Rechtbank Rotterdam 22 juni 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:5909.
HR, 08-12-2023, nr. 23/03697
ECLI:NL:HR:2023:1724
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
08-12-2023
- Zaaknummer
23/03697
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2023:1724, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑12‑2023; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2023:957, Gevolgd
ECLI:NL:PHR:2023:957, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑10‑2023
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2023:1724, Gevolgd
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑09‑2023
- Vindplaatsen
GZR-Updates.nl 2023-0386
JGz 2024/5 met annotatie van Mr. dr. W.J.A.M. Dijkers
Uitspraak 08‑12‑2023
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/03697
Datum 8 december 2023
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: G.E.M. Later,
tegen
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/10/660540 / FA RK 23-4443 van de rechtbank Rotterdam van 22 juni 2023.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 22 juni 2023 en tot terugwijzing.
2. Uitgangspunten en feiten
2.1
Aan betrokkene is op 17 juni 2023 een crisismaatregel opgelegd. Bij verzoekschrift van 19 juni 2023 heeft de officier van justitie verzocht om een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel.
2.2
Tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek op 22 juni 2023 heeft de advocaat van betrokkene onder meer een beroep gedaan op wilsbekwaam verzet van betrokkene (art. 2:1 lid 6 Wvggz) tegen de voorgestelde verplichte zorg. De advocaat heeft in dat verband aangevoerd dat uit de medische verklaring niet blijkt dat betrokkene wilsonbekwaam is en dat zich geen situaties als bedoeld in art. 2:1 lid 6 onder b Wvggz voordoen.
2.3
De rechtbank1.heeft de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend. Over het (hiervoor in 2.2 weergegeven) beroep op wilsbekwaam verzet van betrokkene heeft de rechtbank als volgt overwogen:
“2.7. De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek, omdat er sprake is van wilsbekwaam verzet tegen de voorgestelde verplichte zorg, nu niet uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene wilsonbekwaam is. Gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 4 februari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:123) dient de rechter de wilsbekwaamheid te beoordelen in het geval dat een betrokkene tijdens de procedure tot het verlenen van een zorgmachtiging een voldoende toegelicht bezwaar maakt tegen de voorgestelde verplichte zorg én zich geen situaties als bedoeld in art. 2:1 lid 6, aanhef en onder b, Wvggz voordoen. De rechtbank vindt dat sprake is van een voldoende toegelicht bezwaar tegen de verzochte vormen van verplichte zorg. Niet is komen vast te staan dat er sprake is van acuut levensgevaar voor betrokkene, een aanzienlijk risico op ernstig nadeel voor een ander, of dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Uit de medische verklaring blijkt niet of betrokkene al dan niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake verplichte zorg. De rechtbank gaat echter, gelet op de spoedeisendheid van de zaak, voorbij aan het verweer. De rechtbank dient op grond van artikel 7:8 lid 3 Wvggz binnen drie dagen op het verzoek tot voortzetting van dc crisismaatregel te beslissen. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om binnen de beslistermijn de zaak aan te houden om de wilsbekwaamheid van betrokkene te laten beoordelen door een onafhankelijke psychiater. In afwijking van de wettelijke bepalingen die gelden voor een zorgmachtiging, bepaalt de Wvggz niet dat de beslistermijn van drie dagen bij een verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel wordt verlengd als de rechter een deskundigenonderzoek gelast. Hiervoor is al overwogen dat en waarom betrokkene met spoed verplichte zorg nodig heeft. Die omstandigheid en het feit dat de rechtbank op grond van de in de medische verklaring beschreven symptomen en gedragingen van betrokkene en de informatie verkregen tijdens de mondelinge behandeling tot de conclusie komt dat het in elk geval aannemelijk is dat betrokkene niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van die toe te wijzen (vormen van) verplichte zorg, maken dat de rechtbank het advies van de landelijke expertgroep verplichte zorg volgt om in een geval als dit een uitzondering te maken en inhoudelijk te beslissen op het verzoek zonder te beschikken over een aanvullende medische verklaring met betrekking tot de wilsbekwaamheid.”
