Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/319
319 Verklaring van een deskundige
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS452245:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
Hof Amsterdam 3 oktober 1990, ECLI:NL:GHAMS:1990:AB8523, NJ 1991, 335; Hof ’s-Gravenhage 15 april 1999, ECLI:NL:GHSGR:1999:AC4124, NJ 1999, 704; Hof ’s-Hertogenbosch 5 september 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB3962; Hof ’s-Gravenhage 9 september 2008, ECLI:NL:GHSGR:2008:F1785; Rb. Dordrecht 28 maart 2001, ECLI:NL:RBDOR:2001:AD4252, NJ 2001, 344; Rb. Amsterdam 1 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0944, JBPr 2012, 58, m.nt. G. van Rijssen (in deze uitspraak overwoog de rechtbank naar mijn mening terecht dat het voorlopig getuigenverhoor niet het geëigende middel was, want in strijd met het doel van het voorlopig getuigenverhoor, maar wees zij vervolgens ten onrechte af op grond van zwaarwegende bezwaren).
Rb. Assen 25 april 2000, ECLI:NL:RBASS:2000:AA5626.
Zie ook G. van Rijssen in zijn noot in JBPr 2012, 58 onder Rb. Amsterdam 1 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0944.
Anders: Hof Leeuwarden 22 september 2005, ECLI:NL:GHLEE:2005:AU3410, NJF 2005, 430. In deze zaak wilde de verzoekster een patholoog en een toxicoloog horen die onderzoek hadden verricht naar de dood van haar zoon.
Hof ’s-Gravenhage 9 september 2008, ECLI:NL:GHSGR:2008:BF1785. Zie ook Hof ’s-Hertogenbosch 5 september 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB3962 waarin het hof overwoog dat het verzoek was gericht op de waardering van (de deugdelijkheid van) het deskundigenrapport.
Een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor dat als inzet heeft het horen van deskundigen om als deskundige commentaar te kunnen leveren op (de totstandkoming van) een aan de rechter uitgebracht deskundigenrapport1 of op andere (wetenschappelijke) onderzoeksresultaten2 is in strijd met het doel van het voorlopig getuigenverhoor. In dat geval wordt immers een deskundigenoordeel – waarvoor kenmerkend is dat kennis en/of ervaring wordt toegevoegd aan waarnemingsfeiten – gevraagd en staat niet de eigen, zintuiglijke waarneming van een getuige voorop.3
Als de verzoeker de deskundige die een deskundigenrapport heeft opgesteld wil doen horen over feiten die deze deskundige in het kader van zijn onderzoek heeft geconstateerd en waarover hij heeft gerapporteerd, is een voorlopig getuigenverhoor naar mijn mening wel mogelijk.4 Immers, in dat geval wordt de deskundige gehoord als getuige over door hem waargenomen feiten. Ook als de verzoeker de deskundige wil doen horen over de wijze waarop zijn onderzoek is uitgevoerd, betreft het getuigenverhoor feiten waarover de deskundige uit eigen waarneming kan verklaren. Een voorbeeld betreft een zaak waarin in de hoofdzaak door de te horen getuigen een of meer deskundigenrapporten waren uitgebracht.5 De verzoeker wilde met het voorlopig getuigenverhoor bewijzen dat het onderzoek van de deskundigen van verzoeker van hogere waarde – door de gevolgde onderzoeksmethode en het gekozen referentiekader – was dan het onderzoek van de deskundigen van de wederpartij. Het hof wees het verzoek af omdat het horen van de deskundigen over hun onderzoeksmethoden en referentiekaders teneinde het hof te kunnen overtuigen van de (on)waarde van in de hoofdzaak overgelegde deskundigenrapporten niet paste binnen het doel van het voorlopig getuigenverhoor. Ik zie hierin geen probleem. Zolang de deskundige als getuige verklaart over door hem waargenomen feiten, bijvoorbeeld in welke volgorde bepaalde onderzoekshandelingen zijn verricht of met welk soort computerprogramma gegevens zijn verwerkt, moet een voorlopig getuigenverhoor mogelijk zijn.