Lokale democratische innovatie
Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/3.1:3.1 Inleiding
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. J. Westerweel , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248536:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Agenda van de openbare vergadering van de gemeenteraad Groningen van 20 december 2017 (punt 2a, raadsvoorstel 7 december 2017, nr. 6698214). Zie ook: http://cooperatievewijkraad050.nl/cooperatieve-wijkraad-oosterparkwijk-geinstalleerd, geraadpleegd op 20 augustus 2019.
Coalitieakkoord D66, PvdA, GroenLinks en VVD 2014-2018, p. 5.
Coalitieakkoord D66, PvdA, GroenLinks en VVD 2014-2018, p. 5.
Coalitieakkoord D66, PvdA, GroenLinks en VVD 2014-2018, p. 23.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op 20 december 2017 is in de gemeente Groningen officieel de Coöperatieve Wijkraad Oosterparkwijk (hierna: de CWR) geïnstalleerd.1 De CWR is een wijkraad die is samengesteld uit zowel gemeenteraadsleden als wijkbewoners. Het doel van de CWR is het geven van zeggenschap aan inwoners van de Oosterparkwijk over zaken die hun wijk aangaan. Het experiment sluit aan op wat in Groningen het gebiedsgericht werken wordt genoemd, wat voor het gemeentebestuur al langer een belangrijk uitgangspunt is en wat hierna toegelicht zal worden. Volgens de coalitie uit de periode 2014-2018 sluit het experiment daarnaast goed aan op de veranderende verhouding tussen de burger en de overheid in de moderne samenleving.2 In het coalitieakkoord is daarover het volgende te lezen:
‘Samenwerken wordt het sleutelwoord. En samenwerken betekent een gedragsverandering van beide kanten [samenleving en overheid]. Niet meer achterover leunen en denken dat de overheid het wel oplost, hetzij financieel, hetzij met regelgeving. Aan de andere kant heeft de overheid de wijsheid niet meer in pacht, het ‘wij weten wel wat goed voor u is’ behoort tot het verleden. De aanpak van maatschappelijk-economische vraagstukken gebeurt in gezamenlijkheid, er wordt naar elkaar geluisterd op basis van gelijkwaardigheid.’3
Ook is in het coalitieakkoord te lezen:
‘We willen invloed en betrokkenheid vergroten en ruimte geven en ruimte laten voor initiatieven uit de samenleving […]. De belangrijkste aanjager van de wijkontwikkeling zijn de bewonersinitiatieven. We faciliteren en stimuleren deze.’4
Deze citaten laten zien dat er in ieder geval in de periode 2014-2018 een goede voedingsbodem aanwezig was in de gemeente Groningen voor initiatieven als de CWR. Zoals zal blijken, doet de CWR sterk denken aan een vorm van binnengemeentelijke decentralisatie. Bij de manier waarop deze binnengemeentelijke decentralisatie is vormgegeven, is geprobeerd de waarden van maatschappelijk eigenaarschap en publieke zeggenschap zo optimaal mogelijk met elkaar te combineren. De CWR is bedoeld als instrument van, voor en door de wijk, waarvan de wensen door middel van medewerking van de gemeentelijke overheid vertaald moesten worden naar het publieke domein. Rondom dit voornemen spelen verschillende vragen van juridisch-institutionele aard die in het volgende hoofdstuk uitvoerig behandeld zullen worden. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar de vraag hoe het initiatief past in het gemeentelijk commissiestelsel en welke mogelijkheden er zijn om bevoegdheden aan het initiatief te delegeren of mandateren. Ook gaat er aandacht uit naar de samenstelling van de CWR en de vraag hoe dit zich verhoudt tot de institutionele wijzigingen die met de dualisering in het gemeentebestuur zijn aangebracht. Voordat aan deze juridisch inhoudelijke bespreking van de CWR toegekomen kan worden, wordt in dit hoofdstuk eerst de bedoeling en opzet van de CWR beschreven. Om te beginnen zal in paragraaf 3.2 kort worden stilgestaan bij de inbedding van de CWR in het gebiedsgericht werken van de gemeente Groningen. Vervolgens wordt in paragraaf 3.3 beschreven welke bedoeling men had met het installeren van de CWR op 20 december 2017. Daarna wordt in paragraaf 3.4 de opzet van de CWR behandeld en de spelregels die erop van toepassing zijn verklaard. Dit hoofdstuk sluit in paragraaf 3.5 af met een conclusie, waarbij ook zeer kort wordt aangegeven hoe het initiatief in de praktijk functioneert.