Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/12.1
12.1 Inleiding
mr. dr. H. Tolsma, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. H. Tolsma
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zo is de belanghebbende een populair onderwerp voor proefschriften (o.a. J. Wieland, De bescherming van concurrentiebelangen in het bestuursrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2017; L.F. Wiggers-Rust, Belang, belanghebbende en relativiteit in bestuursrecht en privaatrecht, Boom Juridische uitgevers 2011; J.C.A. de Poorter, De belanghebbende, Boom Juridische uitgevers 2003), preadviezen en legio wetenschappelijke bijdragen en annotaties.
Elk bestuursrechtelijk handboek bevat een uitwerking van deze vereisten (die onder andere in Groningen ook wel bekend staan als de EOPAD-criteria).
Het belanghebbendebegrip fungeert als toegangspoort tot besluitvorming en rechtsbescherming en vormt daarmee een van de belangrijkste kernbegrippen uit de Awb. Hoe het vereiste in de jurisprudentie wordt ingevuld door de bestuursrechter en hoe het vereiste zou moeten worden ingevuld, is al jaren onderwerp van debat.1 De wetgever laat met de definitie – belanghebbende is ‘degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken’ – dan ook behoorlijk wat ruimte aan de rechtspraak. Na 25 jaar Awb is in de jurisprudentie op hoofdlijnen wel uitgekristalliseerd hoe in een concreet geval beoordeeld moet worden of iemand behoort tot de kring van belanghebbenden. Bekend zijn de OPERA-criteria: van een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang is sprake indien iemand beschikt over een objectief bepaalbaar, persoonlijk, eigen, rechtstreeks en actueel belang.2 Ook de beoordeling van de belanghebbendheid van een bestuursorgaan (artikel 1:2 lid 2 Awb) of rechtspersoon ten aanzien van toevertrouwde belangen (artikel 1:2 lid 3 Awb) is in essentie helder.
Hoewel de jurisprudentie in grote lijnen stabiel is, blijft de toepassing in het concrete geval soms lastig. Eveneens duiken er nog regelmatig uitspraken op die dwingen tot reflectie op de betekenis van artikel 1:2 Awb in ons huidige bestuursrecht. De bestuursrechter lijkt enerzijds in sommige gevallen behoefte te hebben aan een soepele hantering van het vereiste, terwijl anderzijds de beoordeling van de belanghebbendheid ten aanzien van bepaalde type besluiten juist wordt aangescherpt. Hoe moet het verder met het belanghebbendebegrip? Voor deze bijdrage selecteer ik een aantal kwesties die aandacht verdienen bij een vooruitblik naar de jurisprudentie van de toekomst. Het zwaartepunt ligt bij het afbakenen van de grens bij besluiten met effecten voor velen (paragraaf 2). Vervolgens wordt aandacht besteed aan de representativiteit van bovenindividuele belangenbehartigers (paragraaf 3) en de omgang met evidente partijstellingsfouten (paragraaf 4). In de conclusie worden de gesignaleerde ontwikkelingen in verband gebracht met het systeem van de Awb (paragraaf 5).