De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/3.1.2.7:3.1.2.7 Empirisch onderzoek
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/3.1.2.7
3.1.2.7 Empirisch onderzoek
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS374589:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 2009 verschijnt het Rapport Cools/Kroeze. Dit rapport bevat een empirisch gefundeerd inzicht over het functioneren van de OK en de Hoge Raad in enquêteprocedures. Daarvoor zijn alle beschikkingen van de OK en de Hoge Raad in enquêteprocedures in de periode 1971-2007 geanalyseerd. Het rapport beoogt een objectieve bijdrage te leveren aan de herbezinning over het functioneren van het enquêterecht. 1
Uit het rapport blijkt dat de kapitaalverschaffers in 94% van de onderzochte enquêteverzoeken een beroep doen op de omstandigheid dat zij 10% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen en in 6% van die procedures op de omstandigheid dat de nominale waarde van hun aandelen en certificaten ten minste € 225.000 vertegenwoordigen. Deze percentages stemmen overeen met de verhouding tussen enquêteverzoeken bij niet-beursvennootschappen (94%) en beursvennootschappen (6%). De 10%-drempel is vrijwel altijd de grondslag in enquêteprocedures bij niet-beursvennootschappen. De drempel € 225.000 nominaal wordt in nagenoeg alle gevallen gebruikt voor enquêteprocedures bij beursvennootschappen.2
Voornoemde uitkomsten zijn van belang bij de herziening van het enquêterecht in 2013. Bij beursvennootschappen is in de regel sprake van een verspreid aandelenbezit waardoor 10%-belangen niet veel voorkomen. Het is dus niet vreemd dat de drempel € 225.000 nominaal vaak werd gebruikt bij beursvennootschappen. Wanneer deze drempel geschrapt wordt – zoals door de SER is voorgesteld – dan zou het aantal enquêteprocedures bij beursvennootschappen volgens Cools/Kroeze slechts nog in uitzonderlijke gevallen voorkomen. Aan dit gevolg wordt ten dele tegemoetgekomen als de 10%-drempel – zoals ook door de SER voorgesteld – naar 1% wordt verlaagd. Niettemin is de verwachting van Cools/Kroeze dat ook in dat geval enquêteprocedures bij beursvennootschappen minder snel zullen voorkomen.3