NJB 2016/2232:Verdediging door uitdrukkelijk gemachtigde advocaat, art. 279 Sv: ingeval uit verklaringen van de raadsman volgt dat de verdachte hem zowel onbeperkt als beperkt heeft gemachtigd tot het voeren van de verdediging, behoort de rechter voorbij te gaan aan de beperkingen van de machtiging. De rechter moet er dan van uitgaan dat de verdachte de behandeling van zijn zaak ook zonder die beperkingen doorgang heeft willen doen vinden en dat dit meebrengt dat die behandeling ingevolge art. 279 lid 2 Sv geldt als een procedure op tegenspraak en het instellen van een rechtsmiddel binnen veertien dagen na de einduitspraak dient te geschieden. A-G: anders