3. Beoordeling van het middel
3.1
Onderdeel 1.1 van het middel klaagt dat de rechtbank ten onrechte het beroep op wilsbekwaam verzet van betrokkene heeft verworpen op grond van een eigen beoordeling of betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van de verplichte zorg in staat is. Nu uit de medische verklaring niet blijkt of betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is, had de rechter hierover een oordeel moeten vragen van een deskundige. Dat de rechtbank op grond van art. 7:8 Wvggz lid 3 Wvggz binnen drie dagen moet beslissen op het verzoek om een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel doet hieraan niet af, aldus de klacht.
3.2
Bij de afgifte en de voortzetting van een crisismaatregel is art. 2:1 lid 6 Wvggz van toepassing. Deze bepaling houdt in dat de wensen en voorkeuren van de betrokkene ten aanzien van de verplichte zorg worden gehonoreerd, tenzij (a) de betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is, of (b) acuut levensgevaar voor de betrokkene dreigt dan wel er een aanzienlijk risico voor een ander is op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Hiermee is beoogd – overeenkomstig internationale verplichtingen – tot uitdrukking te brengen dat evenveel waarde wordt gehecht aan de eigen mening en instemming van een wilsbekwame persoon met een psychische stoornis als aan die van een wilsbekwame persoon zonder psychische stoornis. Of de betrokkene in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van de verplichte zorg (wilsbekwaam is) dient te worden beoordeeld door een deskundige als bedoeld in art. 4:1 lid 6 Wvggz.2.
3.3
De rechtbank heeft in rov. 2.7 van haar beschikking tot uitgangspunt genomen dat betrokkene een voldoende toegelicht bezwaar heeft gemaakt tegen de voorgestelde verplichte zorg, dat de situaties als bedoeld in art. 2:1 lid 6 onder b Wvggz zich niet voordoen en dat in de medische verklaring niet is gerapporteerd over de vraag of betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van de verplichte zorg in staat is, als bedoeld in art. 2:1 lid 6 onder a Wvggz. Onder deze omstandigheden stond het de rechtbank niet vrij de verzochte machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen zonder een verklaring te vragen van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog waaruit blijkt of betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is.3.Dit wordt, gelet op het hiervoor in 3.2 overwogene, niet anders door de omstandigheid dat de rechtbank op grond van art. 7:8 lid 3 Wvggz binnen drie dagen diende te beslissen op het verzoek om een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel terwijl de wetgever, anders dan bij het verzoek om een zorgmachtiging (art. 6:1 lid 5 in verbinding met art. 6:2 lid 4 Wvggz), niet heeft voorzien in een mogelijkheid om met het oog op onderzoek door een deskundige de in art. 7:8 lid 3 Wvggz geregelde beslistermijn te verlengen.
3.4
De hiervoor in 3.1 weergegeven klacht is dus gegrond. De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 22 juni 2023;
- wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 8 december 2023.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 08‑12‑2023
Vgl. voor een en ander HR 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:123, rov. 3.1.2-3.1.3 en 3.1.5.
Vgl. HR 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:123, rov. 3.1.5.
Conclusie 27‑10‑2023
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/03697
Zitting 27 oktober 2023
CONCLUSIE
M.L.C.C. Lückers
In de zaak
[betrokkene] ,verzoeker tot cassatie,advocaat: mr. G.E.M. Later,
tegen
De Officier van Justitie in het arrondissement Rotterdam,verweerder in cassatie,niet verschenen.
Partijen worden hierna verkort aangeduid als betrokkene respectievelijk officier van justitie.
1. Inleiding en samenvatting
1.1
In deze Wvggz-zaak over een verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel heeft de advocaat van betrokkene ter zitting een beroep gedaan op wilsbekwaam verzet van betrokkene tegen de verplichte zorg. De rechtbank is gelet op de spoedeisendheid en de korte beslistermijn van art. 7:8 Wvggz aan het verweer voorbij gegaan zonder dat uit de medische verklaring volgt of betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is en een onafhankelijke arts of klinisch psycholoog zich daarover heeft uitgelaten. In cassatie wordt geklaagd dat dit oordeel onjuist en onbegrijpelijk is.
