Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/14.1
14.1 Inleiding
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS414407:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hfdst. 4, 6 en 7. Hfdst. 5 heeft betrekking op het intemationaliteitsvereiste waarop partijen evenmin invloed kunnen uitoefenen.
Hof Leeuwarden 3 mei 1989, NJ 1990, 426; Pres. Rb. Haarlem 14 februari 1992, KG 1992, 107.
Par. 13.2 gaat uitgebreid op deze overweging in de arresten in en bespreekt ook de verschillen.
Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 92; Gaudemet-Tallon, Compétence en EunDpe, p. 99; Kropholler, EZPR, 5' druk, p. 242, nr. 63; Kropholler, EZPR, p. 304, nr. 69; Polak 2005 (T&C Rv), art. 8 Rv, aant. 3; MvT Wetsvoorstel 24 651, p. 72; MvT Wetsvoorstel 26 855, p. 38.
Anders: Van Houtte, Europese IPR-verdragen, p. 56.
Enigszins onopvallend vereisen de art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en 8 Rv dat een forumkeuze betrekking moet hebben op een bepaalde rechtsbetrekking. Dat blijkt in art. 23 lid 1 EEX-V°/17 lid 1 Verdrag uit de zinsnede 'die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan,...'. Art. 8 leden 1 en 2 Rv hebben dezelfde voorwaarde onder woorden gebracht door de zinsnede 'indien partijen met betrekking tot een bepaalde rechtsbetrekking...' . Art. 6 WIPR stelt deze voorwaarde niet en kent slechts de voorwaarde dat geschillen 'uit een rechtsverhouding voortvloeien' zonder toevoeging dat de rechtsverhouding bepaald moet zijn.
De forumkeuze dient een beperking te bevatten waaruit voortvloeit dat de forumkeuze slechts bepaalde rechtsbetrekkingen tot voorwerp heeft. Partijen moeten het toepassingsbereik van een forumkeuze derhalve hebben beperkt. Dit gelimiteerde toepassingsbereik van de forumkeuze dient niet te worden verward met het materiële, temporele en formele toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag1 Enerzijds bepalen partijen in beginsel het 'voorwerp' van de forumkeuze. Zij moeten een keuze maken terzake van de rechtsbetrekkingen waarvoor de forumkeuze zou kunnen gelden om de forumkeuze geldig te doen zijn. Zij omschrijven daartoe het toepassingsbereik van de forumkeuze. Het internationale bevoegdheidsrecht, en voor forumkeuze de art. 23 en 24 EEX-V° alsmede 17 en 18 Verdrag, stellen anderzijds het toepassingsbereik vast van de rechtsregels inzake bevoegdheid krachtens een forumkeuze.
De bepaaldheid van een forumkeuze vloeit voort uit het bestaan van wilsovereenstemming. De wilsovereenstemming over de forumkeuze moet een voorwerp hebben. Indien partijen onvoldoende voor ogen hebben gehad in welke omvang zij hun rechtsbetrekkingen hebben willen onderwerpen aan een forumkeuze, is de forumkeuze niet voldoende bepaald. De bepaaldheid zoals vereist door art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en het commune internationaal privaatrecht, zie ik daarom als een gevolg van de voorwaarde dat ter zake van de forumkeuze wilsovereenstemming moet bestaan.2Ik verwijs naar de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie die meermalen heeft geoordeeld dat de rechter dient te onderzoeken of de forumkeuze 'inderdaad het voorwerp heeft uitgemaakt van een wilsovereenstemming tussen partijen, die duidelijk en nauwkeurig tot uitdrukking komt' .3 Vormvoorschriften en bepaaldheid vloeien dus uit dezelfde bron voort en houden daarom met elkaar verband. Beide waarborgen de totstandkoming van de wilsovereenstemming ten aanzien van de forumkeuze. De vormvoorschriften beschermen de wilsovereenstemming door het vereisen van een vorm. Het vereiste van bepaaldheid beschermt de wilsovereenstemming door de verplichting het toepassingsbereik van de forumkeuze te beperken tot bepaalde geschillen. Ook bestaat een samenhang met de aanwijzing van een bepaald gerecht of gerechten. Partijen moeten niet alleen voldoende omschrijven welk gerecht of gerechten van hun (toekomstige) geschillen kennis nemen, maar ook welke geschillen het gerecht of de gerechten moeten berechten. Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en art. 8 Rv kennen derhalve twee verplichtingen voor partijen om voldoende bepaald te zijn.
De meeste auteurs en de Nederlandse wetgever zien het vereiste van bepaaldheid als een toelaatbaarheids- of geldigheidsvoorwaarde.4 Ik deel deze opvatting. Bepaaldheid is mijns inziens een voorwaarde die art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en het commune internationaal privaatrecht stellen aan een forumkeuze. Dat volgt uit art. 23 lid 1 EEX-V°/17 lid 1 Verdrag, waarin enerzijds het formele toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag wordt geregeld en anderzijds de geldigheids- en vormvoorschriften. Het vereiste van bepaaldheid is geen toepassingsvoorwaarde voor art. 23 EEX-V°/17 Verdrag,5 omdat het niet gaat om de reikwijdte van (de toepassing van) art. 23 EEX-V°/17 Verdrag maar de toelaatbaarheid van de forumkeuze.
In dit hoofdstuk gaat het voornamelijk om de vaststelling van de inhoud van de voorwaarde dat een forumkeuze betrekking moet hebben op een bepaalde rechtsbetrekking. In de volgende paragraaf komt art. 23 EEX-V°/17 Verdrag aan de orde. Daarin gaat het allereerst over de strekking van het vereiste van bepaaldheid in art. 23 EEX-V°/17 Verdrag (par. 14.2.1). Daarna gaat het in par. 14.2.2 over de inhoud van de voorwaarde, namelijk — zo zal blijken — de bepaalbaarheid van de rechtsbetrekkingen waarvoor de forumkeuze is overeengekomen. par. 14.2.3 geeft een overzicht van de nationale rechtspraak over art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. In de derde par. van dit hoofdstuk behandel ik de bepaaldheid van een forumkeuze in het Haags Forumkeuze-verdrag. Het commune internationaal privaatrecht komt aan bod in par. 14.4. Deze paragraaf wordt gevolgd door een paragraaf over de verhouding tussen het vereiste van bepaaldheid en derdenwerking. par. 14.6 handelt over de samenloop van rechtsbetrekkingen en bepaaldheid. Niet alleen is het mogelijk dat dezelfde partijen tegelijkertijd zijn gebonden aan verschillende overeenkomsten, zodat een probleem van samenloop zich kan voordoen. Ook kan een samenloop bestaan van rechtsbetrekkingen gebaseerd op een overeenkomst met rechtsbetrekkingen voortvloeiende uit onrechtmatige daad. In beide gevallen kunnen zich problemen voordoen ten aanzien van de bepaaldheid van de forumkeuze. Ten slotte wijd ik in dit hoofdstuk een korte zevende par. aan art. 24 EEX-V°/18 Verdrag en art. 9 aanhef en sub a Rv.