Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/4.3.3.5
4.3.3.5 EU-recht
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197358:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 16 april 2002, nr. 36677/97 (S.A. Dangeville v. France), BNB 2003/40 m.nt. Wattel. In vergelijkbare zin EHRM 22 juli 2003, nrs. 49217/99 en 49218/99 (S.A. Cabinet Diot and S.A. Gras Savoye v. France) en EHRM 25 januari 2007, nr. 70160/01 (Aon Conseil et Courtage S.A. and Another v. France).
Zie punt 5 en 6 van de noot van Wattel in BNB 2003/40.
EHRM 3 april 2012, nrs. 57583/10, 1245/11 en 4189/11 (Coriolan Gabriel Ioviţoni e.a. c. Roumanie), EHRC 2012/161 m.nt. De Waele.
HvJ EU 7 april 2011, zaak C-402/09 Ioan Tatu tegen Statul român prin Ministerul Finanţelor şi Economiei e.a., ECLI:EU:C:2011:219 en HvJ EU 7 juli 2011, zaak C-263/10 Iulian Nisipeanu tegen Direcţia Generală a Finanţelor Publice Gorj e.a., ECLI:EU:C:2011:466.
Ioviţoni e.a. c. Roumanie, par. 50.
EHRM 16 april 2002, nr. 36677/97 (S.A. Dangeville v. France), BNB 2003/40 m.nt. Wattel, par. 47.
Er kunnen ook gerechtvaardigde verwachtingen worden geschonden als belasting wordt geheven in strijd met het EU-recht. Als de Staat in zo een geval weigert om de geheven belasting te restitueren, kan dat het eigendomsrecht van de belastingplichtige aantasten. Een zaak waarin het EHRM heeft geoordeeld dat het bestaan van een belasting(terug) vorderingsrecht in de zin van artikel 1 Eerste Protocol kan worden gebaseerd op EU-recht is Dangeville v. France.1 De belanghebbende in deze zaak was een verzekeringsagent die meende recht te hebben op restitutie van voldane BTW. Die claim baseerde zij op artikel 13, letter B, onderdeel a van de Zesde BTW-richtlijn, welke bepaling voorzag in een BTW-vrijstelling van (her)verzekeringsdiensten. Frankrijk had echter verzuimd om deze bepaling tijdig om te zetten in nationaal recht en de Franse Raad van State erkende de voorrang en rechtstreekse werking van EU-Richtlijnen (nog) niet.2 Volgens het EHRM baseerde de belanghebbende haar claim op een EU-norm die “perfectly clear, precise and directly applicable” was. In ieder geval had de belanghebbende volgens het EHRM de legitimate expectation dat zij een teruggaaf zou krijgen van BTW. In Ioviţoni e.a. c. Roumanie3 meenden de belanghebbenden eveneens op basis van het EU-recht een als eigendom kwalificerende belastingvordering te hebben. Zij hadden in 2008 auto’s geïmporteerd uit het buitenland en ter zake een milieubelasting betaald. In 2009 verzochten zij de Roemeense belastingautoriteiten om terugbetaling van de milieubelasting, omdat zij meenden dat deze was geheven in strijd met artikel 110 van het VWEU (verbod op onder meer protectionistische importheffingen). De verzoeken werden allemaal afgewezen. In 2011 oordeelde het HvJ EU in een zaak van iemand anders die auto’s had geïmporteerd dat de Roemeense milieubelasting wel degelijk in strijd was met artikel 110 VWEU, omdat de belastingmaatregel zo was vastgesteld dat het importeren uit andere lidstaten van tweedehands voertuigen werd ontmoedigd, zonder de aankoop op de binnenlandse markt van even oude tweedehands voertuigen met dezelfde slijtage te ontmoedigen.4 Volgens de belanghebbenden betekenden deze arresten van het HvJ EU dat de weigering van de Roemeense autoriteiten in 2009 om de milieubelasting terug te betalen in strijd was met artikel 1 Eerste Protocol. Het EHRM wees hun beroep echter af, omdat hun claim niet een “créance suffisamment établie pour être exigible” (claim sufficiently established to be enforceable”) was. Daarbij nam het EHRM in aanmerking dat de milieubelasting, gezien het algemene karakter van artikel 110 VWEU, niet evident in strijd was met die bepaling. Anders dan in Dangeville v. France, was de toepassing van het EU-recht derhalve niet “parfaitement claire, précise et directement applicable”5 (“perfectly clear, precise and directly applicable”).6 De eerdere afwijzende beslissingen van de nationale instanties waren daarom niet manifest onredelijk of willekeurig. De belanghebbenden hadden daarom niet een als eigendom kwalificerende vordering, zodat artikel 1 Eerste Protocol niet van toepassing was.