Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/5.3.2.1
5.3.2.1 Schade geleden door opdrachtgevers
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS304096:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie omtrent reputatieschade: paragraaf 5.8.5 over de reputatieschade van Arthur Andersen en Tjittes (2002), p 139 e.v.
Volgens artikel 6:95 BW komen vermogensschade en ‘ander nadeel’ voor vergoeding in aanmerking. ‘Ander nadeel’ betreft immateriële schadevergoeding (smartengeld, artikel 6:95 en 106 BW), zie: Spier/Hartlief (2015), p. 253-255, Lindenbergh (2014), nr. 41.
Tjittes (2002), p.144.
“Een goedkeurende verklaring in het maatschappelijk verkeer is gebracht zonder dat daarvoor een deugdelijke grondslag bestond” betreft hetzelfde als “Ten onrechte een goedkeurende verklaring is afgegeven”. Dit volgt uit CBb 25 februari 2016, ECLI:NL:CBB:2016:37, r.o. 2.3.
Tevens kan gedacht worden aan het terugvorderen van een deel van de declaratie omdat gebleken is dat een deel van de gedeclareerde werkzaamheden niet of onvoldoende is verricht.
De afwijking kan niet van materieel belang zijn, maar desondanks kan de weglating of onjuiste weergave, afzonderlijk of samen met andere afwijkingen, schade ten gevolg hebben. Sommige voorbeelden zullen echter niet snel van toepassing zijn omdat naar alle waarschijnlijkheid sprake is van geringe afwijkingen.
Ik maak hierbij de kanttekening dat de opdrachtgever bij activa gewaardeerd op basis van kostprijs sowieso zou moeten weten dat deze niet zonder meer gelijk is aan de verkoopwaarde.
Accountantskamer, 15 september 2017, ECLI:NL:TACAKN:2017:62, r.o. 4.9.3.
Accountantskamer, 15 september 2017, ECLI:NL:TACAKN:2017:62, r.o. 4.8.1.3.
Volgens de accountantskamer is de in de (concept)jaarrekening opgenomen tekst over de toegepaste waarderingsgrondslag niet voldoende precies. De suggestie wordt gewekt dat de kostprijs gelijk is aan de inkoopprijs en niet is vermeld dat de verkrijgingsprijs wordt verhoogd met een opslag voor het op hun huidige plaats en in hun huidige staat brengen van de voorraden. Accountantskamer, 15 september 2017, ECLI:NL:TACAKN:2017:62, r.o. 4.9.3.
RB Amsterdam, 26 november 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:7951.
Indien een fout is gemaakt bij de controle van de jaarrekening kunnen opdrachtgevers schade lijden. De meest voor de hand liggende schade van opdrachtgevers is de schade als gevolg van niet of niet tijdig geconstateerde fraude. Fraude is immers ook de fundamentele reden waarom het accountantsberoep is ontstaan (zie paragraaf 1.2 Korte schets van de geschiedenis van het accountantsberoep). Bij fraude kan bijvoorbeeld sprake zijn van schade in de vorm van onterechte onttrekking van waarden aan de huishouding (boeken van kosten op basis van valse facturen) of reputatieschade1 na een boekhoudschandaal (Ahold).
Reputatieschade kan zowel vermogensschade betreffen als immateriële schade.2 Tjittes 3merkt in dit verband op: ‘Schade aan de reputatie van een onderneming, een beroeps- of bedrijfsbeoefenaar of een werknemer is een aantasting van diens huidige of toekomstige verdiencapaciteit. Reputatieschade is in die gevallen vermogensschade. Voor het daarnaast toekennen van immateriële schadevergoeding is naar mijn mening zelden plaats’. In het hiernavolgende is het uitgangspunt dat reputatieschade vermogensschade betreft.
In hoofdstuk 4 heb ik geconcludeerd dat het grootste risico van aansprakelijkheid onder het huidige recht de procedureel ten onrechte afgegeven goedkeurende verklaring betreft.4 Het is echter de vraag welke schade de opdrachtgever lijdt indien een verklaring procedureel ten onrechte is afgegeven, maar inhoudelijk terecht omdat de jaarrekening correct is (zie paragraaf 4.4.5.3 met betrekking tot dit onderscheid). Mijns inziens zal alsdan sprake kunnen zijn van reputatieschade, indien bijvoorbeeld door een onderzoek van de AFM bekend is gemaakt dat de goedkeurende verklaring (procedureel) ten onrechte is afgegeven.5 Dat kan namelijk afstralen op de onderneming.
