Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/14.1:14.1 Inleiding
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/14.1
14.1 Inleiding
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS588645:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie nr. 174.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
538. Soms is een bijzondere omstandigheid aan de zijde van de gelaedeerde reden om de reikwijdte van aansprakelijkheid te begrenzen. In het navolgende bespreek ik eerst de in-pari-delicto-situatie (§ 14.2) en vervolgens de schade in een niet-rechtmatig belang (§ 14.3). Ik sluit af met een samenvatting (§ 14.4). Ook deze grenzen aan aansprakelijkheid kunnen naar gelang dat uitkomt in het relativiteitsvereiste of in het toerekeningsvereiste tot uitdrukking worden gebracht.
Zou men zich niet beperken, zoals ik in dit boek doe, tot de grenzen aan aansprakelijkheid die in het relativiteitsvereiste en het toerekeningsvereiste besloten liggen, dan zouden in dit hoofdstuk ook besproken dienen te worden de situatie van eigen schuld van de gelaedeerde (art. 6:101 BW) en van het door de gelaedeerde ten gevolge van de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis verkrijgen van voordelen (art. 6:100 BW). Ook in deze situaties wordt aansprakelijkheid begrensd vanwege bijzondere omstandigheden aan de zijde van de gelaedeerde. Ten onrechte wordt in onze doctrine door het doorgaans inbedden van de grenzen aan aansprakelijkheid in het geval van een in pari delicto verkerende gelaedeerde en de schade in een niet-rechtmatig belang in het relativiteitsvereiste de suggestie gewekt dat deze problematiek als het ware uit een andere wereld afkomstig is dan de in afdeling 6.1.10 BW neergelegde grenzen aan aansprakelijkheid.1
Evenals de in hoofdstuk 13 behandelde nadere grenzen aan aansprakelijkheid, laten de in dit hoofdstuk te bespreken nadere grenzen zich niet eruit verklaren dat zich enerzijds niet laat vaststellen dat met de geschonden norm beoogd is te beschermen tegen de schade zoals geleden terwijl anderzijds het aansprakelijkheidsrecht in vergelijkbare situaties de schade voor rekening van de gelaedeerde laat en aldus onvoldoende rechtvaardiging bestaat om de laedens de schade te laten vergoeden. Evenals bij de in het vorige hoofdstuk besproken nadere grenzen aan aansprakelijkheid bestaat er bij elk van de in dit hoofdstuk te bespreken nadere grenzen een andere, meer dwingende reden om, zelfs als er voldoende normatief verband bestaat tussen de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis en de schade, geen aansprakelijkheid voor de door de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis veroorzaakte schade te laten bestaan.