De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/7.5:7.5 Internationale (concern)verhoudingen
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/7.5
7.5 Internationale (concern)verhoudingen
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS383686:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook in internationale verhoudingen lopen besluitvorming en medezeggenschap sterk uiteen. In internationale concerns wordt veelal gebruik gemaakt van de zogenoemde Nederland-constructie, ook indien de topleiding zich in Nederland bevindt, waardoor de medezeggenschap van werknemers beperkt wordt tot de Nederlandse tak van het concern en waardoor de strategische beslissingen die op het niveau van de topholding worden genomen, buiten de invloed van werknemers vallen. Ten aanzien van rechten op informatie en consultatie wordt deze uitholling van medezeggenschap deels gecompenseerd door de Europese regeling van de eor. Deels, omdat de invloed van de eor niet te vergelijken is met de invloed die de Nederlandse or kan uitoefenen op de besluitvorming in de Nederlandse onderneming. Verder kunnen de hierboven genoemde leerstukken medeondernemerschap en toerekening in internationale concerns een rol spelen.
Hierboven constateerde ik dat bij nationale concerns de vennootschapsrechtelijke medezeggenschap goed aansluit bij de zeggenschapsverhoudingen, maar dit geldt niet voor internationale concerns. Door gebruik van de Nederland-constructie en de daarbij horende vrijstellingen is de vennootschapsrechtelijke medezeggenschap beperkt tot het Nederlandse gedeelte van het concern, maar op dit niveau worden de strategische beslissingen in het algemeen niet genomen. De regeling met betrekking tot de spreekrechten is onduidelijk en behoeft mijns inziens verheldering. Daarbij ligt naar mijn mening een minder vergaande beperking dan bij de structuurregeling voor de hand, nu de spreekrechten veel minder sterk ingrijpen in de fundamentele bevoegdheden van de aandeelhouders(vergadering). De uitholling van informatie- en consultatiebevoegdheden wordt enigszins gecompenseerd door Europese regelgeving, maar dit geldt niet voor de vennootschapsrechtelijke medezeggenschap. Alleen indien de ondernemer ervoor kiest de onderneming te drijven in een Europese rechtspersoon of kiest voor een Europese herstructurering gelden de Europese richtlijnen en verordeningen op het gebied van vennootschapsrechtelijke medezeggenschap. De regelingen beogen echter expliciet geen Europese vennootschapsrechtelijke medezeggenschap te creëren, maar zorgen ervoor dat de (nationale) medezeggenschapsbevoegdheden van werknemers niet verdwijnen door het oprichten van een Europese rechtspersoon of het aangaan van een Europese herstructurering. Een doelstelling die overigens slechts gedeeltelijk wordt gehaald, blijkt uit hoofdstuk 5. Ondanks dat een groot aantal lidstaten een vorm van vennootschapsrechtelijke medezeggenschap kent, lijkt mij een richtlijn met minimumvoorschriften op het gebied van vennootschapsrechtelijke medezeggenschap (politiek) niet haalbaar, mede gezien de omstandigheid dat deze vorm van medezeggenschap zeer nauw verbonden is met de nationale vennootschapsrechtelijke structuren. Bovendien is vennootschapsrechtelijke medezeggenschap in een aantal landen zeer controversieel en blijkt uit de richtlijnen inzake Europese rechtspersonen en Europese herstructureringen dat die medezeggenschap zeer problematisch is. Wel is denkbaar dat vennootschapsrechtelijke medezeggenschap een onderdeel gaat worden van het onderhandelingsproces met de bog in het kader van de oprichting van een eor. In een concern met topholding in Nederland zou het bijvoorbeeld wenselijk zijn dat de vennootschapsrechtelijke wordt uitgeoefend door de eor in plaats van de cor. Dan wordt meteen tegemoetgekomen aan de bezwaren van legitimiteit die in dat geval kunnen worden opgeworpen. De eor vertegenwoordigt immers niet alleen het Nederlandse personeel, maar alle werknemers in de verschillende lidstaten.
De achtergrond van de beperkte rol van werknemers op de besluitvorming in internationale concerns is het territorialiteits- en legitimiteitsbeginsel. Nederlandse medezeggenschapswetgeving is beperkt tot het Nederlandse grondgebied en de Nederlandse werknemers vertegenwoordigen niet dat deel van het personeel van het internationale concern dat in het buitenland werkzaam is. Binnen de Europese Unie komt daarbij dat ondernemers vrijheid van vestiging genieten. Medezeggenschap, althans vennootschapsrechtelijke medezeggenschap, staat op gespannen voet met deze fundamentele vrijheid, nu sterke vormen van medezeggenschap een belemmering kunnen vormen om de onderneming in een bepaalde lidstaat te vestigen. In paragraaf 5.9 heb ik geconcludeerd dat niet uitgesloten is dat het Hof van Justitie zal oordelen dat het opleggen van Nederlandse medezeggenschap aan buitenlandse rechtspersonen of het verbinden van voorwaarden aan een outbound grensoverschrijdende omzetting of zetelverplaatsing, een buitenproportionele inbreuk vormt op de vrijheid van vestiging. Hierdoor ontstaat een – mijns inziens onredelijk – verschil tussen vormen van grensoverschrijdende mobiliteit die wel geharmoniseerd zijn, zoals de grensoverschrijdende fusies en de oprichting van een Europese rechtspersoon, en grensoverschrijdende herstructureringen die rechtstreeks op basis van de vrijheid van vestiging geschieden. Door de grensoverschrijdende herstructureringen te harmoniseren en daaraan een medezeggenschapsregeling te koppelen, kan een balans worden gevonden tussen de fundamentele vrijheden enerzijds en het recht op medezeggenschap anderzijds. Hierbij ligt mijns inziens terecht de nadruk op het behoud van medezeggenschap en het voorkomen van misbruik.