2. Feiten en procesverloop
2.1
Op 17 juni 2023 heeft de burgemeester van de gemeente Sliedrecht op grond van art. 7:1 Wvggz een crisismaatregel genomen ten aanzien van betrokkene. Met de uitvoering van de maatregel is Stichting Yulius belast. In zijn beschikking verwijst de burgemeester naar een op dezelfde dag uitgebrachte medische verklaring van de onafhankelijk [psychiater] . De burgemeester vermeldt, in overeenstemming met rubriek 4.d van de medische verklaring, als vormen van zorg die noodzakelijk zijn om de crisissituatie af te wenden:- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;- beperken van bewegingsvrijheid;- insluiten;- uitoefenen van toezicht op betrokkene;- onderzoek aan kleding of lichaam;- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;- opnemen in een accommodatie.
2.2
Bij verzoekschrift, bij de rechtbank Rotterdam ingekomen op 19 juni 2023, heeft de officier van justitie aan de rechtbank verzocht een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene te verlenen voor de vormen van zorg zoals die ook al in de crisismaatregel worden genoemd.
2.3
Op 22 juni 2023 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. De rechtbank heeft gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, de verpleegkundig specialist, de verpleegkundige, de ambulant behandelaar en de ouders van betrokkene.
2.4
De advocaat van betrokkene heeft verzocht het verzoek af te wijzen, omdat er sprake is van wilsbekwaam verzet tegen de voorgestelde verplichte zorg.
2.5
Bij mondelinge uitspraak van 22 juni 20231.heeft de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 13 juli 2023. De rechtbank gaat voorbij aan het beroep van de advocaat op wilsbekwaam verzet en overweegt het volgende:
“2.7. De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek, omdat er sprake is van wilsbekwaam verzet tegen de voorgestelde verplichte zorg, nu niet uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene wilsonbekwaam is. Gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 4 februari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:123) dient de rechter de wilsbekwaamheid te beoordelen in het geval dat een betrokkene tijdens de procedure tot het verlenen van een zorgmachtiging een voldoende toegelicht bezwaar maakt tegen de voorgestelde verplichte zorg én zich geen situaties als bedoeld in art. 2:1 lid 6, aanhef en onder b, Wvggz voordoen. De rechtbank vindt dat sprake is van een voldoende toegelicht bezwaar tegen de verzochte vormen van verplichte zorg. Niet is komen vast te staan dat er sprake is van acuut levensgevaar voor betrokkene, een aanzienlijk risico op ernstig nadeel voor een ander, of dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de medische verklaring blijkt niet of betrokkene al dan niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake verplichte zorg. De rechtbank gaat echter, gelet op de spoedeisendheid van de zaak, voorbij aan het verweer. De rechtbank dient op grond van artikel 7:8 lid 3 Wvggz binnen drie dagen op het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel te beslissen. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om binnen de beslistermijn de zaak aan te houden om de wilsbekwaamheid van betrokkene te laten beoordelen door een onafhankelijke psychiater. In afwijking van de wettelijke bepalingen die gelden voor een zorgmachtiging, bepaalt de Wvggz niet dat de beslistermijn van drie dagen bij een verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel wordt verlengd als de rechter een deskundigenonderzoek gelast. Hiervoor is al overwogen dat en waarom betrokkene met spoed verplichte zorg nodig heeft. Die omstandigheid en het feit dat de rechtbank op grond van de in de medische verklaring beschreven symptomen en gedragingen van betrokkene en de informatie verkregen tijdens de mondelinge behandeling tot de conclusie komt dat het in elk geval aannemelijk is dat betrokkene niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van die toe te wijzen (vormen van) verplichte zorg, maken dat de rechtbank het advies van de landelijke expertgroep verplichte zorg volgt om in een geval als dit een uitzondering te maken en inhoudelijk te beslissen op het verzoek zonder te beschikken over een aanvullende medische verklaring met betrekking tot de wilsbekwaamheid.”
2.6
Namens betrokkene is – tijdig – beroep in cassatie ingesteld. In cassatie is geen verweerschrift ingediend.
3. Bespreking van het cassatiemiddel
3.1
Het cassatiemiddel is gericht tegen rov. 2.7 en klaagt dat de rechtbank ten onrechte aannemelijk heeft geacht dat betrokkene niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen, althans is het oordeel van de rechtbank onbegrijpelijk. Volgens het middel is de rechtbank niet de instantie die moet beoordelen of iemand in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de rechtbank zonder een oordeel van een deskundige er van uitgaat dat aannemelijk is dat betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat wordt geacht. Het feit dat de rechtbank binnen drie dagen moet beslissen op een verzoek tot voortzegging van de crisismaatregel doet daaraan niet af, aldus het middel. Volgens het middel is er geen reden om de rechtbank zelf maar te laten beoordelen of verzoeker tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is.
