Inhoudsopgave
M en R 2025/44:De verhouding tussen art. 2.2 lid 8 Wet dieren en art. 1.3 lid 3 (oud) Wet dieren: de Hoge Raad oordeelt (anders dan het CBb) dat de ‘vijf vrijheden van Brambell’ ook voor houders van dieren relevant zijn.
M en R 2025/44
De verhouding tussen art. 2.2 lid 8 Wet dieren en art. 1.3 lid 3 (oud) Wet dieren: de Hoge Raad oordeelt (anders dan het CBb) dat de ‘vijf vrijheden van Brambell’ ook voor houders van dieren relevant zijn.
Documentgegevens:
HR 26-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1703, m.nt. B. Arentz
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 november 2024
- Magistraten
Van den Brink, Kooijmans, Dalebout
- Zaaknummer
23/00613 E
- Conclusie
A-G Harteveld
- Noot
B. Arentz
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD8527:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Algemeen
Milieurecht / Inrichtingen en activiteiten - vergunningen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1703, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:811, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑09‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑01‑2024
- Wetingang
Samenvatting
Van het ‘onthouden van de nodige verzorging’ in de zin van artikel 2.2 lid 8 Wd kan onder meer sprake zijn bij overtreding van een specifieke wettelijke bepaling, zoals een overtreding van een norm uit het Besluit houders van dieren, maar ook als de gezondheid of het welzijn van het dier ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.