Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.4.2
13.4.2 Verhouding tussen Hof van Justitie en de nationale rechter
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS418032:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 941, NJ 1998, 565, r.o. 21.
HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-941, NJ 1998, 565, r.o. 21; AG Léger voor HvJ EG 16 maart 1999, zaak C-159/97, CastellettifTrumpy, zaak C-159/97, Jur. 1999, p. 1-1618, NJ 2001, 116, par. 88.
Kaye, Civil Jurisdiction, p. 1062; Kropholler, EZPR, p. 236, nr. 48; Rb. Arnhem 14 september 2005, NIPR 2006, 139.
HvJ EG 16 maart 1999, zaak C-159/97, Castelletti/Trumpy, zaak C-159/97, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, r.o. 39.
Samenhangend met de vraag van de status van de vormvoorschriften is de vraag hoe de rolverdeling is tussen de nationale gerechten en het Hof van Justitie bij de beoordeling van de vormvoorschriften van art. 23 lid 1 EEX-V°/17 lid 1 Verdrag. De rechtspraak komt van beide, zoals uit dit hoofdstuk blijkt. Het grootste gedeelte van de jurisprudentie over forumkeuze heeft betrekking op de vormvoorschriften van forumkeuze.
De nationale gerechten dienen te beoordelen of de forumkeuze is gesloten in overeenstemming met de voorwaarden van art. 23 lid 1 EEX-V°/17 lid 1 Verdrag. In eerste instantie zijn zij verantwoordelijk om de elementen van de bepaling te toetsen. Het Hof van Justitie komt het uiteindelijke oordeel toe over de (doorslaggevende) gegevens aan de hand waarvan de nationale gerechten hun beoordeling laten plaatsvinden.1 Het is derhalve uiteindelijk aan het Hof van Justitie voorbehouden om te oordelen over de parameters die objectief en noodzakelijk zijn voor een juiste uitleg van de vormvoorschriften. De feitelijke (en inhoudelijke) beoordeling van deze parameters vindt echter plaats door de nationale gerechten. Het oordeel of bijv. een gewoonte bestaat en de vaststelling van de inhoud van dat gebruik, dient derhalve door de nationale rechter te worden bepaald (art. 23 lid 1 sub c EEX-V°/17 lid 1 sub
c Verdrag).2 Deze rolverdeling waarborgt dat art. 23 lid 1 EEX-V°/17 lid 1 Verdrag in de EG-lidstaten respectievelijk verdragsluitende staten uniform wordt toegepast. De begrippen in deze bepaling zijn verdragsautonoom uit te leggen.3 Bijzondere vereisten of regels van nationaal recht over de vorm van een forumkeuze dienen buiten beschouwing te blijven.4