NJB 2026/1511
Box 3. Vermindering bij verzoek om ambtshalve vermindering? Massaalbezwaarprocedure.
HR 25-06-2026, ECLI:NL:HR:2026:1013
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 juni 2026
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
25/02700
25/02701
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:907, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑06‑2026
ECLI:NL:HR:2026:1013, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑06‑2026
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑05‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:457, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑05‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:456, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑05‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:463, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑05‑2026
- Wetingang
(Art. 9.6 Wet IB 2001)
Essentie
Box 3. Vermindering bij verzoek om ambtshalve vermindering? Massaalbezwaarprocedure.
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
‘Verzoek ambtshalve vermindering
4.1.2
In de oordelen van de Rechtbank ligt besloten dat zij voor de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding beslissend vond of van belanghebbende onder de gegeven omstandigheden in redelijkheid kon worden gevergd om tijdig bezwaar te maken. De Rechtbank is daarmee uitgegaan van het juiste juridische beoordelingskader. Zij heeft binnen dat kader terecht aangenomen dat een na het verstrijken van de bezwaartermijn opgekomen reden om alsnog bezwaar te maken, zoals in dit geval het arrest van 24 december 2021, niet maakt dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.