Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/6.3.1.2
6.3.1.2 Strategische onderwerpen en onderwerpen die aan de strategie raken
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649817:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de vraag of het bepalen van de strategie in de statuten kan worden toebedeeld aan de algemene vergadering Blanco Fernández 2012; Assink 2019, p. 43-49; Van Olffen 2019, p. 78; Nieuwe Weme 2019, p. 268 en Bulten 2019, p. 397-398.
HR 13 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7972, JOR 2007/178 m.nt. Nieuwe Weme (ABN Amro); HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM:0976, JOR 2010/228 m.nt. Van Ginneken (ASMI); HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:652, JOR 2018/142 m.nt. Leijten (Boskalis/Fugro). Dat het bepalen van de strategie (en het beleid) een onderdeel van de bestuurstaak is, is voor de beursvennootschap ook gecodificeerd in art. 2:129 lid 1 (jo art. 2:187) BW.
HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:652, JOR 2018/142 m.nt. Leijten (Boskalis/Fugro), r.o. 3.3.6.
HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:652, JOR 2018/142 m.nt. Leijten (Boskalis/Fugro), r.o. 3.3.7.
Zie over het begrip ‘beleid’ Assink 2019, p. 38-39: het gaat hier om beleid dat betrekking heeft op het besturen van de vennootschap. Er is ook beleid (bijvoorbeeld het bezoldigingsbeleid) dat daar niet onder valt.
Assink 2018, p. 191.
Zie in dit verband Assink 2019, p. 38 met verdere verwijzingen.
Zie in dit verband ook Willems 2017, p. 658 die het moeilijk vindt vol te houden dat het willen handhaven van een beschermingsconstructie zoals in de zaak Fugro/Boskalis iets is van de strategie van de vennootschap. In eenzelfde richting lijkt Dijkhuizen 2016a, p. 9 te gaan (zie ook Dijkhuizen 2016b, p. 198). Voor dit standpunt vind ik iets te zeggen.
Waarbij moet worden opgemerkt dat de bedenktijd ook kan worden ingeroepen als met het verzoek tot agendering van een van deze onderwerpen niet wordt beoogd de strategie te wijzigen. Zie ook par. 6.3.3.2.
Het bepalen van de strategie is in beginsel1 een aangelegenheid van het bestuur. De rvc, indien ingesteld, houdt daarop toezicht. De algemene vergadering kan haar opvattingen terzake tot uitdrukking brengen door uitoefening van de haar in de wet en de statuten toegekende rechten.2 Dit laatste betekent in het algemeen dat het bestuur van een vennootschap aan de algemene vergadering verantwoording heeft af te leggen, maar dat het, behoudens afwijkende wettelijke of statutaire regelingen, niet verplicht is de algemene vergadering vooraf in zijn besluitvorming te betrekken als het gaat om handelingen waartoe het bestuur bevoegd is.3 Hieruit volgt dat een agenderingsgerechtigde kapitaalverschaffer een onderwerp dat ziet op de strategie niet ter stemming kan doen agenderen.4 Hij kan wel met recht verlangen dat dit onderwerp als bespreekpunt wordt geagendeerd.
Een belangrijke notie is dus dat naarmate het begrip ‘strategie’ (en ook het begrip ‘beleid’)5 ruimer wordt uitgelegd, meer onder het bereik van het bestuur valt (zie art. 2:129/239 lid 1 BW) en minder onder het bereik van de bevoegdheden van de algemene vergadering (zie art. 2:107/217 lid 1 BW).6 In het verlengde daarvan geldt dat hoe meer onder de strategie wordt geschaard, hoe minder agenderingsgerechtigde kapitaalverschaffers ter stemming kunnen doen agenderen. Ik durf niet te zeggen wat het begrip strategie precies inhoudt,7 en het is denk ik ook lastig, zo niet onmogelijk alomvattend te definiëren, maar mijn indruk is wel dat het begrip in de ondernemingsrechtelijke wereld ruimer wordt uitgelegd dan in andere academische disciplines.8
Als een aandeelhouder het voornemen heeft de agendering te verzoeken van een onderwerp “dat kan leiden tot wijziging van de strategie van de vennootschap” wordt volgens bpb 4.1.6 NCGC het bestuur in de gelegenheid gesteld een responstijd van maximaal 180 dagen in te roepen. Het doet daarbij niet ter zake of het voornemen is het onderwerp ter stemming of ter bespreking te doen agenderen, zie par. 6.3.3.1. Onder de onderwerpen die kunnen leiden tot een wijziging van de strategie vallen niet alleen de strategische onderwerpen als zodanig (die altijd een bestuursaangelegenheid zijn), maar bijvoorbeeld ook het ontslag van één of meer bestuurders of commissarissen. Er zijn dus onderwerpen die onder de besluitvormingsbevoegdheid van de algemene vergadering vallen, maar die kunnen leiden tot een wijziging van de strategie. Als een onderwerp kan leiden tot een wijziging van de strategie, kan vanuit het bestuur van vennootschappen die onder het toepassingsbereik van de NCGC vallen, worden gepoogd het agenderingsrecht in die zin te beperken dat feitelijk een langere indieningstermijn geldt. In par. 5.2.4.2 en par. 5.3.1.2 zette ik uiteen in hoeverre een agenderingsgerechtigde gebonden is aan een ingeroepen responstijd. Zie over een inhoudelijke beschouwing over de responstijd als mogelijkheid tot uitstel van de behandeling van een onderwerp par. 6.3.3.1.
Van de categorie onderwerpen die onder de besluitvormingsbevoegdheid van de algemene vergadering vallen maar die kunnen leiden tot een wijziging van de strategie, zijn er een paar ten aanzien waarvan het agenderingsrecht bij beursgenoteerde vennootschappen (extra) kan worden beperkt. Het betreft:
het voorstel tot benoeming, schorsing of ontslag van een of meer bestuurders of commissarissen, en
het voorstel tot wijziging van een of meer statutaire bepalingen die betrekking hebben op benoeming, schorsing of ontslag van bestuurders of commissarissen.9
Wordt om de agendering van een van deze voorstellen verzocht, dan kan de vennootschap onder voorwaarden een bedenktijd inroepen die maximaal 250 dagen duurt. Zie hierover par. 6.3.3.2.