RFR 2024/52
Afstamming. Waar moet de levensgezel van de geboortemoeder precies mee hebben ingestemd om te kunnen worden aangemerkt als ‘instemmende levensgezel’?
HR 02-02-2024, ECLI:NL:HR:2024:148
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 februari 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
23/00792
- Conclusie
A-G mr. M.L.C.C. Lückers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS956075:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Afstamming en adoptie
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:148, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑02‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:909, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑10‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑02‑2023
- Wetingang
Essentie
Afstamming.
Waar moet de levensgezel van de geboortemoeder precies mee hebben ingestemd om te kunnen worden aangemerkt als ‘instemmende levensgezel’?
Samenvatting
Een alleenstaande vrouw besloot in 2017 dat zij moeder wilde worden en trachtte een zwangerschap tot stand te brengen door kunstmatige inseminatie met door haar zwager geleverd sperma. Verschillende inseminatiepogingen leidden niet tot het gewenste resultaat. In mei 2019 startte zij een ivf-traject. Korte tijd later kreeg de vrouw een relatie met een vrouw die zij al enige tijd kende. In het bijzijn van die partner, is in juli 2019 met succes een via ivf ontstaan embryo ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.