Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/8.4.6
8.4.6 Conclusie en systematiek van de toetsing aan de algemene oneerlijkheidsnorm
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS494812:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. het verbindingswoord 'en' in art. 6:193b lid 2 en Kamerstukken II 2006/07, 30 928, nr. 3, p. 14. Op p. 2 wordt uitgegaan van een causaal verband tussen de strijd met de professionele toewijding en het verstoringscriterium, terwijl de wet de causaliteit tussen de verstoring en het 'verkeerde' besluit benadrukt. Naar ik meen is de wettekst leidend en hoeft eerstgenoemd verband niet bewezen te worden.
De Vrey 2004, p. 8; Pijls 2008 (par. 2 aldaar).
Het weglaten van het adjectief 'wezenlijk' draagt hieraan bij omdat deze kwalificatie, meer dan de kwalificatie `merkbaar', kan zorgen voor een uitleg van het effectcriterium in het licht van de professionele toewijding, waardoor het besluitcriterium mogelijk naar de achtergrond verdwijnt. Het nadrukkelijke beroep op het besluitcriterium uit de misleidingssubnormen in RCC 19 juni 2007, nr. 07.0227A en 07.0227B geeft in ieder geval te denken dat handelaren, waar mogelijk, zullen inspelen op dit criterium.
Volgens Verkade 2009, nr. 32 is dit inherent aan de keuze voor het adjectief 'merkbaar'.
Verkade 2009, nr. 33.
521. Het 'cumulatieve' karakter van de twee criteria ter invulling van de algemene oneerlijkheidsnorm uit art. 6:193b lid 2 — de strijd met de professionele toewijding en de merkbare beperking van het beoordelingsvermogen met als (mogelijk) gevolg een 'verkeerd' besluit — is duidelijk benadrukt in de wet1 en in de literatuur.2 Aan het 'cumulatieve' karakter van art. 6:193b lid 2 zal m.i. niet snel voorbij worden gegaan.3 In deze paragraaf is ingegaan op de inhoud van de criteria bij de hoofdnorm. Tot op heden is de professionele toewijding vooral afgeleid uit gedragscodes en het besluitcriterium ruim opgevat. Van een verzwaarde causaliteitseis is in de praktijk nog weinig gebleken.4
De hoofdnorm is tot op heden nog niet toegepast in de Nederlandse rechtspraktijk. De verwachting is dat de algemene oneerlijkheidsnorm niet vaak zal worden gebruikt (par. 8.9). De meeste handelspraktijken zullen als misleidend of agressief kunnen worden aangemerkt en dus aan de hand van de subnormen worden aangepakt.5 In de volgende paragrafen wordt op de subnormen ingegaan. Wat hierboven is gesteld omtrent de omgang met de referentieconsument en het besluitcriterium geldt eveneens bij de subnormen, waarin beide elementen voorkomen.