Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap
Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/2.4:2.4 Conclusie
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/2.4
2.4 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS442489:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zelfs wanneer wordt geabstraheerd van exogene factoren die van invloed zijn op de beoordeling van het nut van art. 20 lid 2 en 21 WvK, die in hoofdstuk 5 uitvoerig aan de orde zullen komen, levert ook een tot de endogene factoren beperkte analyse een onbevredigend beeld op. Hoever het bestuursverbod reikt is niet met enige mate van nauwkeurigheid vast te stellen. Dit klemt temeer, nu de gevolgen van overtreding van dit verbod onder huidig recht, hoofdelijke verbondenheid voor alle vennootschapsschulden, zeer zwaar kunnen zijn. De pogingen in het Ontwerp-Van der Grinten om (i) enige duidelijkheid te scheppen in de reikwijdte van de regeling en (ii) de zwaarte van de sanctie te verminderen zijn gestrand. Het wetsvoorstel Personenvennootschappen ging uit van een negatieve grondhouding ten opzichte van de commanditair die het bestuursverbod overtreedt. Dit vond zijn neerslag in de weinig toegeeflijke houding waarmee dit inmiddels ingetrokken wetsvoorstel hem tegemoet trad: in bepaalde opzichten werd hij eerder geacht het bestuursverbod te hebben overtreden dan onder het huidige recht. Daarnaast ontbrak een analyse van diens positie, en bleef in het bijzonder de vraag of hetgeen het bestuursverbod beoogt te voorkomen heden ten dage nog wel als een te bestrijden misstand moet worden aangemerkt, onbeantwoord.