Is sprake van een inhoudelijk ten onrechte afgegeven goedkeurende verklaring of van een procedureel ten onrechte afgegeven verklaring, die inhoudelijk terecht is omdat de jaarrekening wel een afwijking bevat maar deze afwijking niet van materieel belang6 is, dan kunnen zich allerlei soorten schade voordoen (zie paragraaf 4.4.3.5 voor dit onderscheid). Voorbeelden van deze schade zijn:
– Foutieve waardering activa
Activa (zoals onroerend goed, machines en voorraden) kunnen tegen een te lage waarde zijn verkocht vanwege een foutieve waardering in de jaarrekening.7 De vraag is wie in dat geval verantwoordelijk is voor de foutieve waardering. Hierbij speelt een rol dat de verantwoordelijkheid voor het opstellen van de financiële overzichten en de presentatie van een getrouw beeld door de financiële overzichten in overeenstemming met de van toepassing zijnde grondslagen voor de financiële verslaggeving, primair bij het bestuur van de rechtspersoon ligt, met toezicht daarop door de raad van commissarissen (zoals uitgewerkt in paragraaf 3.2.4). De accountant dient echter met betrekking tot de waardering voldoende controlewerkzaamheden te verrichten.8
De tuchtzaak tegen de accountant van Koops Furness NV9 geeft een helder beeld van de door een accountant te verrichten controlewerkzaamheden in verband met onder andere waarderingen. Dit zegt weliswaar niets over de schade die daaruit voortvloeit, maar is desondanks mijns inziens het vermelden waard. Met betrekking tot de waardering van machines en inventaris overweegt de Accountantskamer dat de accountant de werkzaamheden van de taxateur onvoldoende heeft geëvalueerd. Ter zake de waardering van voorraden overweegt de Accountantskamer: De accountant draagt geen rechtstreekse verantwoordelijkheid voor ‘de letterlijke tekst van de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling, maar nu de gebruikers van de jaarrekening door die suggestie10op het verkeerde been gezet kunnen worden, had van accountant gevergd kunnen worden dat hij de suggestie die van de tekst uitgaat, bij de directie aan de orde had gesteld.’
De Accountantskamer oordeelt dat van de accountant een hogere mate van oplettendheid en een meer professioneel-kritische opstelling had mogen worden verwacht en legt de maatregel van berisping op. Ik merk op dat de Accountantskamer niet oordeelt dat ten onrechte een goedkeurende verklaring is afgegeven.
Een goed voorbeeld van schade in verband met de waardering van activa betreft Vestia. Vestia hanteerde een systeem van kostprijshedge accounting bij de waardering van haar derivatenportefeuille. Daarbij worden derivaten gewaardeerd tegen de kostprijs en worden waardemutaties niet via de winst- en verliesrekening verwerkt. Toen de marktrente daalde, daalde de marktwaarde van de derivaten van Vestia. Dit heeft geleid tot verplichtingen die Vestia in liquiditeitsnood brachten. Vestia stelt dat zij door de kostprijshedge accounting schade heeft geleden. Ik vraag me af of dit het geval is. Heeft Vestia de schade niet geleden als gevolg van het gebruik van de derivaten, ongeacht de verwerking in de jaarrekening?
– Boete van de Belastingdienst vanwege een onjuiste aangifte.
Indien aan de hand van een onjuiste jaarrekening een onjuiste aangifte is gedaan, kan de Belastingdienst een naheffings- of navorderingsaanslag opleggen. Daarnaast kan rente worden gevorderd en kan een boete worden opgelegd. De boete kan bij een navorderingsaanslag oplopen tot 100% van het bedrag van de te weinig betaalde belasting. De te betalen rente en boete zijn door de opdrachtgever geleden schade als gevolg van de beroepsfout van de accountant.
De hiermee samenhangende naheffings- of navorderingsaanslag maakt geen onderdeel uit van de door de opdrachtgever geleden schade. De rechtbank Amsterdam heeft in dit verband overwogen:11 ‘door [accountant] aan [opdrachtgever] te betalen schadevergoeding kan niet bestaan uit de door de Belastingdienst opgelegde naheffingen, omdat [opdrachtgever] deze belasting ook verschuldigd zou zijn geweest indien [accountant] wel zou hebben gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam accountant/belastingadviseur had mogen worden verwacht’.
– Terugbetaling van subsidies.
Indien sprake is van een fout in de financiële verantwoording over de besteding van de subsidie, welke financiële verantwoording doorgaans in de vorm van een jaarrekening plaatsvindt, kan een terugbetalingsverplichting ontstaan. Een andere mogelijkheid is dat aan de hand van een goedgekeurde jaarrekening subsidie is aangevraagd. Indien na verloop van tijd blijkt dat er sprake is van een fout in de jaarrekening, kan een subsidie ten onrechte zijn toegekend omdat vast komt te staan dat er niet aan de subsidievoorwaarden is voldaan. De subsidie zal in dat geval terugbetaald moeten worden. De terug te betalen subsidie is door de opdrachtgever geleden schade als gevolg van de beroepsfout van de accountant.
– Kosten vanwege beëindiging van een overeenkomst.
In overeenkomsten van geldlening is vrijwel altijd opgenomen dat de lening kan worden opgeëist, indien de geldnemer onjuiste gegevens aan de bank/financier heeft verstrekt. Een beroepsfout van de accountant kan daarmee opeisbaarheid van de lening van de opdrachtgever tot gevolg hebben. De schade die de opdrachtgever dientengevolge lijdt, zal op de accountant kunnen worden verhaald. Hierbij kan gedacht worden aan betaalde boete(rente)s, de kosten gemaakt voor het afsluiten van een nieuwe financiering en de ongunstigere leningsvoorwaarden van de nieuwe financiering (bijvoorbeeld een veel hogere rente).