De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/6.3.3.a:6.3.3.a Inleiding
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/6.3.3.a
6.3.3.a Inleiding
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250433:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat een crediteur een vordering heeft op de 403-maatschappij betekent niet dat hij deze vordering ook per direct te gelde kan maken. Partijen kunnen bijvoorbeeld zijn overeengekomen dat de 403-maatschappij pas na een bepaald moment aan haar verplichting hoeft te voldoen. Het is ook mogelijk dat de crediteur uitstel van betaling heeft verleend aan de 403-maatschappij of dat de laatstgenoemde de nakoming van haar verplichting opschort omdat de crediteur een opeisbare vordering – van de 403-maatschappij – jegens hem niet nakomt.1 De vraag rijst of ook de moedermaatschappij in deze situaties (tijdelijk) niet hoeft na te komen.