Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/9.3.3.2:9.3.3.2 Bezitseis
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/9.3.3.2
9.3.3.2 Bezitseis
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS393533:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Op grond van §4a Abs.2 EStG heeft een Organgesellschaft de mogelijkheid om het begin van het boekjaar aan te passen.
Stemrecht telt mee voor zover het is gebaseerd op de economische of juridische eigendom van de aandelen van de Organgesellschaft. Indien de economische en juridische eigendom in verschillende handen zijn, dan is de economische eigendom doorslaggevend.
BFH 24.01.1968, BStBl. II 1968, blz. 317.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een Organschaft kan tot stand komen als een Organträger sinds het begin van een boekjaar1 onafgebroken de meerderheid van de stemrechten2 (50%+) bezit in een Organgesellschaft. Deze dan vooronderstelde financiële integratie (finanzielle Eingliederung) stelt zeker dat de Organträger zijn wil kan doordrukken in de Organgesellschaft.3 Er is ook een Organschaft mogelijk als de Organträger een middellijk belang houdt in de Organgesellschaft. Als voorwaarde geldt wel dat zowel de moedermaatschappij in de dochtermaatschappij als de dochtermaatschappij in de kleindochtermaatschappij de meerderheid van de stemrechten heeft. De dochtermaatschappij (tussenhoudster) zelf wordt dan overigens niet in de Organschaft opgenomen.