Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/8.3.5:8.3.5 Gewerbesteuer en deelnemingsvrijstelling
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/8.3.5
8.3.5 Gewerbesteuer en deelnemingsvrijstelling
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS395941:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Blümich/Gosch, GewStG § 9 Rn. 288.
UntStReformG 2008 v. 14. 8. 07 (BGBl I 07, 1912), In de periode 1964 - 1984 bedroeg het bezitsvereiste 25% en in de periode 1984-2008 10%, Blümich/Gosch GewStG § 9 Rn. 160.
Blümich/Gosch, GewStG § 9 Rn. 297.
Voor een nadere uiteenzetting zie ook C. Jochimsen/ J. Zinowsky: DBA-Schachtelprivileg und Gewerbesteuer im Organschaftsfall, DStR 2015, blz. 1999.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook de Gewerbesteuer kent een deelnemingsvrijstelling die van toepassing kan zijn op voordelen verkregen uit een binnenlandse onderneming die onderhevig zijn aan de Gewerbesteuer (§8 Nr. 5 jo. §9 Nr. 2a GewStG). Niet geheel verrassend is ook in de Gewerbesteuer de achterliggende gedachte van de deelnemingsvrijstelling het voorkomen van dubbele belasting, in casu het voorkomen van dubbele heffing van Gewerbesteuer over hetzelfde object.1 De voorwaarden en fiscale gevolgen van de deelnemingsvrijstelling wijken af van die in de Körperschaftsteuer. Als voorwaarde voor toepassing van de deelnemingsvrijstelling geldt een bezitsvereiste. Vanaf 2008 is deze bij de Gewerbesteuer gesteld op 15% van het aandelenkapitaal en aan dat bezitsvereiste moet aan het begin van het boekjaar zijn voldaan.2 Onder voordelen uit de onderneming worden voor de Gewerbesteuer dividenden en liquidatie-uitkeringen verstaan; vermogenswinsten zijn op grond van §8b Abs. 2 KStG ook voor de Gewerbesteuer vrijgesteld. Ten aanzien van de toepassing van de deelnemingsvrijstelling bij buitenlandse deelnemingen worden in §9, Nr. 7 GewStG andere eisen gesteld. Ten aanzien van buitenlandse deelnemingen wordt de eis gesteld dat het moet gaan om actieve, voldoende belaste vennootschappen in de zin van §8 AStG. De extra eisen ten aanzien van buitenlandse deelnemingen leiden mogelijk tot een inbreuk op het EU-recht.3 Dividenden zijn ook vrijgesteld indien op grond van een belastingverdrag een vrijstelling voor dividenden is overeengekomen (§9 Nr. 8 GewStG). Interessant is hier, dat dan buitenlandse deelnemingen in principe bevoordeeld zijn, als het belastingverdrag voorziet in een bezitsvereiste van minder dan 15%.4