, mogelijk niet op de hoogte zijn van de herleving en dus de mogelijkheid om de BV in rechte te betrekken, als gevolg waarvan fraudeurs als het ware worden beperkt in hun bestuurdersaansprakelijkheidsrisico’s.