Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VI.B.6:VI.B.6. Het gedachtegoed van Rombach als 'omstandigheid'
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VI.B.6
VI.B.6. Het gedachtegoed van Rombach als 'omstandigheid'
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS402654:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
J. ROMBACH, De kameleonistische 'boedelberedderaar', redder uit de notariele boedelaf-wikkelingsnood? WPNR (1978) 5458.
Destijds 'ASSER-MEIJERS-VAN DER PLOEG'.
ASSER-VAN DER PLOEG-PERRICK, Erfrecht, Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 1996, p. 483 en p. 498 e.v.
Zij het vijftien pagina's verder.
Zie ASSER-VAN DER PLOEG-PERRICK, Erfrecht, Deventer: W.E.J.Tjeenk Willink 1996,noot 38, 77 en 78.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Al met al wordt het invullen van het begrip 'boedelberedderaar' er niet eenvoudiger op na het bestuderen van de recente rechtsleer. Over de onderhavige problematiek heeft echter in het verleden ook Rombach zich nog al 'druk' gemaakt.1 Raadpleging van zijn gedachtegoed ligt dan ook voor de hand. Het betreft zijn artikel met de sprekende titel: 'De kameleonistische boedelberedderaar, redder uit de notariele boedelafwikkelingsnood.' Rom-bach gaat hierin uitgebreid in op het begrip 'boedelberedderaar'en richt zich daarbij met name tegen de wijze van invulling van de bevoegdheden van de boedelberedderaar door Van der Ploeg als bewerker van het 'Asserdeel Erfrecht.’2
Rombach wijst op de uitersten. In het Pitlo-deel erfrecht vond men destijds (in 1977) geen enkele opmerking over het begrip boedelberedderaar, terwijl de bewerkingen van Asser-Meijers steeds verder opschoven en in het begrip boedelberedderaar zelfs (in 1977) de vrije verkoopbevoegdheid werd opgesloten geacht, zonder dat er een basis voor in de wet of rechtspraak was. Met Rombach ben ik dan ook van mening dat het gebruik van het begrip boedelberedderaar een allesbehalve vast omlijnd begrip is dat slechts onzekerheden oproept. Indien men de term in een uiterste wil zou willen gebruiken, zal men de bevoegdheden van deze mystieke figuur nader moeten uitwerken. Ik laat hierbij nog in het midden of het uberhaupt mogelijk was om de bevoegdheden van de executeur uit te breiden. In Asser-Van der Ploeg-Perrick3 lees ik dat 'de executeur in de oudere handboeken geheel naar Frans model' werd gekarakteriseerd, iets waartoe naar hun mening 'de wet volstrekt niet dwong en wat te meer verwondering wekt, omdat de executeur in de praktijk geheel gebleven is, hetgeen hij onder het vroege recht was, dat wil zeggen een boedelredder in de volste zin des woords', waarbij uiteinde-lijk4 geoordeeld werd dat de bevoegdheid tot verkoop voor de betaling van boedelschulden stilzwijgend besloten ligt in de term boedelberedderaar. Het venijn zat hem dan ook in de staart, in de 'stilzwijgende' toevoeging van deze laatste bevoegdheid. In de oorspronkelijke visie van Meijers (4e druk) moest de verkoopbevoegdheid uitdrukkelijk in de uiterste wil opgenomen zijn. Tegen de door de bewerker Van der Ploeg aangebrachte (en daarna in standgelaten gelaten) toevoegingen richtten zich de bezwaren van Rombach.
Het zal overigens niemandverbazen dat we in de laatste druk onder het oude erfrecht wat het fenomeen boedelberedderaar betreft op verschillende plaatsen kunnen lezen: anders Rombach (...).5
De opmerkingen van Rombach spelen voor mij een belangrijke rol ter bepaling van de gedachten over de onderhavige kwestie, nu niet alleen in de literatuur maar - naar mijn ervaring - ook in de praktijk niet erg zorgvuldig met het begrip 'boedelberedderaar'omgesprongen is. Om een compleet beeld te krijgen zal ik in de volgende paragraaf onder meer ook kort stilstaan bij de visie van de tuchtrechter over het begrip boedelberedderaar.