PJ 2024/31
Art. 15 van richtlijn 2016/2341/EU (IBPV/IORP) laat toe een uit prudentieel oogpunt gerechtvaardigd eigen vermogen voor te schrijven ook voor pensioenfondsen die geen biometrisch risico verzekeren.
HR 09-02-2024, ECLI:NL:HR:2024:194
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 februari 2024
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
22/03487
- Conclusie
A-G mr. B.J. Drijber
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS945563:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:194, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑02‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:908, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑10‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑09‑2022
- Wetingang
Essentie
Art. 15 van richtlijn 2016/2341/EU (IBPV/IORP) laat toe een uit prudentieel oogpunt gerechtvaardigd eigen vermogen voor te schrijven ook voor pensioenfondsen die geen biometrisch risico verzekeren.
Samenvatting
Een IBPV – zoals Nederlandse pensioenfondsen – die biometrische risico’s zelf verzekeren dienen op grond van richtlijn 2016/2341/EU permanent bij wijze van buffer activa aan te houden. Een lidstaat kan echter verdergaande regels vaststellen voor het eigen vermogen indien die vanuit prudentieel oogpunt gerechtvaardigd zijn. De Hoge Raad verwerpt het betoog dat dit laatste slecht toegestaan zou zijn wanneer een pensioenfonds zelf een dekking tegen biometrische risico’s verzekert, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.