3.2
Art. 2:1 lid 6 Wvggz bepaalt dat de wensen en voorkeuren van de betrokkene ten aanzien van de verplichte zorg worden gehonoreerd, tenzij:- a. de betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is, of- b. acuut levensgevaar voor de betrokkene dreigt dan wel er een aanzienlijk risico voor een ander is op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
3.3
In de beschikking van 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:123 oordeelde de Hoge Raad in rov. 3.1.3 dat art. 2:1 lid 6 Wvggz ook van toepassing is in de fase van de afgifte van een crisismaatregel of van een zorgmachtiging. De honorering van wilsbekwaam verzet geldt voor zowel de voorbereiding, de afgifte, de uitvoering als de beëindiging van de crisismaatregel of de zorgmachtiging, dus gedurende de gehele procedure. De Hoge Raad vervolgde in rov. 3.1.5 dat:
“(…) indien de betrokkene tijdens de procedure tot het verlenen van een zorgmachtiging een voldoende toegelicht bezwaar maakt tegen de voorgestelde verplichte zorg en de situaties als bedoeld in art. 2:1 lid 6, aanhef en onder b, Wvggz zich niet voordoen, de rechter dient te beoordelen of de betrokkene wilsbekwaam is. Hiertoe dient, indien daarover in de medische verklaring niet is gerapporteerd, een verklaring te worden gevraagd van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog waaruit blijkt of de betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is. Zo nodig dient de procedure daartoe te worden aangehouden. In het geval dat uit de medische verklaring of uit de hiervoor bedoelde verklaring van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog blijkt dat de betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is, dient diens bezwaar tegen de verplichte zorg te worden gehonoreerd.”2.
3.4
In de onderhavige zaak heeft de rechtbank geoordeeld dat betrokkene een voldoende toegelicht bezwaar heeft gemaakt tegen de voorgestelde verplichte zorg en is niet komen vast te staan dat zich een situatie als bedoeld in art. 2:1 lid 6, aanhef en onder b, Wvggz zich voordoet.
3.5
De rechtbank heeft geoordeeld dat op grond van de in de medische verklaring beschreven symptomen en gedragingen van betrokkene en de informatie verkregen tijdens de mondelinge behandeling tot de conclusie kon worden gekomen dat het in elk geval aannemelijk is dat betrokkene niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. De rechter heeft dit ter zitting als volgt gemotiveerd:
“Genoeg informatie. Ga beslissen. Juridisch verweer gevoerd dat in zekere zin hou[d]t snijdt. Gelet op informatie die ik gekregen heb kan ik niet vaststellen dat er een groot risico voor andere mensen bestaat. Is nodig als de onafhankelijk psychiater niets heeft gezegd over wilsbekwaamheid. Is eigenlijk een belemmering voor mij om de machtiging nu al te verlenen. Wat ik in de meeste zaken kan doen is de zaak aanhouden en de onafhankelijk psychiater vragen om op dat punt informatie te geven. Kan niet in deze zaak. Spoedprocedure. Voortzetting crisismaatregel moet ik binnen drie dagen op beslissen. Dit is de laatste dag. Geen tijd meer. Landelijk is er overleg gevoerd over deze situatie. Advies, en daar hou ik me aan, is dat als zaak zo spoedeisend is dat ik dan voorbij kan gaan aan het wilsbekwaam verzet in die zin dat ik niet ga aanhouden en psychiater ga vragen om nadere beoordeling. Gelet daarop en op aanwijzingen, gezien beeld in medische verklaring en op zitting, dat u wilsonbekwaam bent. Kan zijn dat Hoge Raad dat anders vindt. Ik verwerp het verweer en ga dat op papier zetten. Spoedeisende zaak. Goed luisteren naar wat iedereen heeft gezegd, naar wat u heeft gezegd, en hoe, zit ongelofelijke ‘lading’ in uw houding.”3.
