NJB 2026/72:Recht op horen van getuigen Post-Keskin in oplichtings- en witwaszaak, art. 6 EVRM: in casu is de afwijzing door het hof van het verzoek tot het horen van twee getuigen, waaraan door de verdediging onder meer ten grondslag is gelegd dat de eerder afgelegde verklaringen van die getuigen een belastende strekking hebben, niet zonder meer begrijpelijk. Daartoe is van belang dat het hof de bewezenverklaring heeft aangenomen mede op grond van de door de verdachte betwiste verklaringen van deze getuigen zonder dat de verdediging deze getuigen heeft kunnen ondervragen, terwijl het hof niet ervan blijk heeft gegeven te hebben nagegaan of de procedure in haar geheel voldoet aan het recht op een eerlijke proces in art. 6 EVRM. Situatie dat een verzoek tot het horen van een getuige niet op een latere terechtzitting is herhaald: de Hoge Raad zet uiteen wanneer het verzoek moet worden herhaald (gewijzigde samenstelling van het hof), wanneer daarover in het geval dit ten onrechte niet is gebeurd toch in cassatie kan worden geklaagd en waarvan het afhankelijk is of er belang bij zodanige klacht in cassatie bestaat.