Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/5.5.0
5.5.0 Introductie
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS492253:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bron: Uitstroom verloven op basis van landelijke ODB Raad voor de rechtspraak.
Het gaat hierbij om afgegeven verloven. Dit dient onderscheiden te worden van het aantal malen dat door de gerechtsdeurwaarder feitelijk beslag werd gelegd: dit aantal kan aanzienlijk hoger zijn aangezien in een verlof meervoudig beslag kan worden gevraagd (voor meer soorten beslag) en – indien hiervoor verlof is verleend – repeterend beslag kan worden gelegd.
Landelijke instroom civiele rechtspraak 2010: 622.927 zaken binnen de rechtbanken, sector kanton en 41.163 zaken binnen de rechtbanken, sector civiel (bodemprocedures). Bron: Eshuis 2011, p. 99.
Meijsen & Jongbloed 2010a (Research Memorandum). De gegevens zijn onderverdeeld in twee zogenoemde hoofdverzamelingen: de eerste betreft rekesten waarna in een later stadium een opheffingskortgeding is gevolgd. De tweede hoofdverzameling bestaat uit rekesten die niet tot een opheffingskortgeding hebben geleid.
Zie nader hoofdstuk twee inzake onderzoeksmethoden.
Deze conclusie volgt uit de vraaggesprekken met advocaten van beslagleggers, die plaatsvonden in het kader van het onderzoek naar conservatoir beslag.
Per 1 november 2010 trad de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) in werking. De Wet tarieven in burgerlijke zaken (Wtbz) kwam hiermee te vervallen. Het gevolg was een aanzienlijke stijging van de griffierechten.
Voorts zijn veranderingen in registratie bij de afzonderlijke gerechten van invloed op de resultaten. Ieder gerecht heeft eigen registratiemethoden en deze zijn aan veranderingen onderhevig. Zie ook paragraaf 2.4.1.
In 2010 werden in Nederland circa 15.500 beslagrekesten1 door de voorzieningenrechter van een goedkeurende handtekening(stempel) voorzien.2 Alhoewel het om een aanzienlijk aantal verloven gaat, is een in de praktijk wel eens gehoorde stelling, dat iedere civiele procedure wordt ingeleid met een conservatoir beslag,3 niet conform de werkelijkheid. Het aantal gestarte civiele rechtszaken in 20104 overschrijdt het aantal beslagrekesten namelijk aanzienlijk.
Hetgeen hierna over de praktijk van verlofverlening is opgenomen, is gebaseerd op gegevens welke afkomstig zijn uit onderzoek dat verspreid over een aantal jaren plaatsvond. De kwantitatieve gegevens zijn afkomstig uit het onderzoek naar conservatoir beslag, waarvan de resultaten in 2010 werden gepubliceerd.5 Daarnaast wordt gebruik gemaakt van gegevens over beslagrekesten van rechtbank Amsterdam uit 2011 en 2012 en landelijke cijfers welke afkomstig zijn uit de centrale onderzoeksdatabase van de Raad voor de rechtspraak (ODB).6
Het aantal verloven tot het leggen van conservatoir beslag dat jaarlijks door Nederlandse rechtbanken wordt afgegeven is lange tijd redelijk stabiel geweest. Na een stijging vanaf 2008, die waarschijnlijk toegeschreven kan worden aan de verslechterende economische omstandigheden, wordt in 2010 een daling zichtbaar, welke in 2011 sterk doorzet (tabel 1 voor de landelijke situatie, met arcering van opvallende veranderingen). Uit het onderzoek uit 2008/2009 is bekend dat vrijwel steeds korte tijd na het verlenen van verlof (binnen enkele dagen) ook daadwerkelijk door de gerechtsdeurwaarder conservatoir beslag wordt gelegd7.
Op de omvang van het aantal verzoeken zijn diverse factoren van invloed. Zo zullen het economische klimaat, andere mogelijkheden om zekerheid te verkrijgen en/of te incasseren, de hoogte van de griffierechten,8 (waarschijnlijk hoofdveroorzaker van de daling in 2010 en 2011), fiscale regelingen en de schatting van de kans dat op het rekest inderdaad een verlof volgt, en geen afwijzing, invloed hebben op betalingsgedrag van debiteuren en incassogedrag van crediteuren. En daarmee op de inzet van het middel van conservatoir beslag.9
2002
2003
2004
2005
2006
2007
2007
2008
2009
2010
16.274
16.327
16.149
15.974
15.306
15.217
15.798
17.364
15.444
11.319
*)
0%
-1%
-1%
-4%
-1%
+4%
+10%
-11%
-27%
*) Percentages geven het verloop ten opzichte van het voorgaande jaar weer.
In het arrondissement Amsterdam is de stijging van het aantal afgegeven verloven in 2007 en 2009 sterker dan landelijk, de daling in 2010 en 2011 loopt weer meer in lijn met het landelijke beeld (tabel 2, met arcering van belangrijkste veranderingen).
2002
2003
2004
2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2.625
2.746
2.508
2.698
2.705
2.942
3.082
3.855
3.620
2.427
*)
+5%
-8%
+8%
0%
+9%
+5%
+25%
-6%
-33%
*) Percentages geven het verloop ten opzichte van het voorgaande jaar weer.