3.6
Hieruit volgt dat de rechter de verwerping van het beroep op wilsbekwaam verzet baseert op het beeld in de medische verklaring en hetgeen ter zitting gezegd is en hoe en wat betrokkene heeft gezegd. Volgens de rechter zit er een ‘ongelofelijke lading’ in de houding van betrokkene. Het enkele feit dat betrokkene continu in conflict is met zijn omgeving wil volgens mij echter nog niet zeggen dat betrokkene wilsonbekwaam is. Ook uit de medische verklaring is niet duidelijk af te leiden dat betrokkene niet tot een redelijke waardering in staat is.
3.7
De rechtbank wordt hier geconfronteerd met een dilemma. Het gaat hier om een machtiging voortzetting crisismaatregel waarop volgens art. 7:8 lid 3 Wvggz binnen drie dagen na ontvangst van het verzoekschrift moet worden beslist. In dit geval moest reeds op de dag van de mondelinge behandeling beslist worden. Ter zitting wordt een beroep gedaan op wilsbekwaam verzet. De medische verklaring houdt niets in over de wilsbekwaamheid. In lijn met de uitspraak van 4 februari 2022 had de rechtbank in dat geval een verklaring van een onafhankelijke arts of klinisch psycholoog moeten vragen, waaruit blijkt of de betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat is. Als het een verzoek tot verlening van een zorgmachtiging zou zijn geweest dan had op grond van art. 6:2 lid 4 jo. 6:1 lid 5 Wvggz de beslistermijn van de rechter met drie weken kunnen worden verlengd. Die verlengingsmogelijkheid biedt de Wvggz echter niet in het geval van een verzoek om voortzetting van een crisismaatregel. Analoge toepassing van art. 6:2 lid 4 Wvggz lijkt mij niet mogelijk ook al lijkt er sprake van een leemte in de wet. Koelewijn en Van de Velde bepleiten in hun annotatie bij de bestreden beschikking dat de wetgever het mogelijk maakt ook bij een voortzetting crisismaatregel de beslistermijn kort (maximaal drie dagen) te verlengen indien een deskundige moet worden ingeschakeld.4.
3.8
De rechtbank beoordeelt in deze crisissituatie nu zelf de wilsbekwaamheid van betrokkene. Dat is in tegenspraak met de uitspraak van de Hoge Raad van 4 februari 2022. De rechter is immers niet deskundig op dit gebied en dient een verklaring van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog te vragen waaruit blijkt of de betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is. Ook al is de beslistermijn bij een verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel kort en aanhouding van de beslissing om die reden niet mogelijk, er zijn wel mogelijkheden voor de rechtbank om zich nader te laten voorlichten over de wilsbekwaamheid van betrokkene. De rechter had bijvoorbeeld ter zitting telefonisch contact op kunnen nemen met de psychiater die enkele dagen voor de zitting de medische verklaring heeft afgegeven. Door echter zonder een verklaring van een onafhankelijke arts of klinisch psycholoog te beslissen dat aannemelijk is dat betrokkene wilsonbekwaam is, is het oordeel onjuist dan wel onbegrijpelijk. Het middel slaagt dan ook.Deze zaak illustreert eens te meer hoe belangrijk het is dat in de medische verklaring aandacht wordt besteed aan de wilsbekwaamheid van betrokkene.
4. Conclusie
De conclusie strekt tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 22 juni 2023 en tot terugwijzing.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 27‑10‑2023
ECLI:NL:RBROT:2023:5909. De beschikking is op 5 juli 2023 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
De voetnoten zijn weggelaten.
Zie proces-verbaal rechtbank p. 13/14.
S. Koelewijn en M. van de Velde, annotatie bij rechtbank Rotterdam 22 juni 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:5909, JGr 2023/52.
Beroepschrift 21‑09‑2023
Procesinleiding in verzoekschriftzaak met betrekking tot de Wvggz
Geeft eerbiedig te kennen
[betrokkene], wonende te [woonplaats], te dezer zake in Den Haag woonplaats kiezende aan de Riouwstraat 131, ten kantore van de advocate bij de hoge raad der Nederlanden mr. G.E.M. Later, die door verzoeker als zodanig wordt aangewezen om voor hem in dit rechtsgeding op te treden en voor verzoeker deze procesinleiding ondertekent en indient;
- 1.
