Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/9.3.3:9.3.3 Textile Company APS/Steins
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/9.3.3
9.3.3 Textile Company APS/Steins
Documentgegevens:
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS349752:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 18 januari 2002, NJ 2002, 96 (Textile Company APS/Steins), r.o. 3.4.2.
Van Schilfgaarde 1998, Van de BV en de NV, nr. 48.
HR 18 januari 2002, NJ 2002, 96 (Textile Company APS/Steins), r.o. 3.14 en r.o. 3.13 van de conclusie van A-G Spier.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het in 2002 gewezen arrest Textile Company APS/Steins1 overwoog de Hoge Raad (mijns inziens terecht) dat de bestuurder (Steins) van een vennootschap (Romanel) persoonlijk aansprakelijk was op grond van onrechtmatige daad jegens een andere vennootschap (Textile Company APS), in het kader van schade die Textile Company APS had geleden. Die schade had Textile Company APS geleden doordat Textile Company APS namens een andere rechtspersoon aan Romanel trainingspakken had geleverd, terwijl Steins wist dat deze niet werden betaald noch werden teruggeleverd door Romanel. De Hoge Raad overwoog:
“In hetgeen het Hof heeft vastgesteld ligt het volgende besloten. Steins, de enige bestuurder van Romanel, heeft zich persoonlijk actief beziggehouden met de onderhavige transactie, (…). Steins wist dat de afgeleverde trainingspakken niet werden betaald noch teruggegeven terwijl hij in de positie was de trainingspakken terug te geven. Het Hof heeft voorts kennelijk, en gelet op de omstandigheid dat Romanel in 1996 in staat van faillissement is verklaard, niet onbegrijpelijk, geoordeeld dat Steins wist dat onwaarschijnlijk was dat de voor de trainingspakken verschuldigde koopprijs zou worden voldaan. Daarvan uitgaande heeft het Hof geoordeeld dat Steins, gelet op de omstandigheden van het geval, ter zake van het niet teruggeven van de trainingspakken persoonlijk een verwijt treft en dat hij aldus een hem persoonlijk toerekenbare onrechtmatige daad jegens Textile heeft gepleegd. Opgevat als zoeven is weergegeven, geeft ’s Hofs oordeel niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk.”
De uitspraak van de Hoge Raad was conform de conclusie van A-G Spier die, onder vermelding in de voetnoot van de afwijkende mening zoals verwoord door Van Schilfgaarde in de toen bestaande uitgave Van de BV en de NV,2 mijns inziens volkomen terecht overwoog:
“De klacht stuit op dit een en ander af. Hierbij verdient nog opmerking dat, anders dan het onderdeel mogelijk veronderstelt, voor persoonlijke aansprakelijkheid geen vereiste is dat het gaat om een ernstig verwijt.”3