Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/1.6:1.6 Relevantie
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/1.6
1.6 Relevantie
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633453:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Kooten 2017.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rechtspraktijk worstelt met de fiscale behandeling van rsli’s. Niet alleen justitiabelen (instellingen, oprichters, aanhangers en donateurs), maar ook de fiscus, de rechter en de belastingwetgever zijn zoekende als het gaat om de fiscale behandeling van rsli’s. Dit fiscaal-juridische promotieonderzoek begeeft zich op het snijvlak van mensenrechten, kerkrecht, civiel recht, fiscaal recht en de rechtsvergelijking tussen deze rechtsgebieden. Juist door die brede juridische blik streeft het onderzoek ernaar bij te dragen aan de wetenschap en handvatten te bieden voor de rechtspraktijk.
Dit onderzoek bouwt voort op bestaande onderzoeken naar anbi’s en rsli’s. Er bestaat veel literatuur over de fiscale behandeling van anbi’s. Met name Van Vijfeijken, Hemels, De Wijkerslooth-Lhoëst en Van Bakel hebben veel hierover gepubliceerd. Er is ook veel literatuur voorhanden over de civielrechtelijke rechtspositie, mensenrechtelijke en grondrechtelijke status van rsli’s. Zo richt de dissertatie van Van Kooten1 zich op de rechtspositie van het kerkgenootschap. Van zijn werk maak ik veelvuldig gebruik voor het onderzoek van de rechtsvorm kerkgenootschap. Rsli’s en overige anbi’s maken daarnaast gebruik van twee andere rechtsvormen, de vereniging en de stichting, waaraan vooral Van der Ploeg veel publicaties heeft gewijd. Een vergelijking van de drie door rsli’s en andere anbi’s gehanteerde rechtsvormen vormt een belangrijk deel van dit onderzoek. De kern van dit onderzoek betreft een vergelijking van de fiscale rechtspositie van rsli’s met die van anbi’s en die van rsli’s onderling. Waar het zwaartepunt in de dissertatie van Van Kooten de mensenrechtelijke, constitutionele en civielrechtelijke aspecten betreft van religieuze instellingen die de rechtsvorm kerkgenootschap hanteren, ligt dat in dit onderzoek in de fiscaalrechtelijke sfeer, waarbij het ook levensbeschouwelijke en spirituele instellingen bestrijkt in vergelijking tot andere anbi’s. Er is maar weinig onderzoek gedaan naar de fiscale behandeling van rsli’s onderling en naar de vergelijking van de fiscale behandeling van rsli’s met die van andere anbi’s, met aandacht voor het algemeen nut van rsli’s en de faciliteiten of specifieke regels voor rsli’s, waarbij een dwarsdoornede wordt gemaakt van alle relevante belastinggebieden. Dit onderzoek vult die leemte, verschaft zo mogelijk een verklaring voor de geconstateerde verschillen in fiscale behandeling en toetst bovendien of er een rechtvaardiging daarvoor bestaat.
Het onderzoek is afgesloten op 1 december 2021.