Bij beschikking van 22 juni 2023 onder zaaknummer C/10/660540/FA RK 23-4443 heeft de rechtbank Rotterdam het verzoek ex art. 7:7 Wvggz toegewezen. Die beschikking met het verzoek van de officier van justitie van 19 juni 2023 met de beschikking van de burgemeester van de gemeente Sliedrecht van 17 juni 2023 tot de crisismaatregel met de medische verklaring van de psychiater drs. [psychiater] van 17 juni 2023, het episodejournaal van 17 juni 2023, het historisch overzicht van 19 juni 2023, bericht van het openbaar ministerie met betrekking tot strafvorderlijke justitiële gegevens, het informatierapport Wvggz van 19 juni 2023 met bijlagenoverzicht, het proces-verbaal van de behandeling op 22 juni 2023, het verzoek per e-mail aan de rechtbank om het advies van de landelijke expertgroep verplichte zorg en de reactie van de rechtbank met betrekking tot dit advies legt verzoeker hierbij over.
- 2.
Verweerder is de officier van justitie in de rechtbank Rotterdam gevestigd het Wilhelminaplein 100–125 (3072 AK);
- 3.
Verzoeker kan zich met de onderhavige beschikking van 22 juni 2023 niet verenigen en stelt daarvan bij deze — derhalve tijdig — beroep in kassatie in onder aanvoering van het navolgende:
Middel van kassatie
Schending van het recht althans verzuim van vormen waarvan niet inachtneming nietigheid medebrengt, aangezien de rechtbank Rotterdam, ten aanzien van het verzoek ex art. 7:7 Wvggz van de officier van justitie van 22 juni 2023 staat omschreven en heeft beslist zoals in de beschikking van 22 juni 2023 staat vermeld, welke overwegingen en beslissingen als hier herhaald en overgenomen dienen te worden beschouwd, zulks ten onrechte om de navolgende redenen.
I.
Naar uit de bestreden beschikking van 22 juni 2023 blijkt heeft de rechtbank sub 2.7. het volgende overwogen:
‘….2.7.
De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek, omdat er sprake is van wilsbekwaam verzet tegen de voorgestelde verplichte zorg, nu niet uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene wilsonbekwaam is. Gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 4 februari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:123) dient de rechter de wilsbekwaamheid te beoordelen in het geval dat een betrokkene tijdens de procedure tot het verlenen van een zorgmachtiging een voldoende toegelicht bezwaar maakt tegen de voorgestelde verplichte zorg én zich geen situaties als bedoeld in art. 2:1 lid 6, aanhef en onder b, Wvggz voordoen. De rechtbank vindt dat sprake is van een voldoende toegelicht bezwaar ten de verzocht vormen van verplichte zorg. Niet is komen vast te staan dat er sprake is van acuut levensgevaar voor betrokkene, een aanzienlijk risico op ernstig nadeel voor een ander, of dat de algemene veiligheid van personen goederen in gevaar is.
Uit de medische verklaring blijkt niet of betrokkene al dan niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake verplichte zorg. De rechtbank gaat echter, gelet op de spoedeisendheid van de zaak, voorbij aan het verweer. De rechtbank dient op grond van artikel 7:8 lid 3 Wvggz binnen drie dagen op het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel te beslissen. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om binnen de beslistermijn de zaak aan te houden om de wilsbekwaamheid van betrokkene te laten beoordelen door een onafhankelijke psychiater. In afwijking van de wettelijke bepalingen die gelden voor een zorgmachtiging, bepaalt de Wvggz niet dat de beslistermijn van drie dagen bij een verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verlengd, als de rechter een deskundigenonderzoek gelast. Hiervoor is al overwogen dat een waarom betrokkene met spoed verplichte zorg nodig heeft. Die omstandigheid en het feit dat de rechtbank op grond van de in de medische verklaring beschreven symptomen en gedragingen van betrokkene en de informatie verkregen tijdens de mondelinge behandeling tot de conclusie komt dat het in elk geval aannemelijk is dat betrokkene niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van die toe te wijzen (vormen van) verplichte zorg, maken dat de rechtbank het advies van de landelijke expertgroep verlichte zorg volgt om in een geval als dit een uitzondering te maken en inhoudelijk te beslissen op het verzoek zonder te beschikken over een aanvullende medische verklaring met betrekking tot de wilsbekwaamheid….’.
Waardoor de rechtbank ten onrechte aannemelijk acht dat verzoeker niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen althans is de overweging van de rechtbank onbegrijpelijk althans onvoldoende gemotiveerd.
