Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/320
320 Bewijs door schriftelijke stukken is geëigend
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS459538:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
Het hof Arnhem oordeelde in zijn ook voor het voorlopig getuigenverhoor relevante beslissing van 27 juni 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AY5556, NJF 2006, 416: “Indien met laatstgenoemd doel [het verkrijgen van bescheiden, EG] de bevoegdheid tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht wordt gebruikt, is er sprake van het gebruik van een bevoegdheid voor een ander doel dan waarvoor die is gegeven.”
Hof Amsterdam 27 januari 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AT5732, NJF 2005, 176.
Dit sluit niet uit dat de getuige iets relevants kan verklaren over de groutdrukken. De verzoeker zal voldoende belang hebben als niet geheel uitgesloten is dat de getuige kan verklaren over relevante feiten.
De verweerder weigerde de schriftelijk vastgestelde meetgegevens over te leggen. Hiertoe werd een art. 843a Rv-procedure gevoerd.
Ook als een voorlopig getuigenverhoor wordt verzocht, terwijl slechts schriftelijke stukken de gewenste informatie kunnen leveren, moet geoordeeld worden dat het verzoek is ingediend met een ander doel dan waarvoor het voorlopig getuigenverhoor is bedoeld.1 Een mooi voorbeeld is het geval waarin de verzoeker op de hoogte wilde raken van “alle groutdrukken bij de staartafdichting over – kort gezegd – de periode van 13 februari 1997 tot en met 29 mei 1997, de dag van het (eerste) schadevoorval.”2 De groutdrukken werden iedere twee seconden gemeten (het ging derhalve om ongeveer 4,5 miljoen groutdrukken). Het doel van het voorlopig getuigenverhoor kon niet zijn de verkrijging van de gewenste gegevens. Een getuige kan onmogelijk uit eigen waarneming verklaren over alle miljoenen groutdrukken.3 De enige manier om dat doel te bereiken is het opvragen van de schriftelijk vastgelegde groutdrukken.4