Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/14.3
14.3 Schade in een niet-rechtmatig belang
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS588646:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Wel rijst dan de vraag of de gelaedeerde zich met het oog op de geleden schade anders had dienen te gedragen, zie hierover nader Keirse & Jongeneel 2013, p. 47, 48.
Vgl. Hofmann/Drion & Wiersma 1959, p. 137: “Art. 1401 kan niet worden ingeroepen om onwettige toestanden te sanctioneren.”
Zie HR 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6104 (Handelskwekerij B&L/Green Works International) en Lindenbergh 2011, p. 255, 256.
Zie bijvoorbeeld de genuanceerde benadering in geval van ‘zwarte’ nevenactiviteiten in HR 24 november 2000,NJ 2001/195 m.nt. A.R. Bloembergen (‘Zwarte’ neveninkomsten) en de door Bloembergen geopperde achterliggende gedachtegang. Zie voor een andere situatie waarin het niet redelijk zou zijn om geen aanspraak op vergoeding van schade in een niet-rechtmatig belang te geven: HR 6 februari 1987,NJ 1988/926 m.nt. M Scheltema (Den Haag/Aral) en Lindenbergh 2014, nr. 46.
544. Soms maakt de gelaedeerde aanspraak op vergoeding van de waarde van een verboden zaak of op vergoeding van een voordeel dat hij zonder de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis in strijd met het recht zou hebben verkregen.
Bijvoorbeeld indien een voorraad door de Opiumwet verboden stimulerende middelen van de gelaedeerde door een onrechtmatige daad verloren zou gaan en de gelaedeerde aanspraak zou maken op vergoeding van de waarde hiervan of van de opbrengst die hij bij verkoop zou hebben verkregen.
De waarde van zo’n verboden zaak of zo’n niet verkregen voordeel geldt als schade in een niet-rechtmatig belang. Als uitgangspunt behoeft de laedens de waarde daarvan niet te vergoeden.
Van de situatie waarin de gelaedeerde aanspraak maakt op vergoeding van de waarde van een verboden zaak of van een voordeel dat hij zonder de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis in strijd met het recht zou hebben verkregen, dient onderscheiden te worden de situatie waarin de gelaedeerde schade lijdt terwijl hij een norm schendt. Deze laatste situaties laten zich anders oplossen. Soms behoeft de laedens geen rekening met het normschendende gedrag van de gelaedeerde te houden en laat zich daarom vaststellen dat de laedens geen zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden waarmee beoogd is het belang van de gelaedeerde te beschermen.1 De begrenzing van aansprakelijkheid wordt dan bereikt langs de in hoofdstuk 10 behandelde weg. Soms heeft de gelaedeerde zich door de normschendende gedraging niet gedragen zoals een redelijk mens in de gegeven omstandigheden zou hebben gedaan en heeft dat bijgedragen aan het ontstaan of de omvang van de schade waardoor de gelaedeerde eigen schuld aan de schade heeft.2
545. De begrenzing van aansprakelijkheid in het geval van schade in een niet-rechtmatig belang laat zich mijns inziens erdoor rechtvaardigen dat met het gegeven dat het recht verbiedt om een bepaalde zaak aanwezig te hebben, zich niet laat verenigen wanneer het recht tot vergoeding van de waarde van deze zaak zou verplichten indien zij door een aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis verloren zou gaan. Evenmin laat zich met het door het recht verbieden om een bepaalde activiteit te verrichten en daar voordeel mee te behalen, verenigen een verplichting tot vergoeding van de waarde van een dergelijk voordeel indien dat voordeel ten gevolge van een aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis wordt misgelopen.3 Iets vergelijkbaars geldt waar het voordeel door de gelaedeerde zonder de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis zou zijn verkregen door wanprestatie tegenover een ander te plegen.4 In zekere zin gaat het hier dus ook om doorkruisingsproblemen.
Geen sprake is van een absolute regel: onder omstandigheden kan het niet redelijk zijn om de gelaedeerde een aanspraak op vergoeding van inkomsten die hij zonder aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis in strijd met het recht zou hebben verkregen, geheel te ontzeggen.5 Het nader analyseren hiervan valt buiten het bestek van dit boek.