Toelichting
1.1.
Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt dat er een beroep gedaan is op wilsbekwaam verzet en de beschikking van uw hoge raad van 4 februari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:123). Uit artikel 2:1 lid 6 Wvggz blijkt dat de wensen en voorkeuren van de betrokkene ten aanzien van verplichte zorg worden gehonoreerd tenzij
- a.
De betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is of
- b.
Acuut levensgevaar voor de betrokkene dreigt dan wel dat er een aanzienlijk risico voor een ander is op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstig verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Zulk wilsbekwaam verzet moet worden gerespecteerd indien de psychische stoornis van de patiënt alleen een aanmerkelijke kans op schade voor de betrokkene zelf veroorzaakt.
Zoals de rechtbank sub 2.7 heeft overwogen vindt de rechtbank dat niet is komen vast te staan dat er sprake is van acuut levensgevaar voor betrokkene, een aanzienlijk risico op ernstig nadeel voor een ander of dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. De rechtbank vindt dat sprake is van een voldoende toegelicht bezwaar tegen de verzochte vormen van verplichte zorg.
Uit de medische verklaring blijkt niet of verzoeker al dan niet in staat is tot de redelijke waardering van zijn belangen ter zake verplichte zorg en dus wordt er uitgegaan van wilsbekwaam verzet voor alle vormen van verplichte zorg, aldus de wetsgeschiedenis. Er moet evenveel waarde worden gehecht aan eigen mening en instemming van een wilsbekwaam persoon met een psychische stoornis als die zelf van een wilsbekwaam persoon zonder psychische stoornis. Vaststaat dat er geen oordeel is van een deskundige met betrekking tot de wilsbekwaamheid. De rechtbank is niet de instantie die moet beoordelen of iemand niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen. Het is dus onbegrijpelijk dat de rechtbank zonder een oordeel van een deskundige, een psychiater met betrekking tot wilsbekwaamheid er maar van uitgaat dat aannemelijk is dat verzoeker niet tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat wordt geacht.
Het gegeven dat de rechtbank binnen drie dagen moet beslissen op een verzoek voortzetting crisismaatregel doet daar niet aan af.
1.2.
De rechtbank beroept zich op het advies van de landelijke expertgroep verplichte zorg. Naar aanleiding van het verzoek van 2 augustus 2023 om het advies van de landelijke expertgroep verplichte zorg te kunnen krijgen werd op 17 augustus 2023 als volgt gereageerd:
‘….Geachte mr. Later,
Het advies van de landelijke expertgroep verplichte zorg waarnaar wordt verwezen in de bovengemelde zaak is mondeling gecommuniceerd binnen de gerechten en staat niet op schrift. Het is dus niet mogelijk u een kopie van het advies te verstrekken.
Met vriendelijke groet….’.
Wat de juridische achtergrond is van dat advies is dus niet duidelijk. Zoals uw hoge raad heeft overwogen in de bovengenoemde beschikking ,dat de rechtbank indien er een voldoende toegelicht bezwaar is gemaakt tegen de voorgestelde verplichte zorg en een situatie zoals bedoeld in artikel 2:1 lid 6, aanhef en onder b Wvggz zich niet voordoet, moet beoordelen of de betrokkene wilsbekwaam is. Indien daarover in de medische verklaring niet is gerapporteerd dient een verklaring te worden gevraagd van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog waaruit blijkt of de betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is. Zo nodig dient de procedure daartoe te worden aangehouden. Het gegeven dat binnen drie dagen moet worden beslist volgens de wet, betekent niet dat de rechtbank niet een verklaring kan vragen van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog met betrekking tot de vraag of verzoeker tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat is. Zoals uw hoge raad al heeft overwogen sub 3.1.5. in voormelde beschikking dient de procedure indien nodig daartoe te worden aangehouden. Naar de mening van verzoeker is er geen reden om de rechtbank zelf maar te laten beoordelen of verzoeker tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is.
In deze zaak klemt een en ander te meer nu bij de vorige crisismaatregel de voortzetting is afgewezen. De situatie toen is anders dan thans. Zoals verzoeker uitdrukkelijk heeft aangegeven wil hij vrijwillig de medicatie nemen. In het verleden heeft hij langdurig medicatie gebruikt maar met die medicatie werd hij houterig en kon hij niet goed bewegen. Hij houdt van af en toe een spelletje doen maar ook dat ging niet. Vandaar dat hij die medicatie heeft afgebouwd. Dat was in september 2022 blijkens het proces-verbaal van de zitting pagina 5. Uit het proces-verbaal blijkt op pagina 8 dat verzoeker heeft gezegd:
‘…. Heb medicatie netjes ingenomen. Meerdere keren zelf om medicatie gevraagd. Weet niet waar het vandaag komt dat ik niet medicatie wilde innemen. Op momenten dat het te veel werd heb ik zo nodig ingenomen. Heb ik ook depot geweigerd? …’.
De reactie van de ambulant behandelaar was:
‘….Niet zover ik weet. Is wel altijd punt van discussie geweest, maar geweigerd heb je het nooit…’.
De rechter zei:
‘….U zegt, liefst stoppen….’.
De reactie van verzoeker was:
‘….Dat ging om de oude medicatie omdat ik daar een graftak van werd. Van deze merk ik niet veel van stijfheid enzo. En weet niet hoe het heet maar doet het prima. Dus waarschijnlijk nog niet helemaal in werking. Toen al vrij snel last van krampachtige spieren. Nu niet. dat is de dealbreaker voor mij. Als ik mezelf maar kan zijn. Maar was mezelf niet bij dat depot. Was een kasplantje….’.
Als de rechter dan vraagt:
‘….Medicatie nu gaat u mee akkoord? ….’
Antwoordt verzoeker:
‘….Is misschien nog wel iets beters zelf, maar hoef niet verder te experimenteren. Weiger medicatie niet. Netjes mond laten zien. Niet geprobeerd uit te spugen…’.
Vervolgens wordt door de rechtbank aan de ambulant behandelaar gevraagd:
‘….U zegt, nooit geweigerd. Meneer [de ambulant behandelaar], u kent elkaar goed, hij zegt, nieuwe medicatie heb ik wel vertrouwen in. Hoe kijkt u daarnaar, hoe schat u dat in? ….’.
Reactie:
‘….Ik denk dat hij dat wel goed bedoelt. Maar dat hij ook precies goed weet wat wij graag willen horen in dit verband. Als we in vrijwillig kader zitten denk ik niet dat hij nog lang medicatie gaat nemen, zeker als hij een bijwerking gaat ervaren….’.
Verzoeker komt met het voorstel om los alleen een zorgmachtiging over depot te doen.
Kennelijk gaat er een procedure voor een zorgmachtiging gestart worden en verzoeker heeft duidelijk aangegeven dat hij bereid is de medicatie te gebruiken zoals ook de rechter aanhaalt in het proces-verbaal op pagina 9 en de verpleegkundig specialist zegt dan vervolgens:
‘….Ik sta er dubbel in. Hij kan sociaal wenselijk nu ja zeggen en dan verwacht ik dat hij straks weer in discussie gaat en het dan niet doet…’.
Zoals de advocaat terecht op pagina 11 meldt moet een onafhankelijk psychiater bepalen of er wel of geen wilsbekwaamheid is. Dat is niet gebeurd en dus moet er uitgegaan worden van wilsbekwaamheid en dus ook verzet tegen opname. Verzoeker wil immers vrijwillig meewerken voor zover dat ziet op medicatie en ambulante behandeling (pagina 12). Ten onrechte heeft de rechtbank zelf een oordeel gegeven over de wilsbekwaamheid, niet voorgelicht door een deskundige, zonder aan te houden en een deskundige te raadplegen. Dat betekent dat de beschikking voor vernietiging in aanmerking komt. Wilsbekwaam verzet moet worden gehonoreerd. Er doen zich geen situaties voor als bedoeld in artikel 2:1 lid 6 aanhef en onder b Wvggz.
Dat verzoeker meent dat op grond van de bovenstaande middel tot vernietiging van de bestreden beschikking moet leiden;
Dat verzoeker procedeert onder toevoeging 3MA4897 van 6 juli 2023, van welk toevoegingsbewijs hij kopie zal overleggen;
Weshalve
Het de hoge raad der Nederlanden moge behagen te vernietigen de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 22 juni 2023 met zodanige beschikking als uw hoge raad in goede justitie zal vermenen te behoren, kosten rechtens.
Den Haag, 21 september 2023
mr. G.E.M. Later
advocaat