Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/3.5.2.1
3.5.2.1 Materiële en formele procespartij / Procesvertegenwoordiger
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS587096:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.a. Van Rossem/Cleveringa 1972, art. 5, aant. 5; Star Busmann/Rutten 1972, nr. 133; Asser 1996, p. 260 e.v.; Winters 1997, p. 78; Hugenholtz/Heemskerk 2009, nr. 26; Stein/Rueb 2009, par. 4.1.1 (ten aanzien van natuurlijke personen); Snijders, Klaassen & Meijer 2007, nr. 67; Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein & Wesseling-van Gent 2009, nr. 59; Snijders & Wendels 2009, nr. 100-101; Asser 1999, p. 489-490; A-G Asser in zijn conclusie (sub 2.12 e.v.) voor HR 20 oktober 1995, NJ 1996, 218 (FNV/Weltec); A-G Wesseling-Van Gent in haar conclusies (sub 2.2 respectievelijk 2.5) voor HR 6 december 2002, NJ 2004, 162, m.nt. HJS en HR 15 december 2006, RvdW 2007, 10.
Zie Hugenholtz/Heemskerk 2009, nr. 26.
Zie o.a. Star Busmann/Rutten 1972, nr. 133; Asser 1999, par. 2 (p. 490-492). Zie bijvoorbeeld: 'M., weduwe van R., te Leiderdorp, zowel optredende voor zichzelf als in haar hoedanigheid van moeder-voogdes over haar drie minderjarige kinderen' (Hof 's-Gravenhage 29 januari 1976, NJ 1976, 430). Vgl. HR 7 maart 2003, NJ 2005, 102.
In die zin bijvoorbeeld F.E. Vermeulen 2005, p. 166.
De naam van de materiële procespartij wordt in dergelijke gevallen veelal in de tenaamstelling van de processtukken vermeld (bijvoorbeeld, 'X in zijn hoedanigheid als gevolmachtigde van Y'). Zie nader hieronder.
Zie o.a. HR 24 april1992, NJ 1992, 461 (Carreau Gaschereau/Sunresorts); M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1283-1284; Van Rossem/Cleveringa 1972, art. 5, aant. 5; Star Busmann/Rutten 1972, nr. 133; Snijders, Klaassen & Meijer 2007, nr. 67; Winters 1997, p. 78; A-G Asser in zijn conclusie (sub 2.13) voor HR 20 oktober 1995, NJ 1996,218 (FNV/Weltec). Zie hierna nr. 180 e.v.
In zaken voor de kantonrechter is procesvertegenwoordiging niet verplicht. In alle overige zaken kunnen partijen slechts bij advocaat procederen (art. 79 Rv). In zaken waarin partijen in persoon kunnen procederen, kunnen zij zich laten bijstaan of zich door een gemachtigde laten vertegenwoordigen (art. 80 lid 1 Rv). Onder dergelijke gemachtigden vallen blijkens art. 80 lid 3 Rv advocaten en deurwaarders.
Zie Asser 1999, par. 1.5 en vgl. par. 5.7; Snijders, Klaassen & Meijer 2007, nr. 67; Hugenholtz/Heemskerk 2009, nr. 22. Voor de gevallen waarin een derde procesbevoegd is ten aanzien van andermans vordering heeft Asser het begrip 'partijvertegenwoordiging' geïntroduceerd. Zie Asser 1999, par. 1.3 en par. 1.5-1.6. Vgl. (instemmend) F.E. Vermeulen 2005, p. 166, nt. 2; en A-G Wesseling-Van Gent in haar conclusie (noot 25) vóór HR 26 november 2004, NJ 2005, 41 (Haantjes/Damstra). De partijvertegenwoordiger is de formele procespartij. De partijvertegenwoordigde is de materiële procespartij. Uit de toepassingen en uit de door Asser gegeven voorbeelden volgt dat hij met het begrip partijvertegenwoordiger alleen de formele procespartij aanduidt die ook buiten rechte als onmiddellijk vertegenwoordiger optreedt, niet (ook) de formele procespartij die buiten rechte in eigen naam de vordering int. (Zie o.a. Asser 1999, par. 1.5 (definitie van het begrip), par. 2.1 (ouders en voogden, curatoren, bewindvoerders, mentoren en zaakwaarnemers) en par. 4 (gevolmachtigden). Vgl. voorts zijn opvatting over de lasthebber in eigen naam, Asser 1999, par. 5.6. Vgl. F.E. Vermeulen 2005, p. 166, nt. 2; en A-G Wesseling-Van Gent in haar conclusie (noot 25) vóór HR 26 november 2004, NJ 2005, 41 (Haantjes/Damstra). De faillissementscurator wordt door Asser niet besproken, zie Asser 1999, par. 2.1. De pandhouder, vruchtgebruiker en beslaglegger worden niet genoemd.) Het begrip 'partijvertegenwoordiger' heeft daardoor een beperktere betekenis dan het begrip formele procespartij. Voor de bespreking van de stille cessie en andere rechtsfiguren waarbij een derde in eigen naam andermans vordering int, is het begrip partijvertegenwoordiger niet geschikt. Het begrip impliceert m.i. ook ten onrechte dat de formele procespartij in rechte als onmiddellijke vertegenwoordiger zou optreden en verdient om die reden evenmin de voorkeur.
117. In het normale geval is sprake van één procespartij die aan de procedure deelneemt (en één wederpartij). Hij procedeert normaliter ten aanzien van zijn eigen rechten en verplichtingen (voor zichzelf of 'pro se'). Bestaat een verschil tussen de procesbevoegde persoon die procedeert en de persoon wiens materiële procesbelang het betreft, dan wordt het onderscheid gemaakt tussen de 'formele procespartij' en de 'materiële procespartij'.1
De materiële procespartij is degene wiens rechten en verplichtingen voorwerp zijn van de rechtsstrijd. Hij is bijvoorbeeld de eigenaar van de zaak in een onteigeningsprocedure, de partij bij een overeenkomst of de schuldeiser of de schuldenaar van de vordering. De formele procespartij is de persoon die in de tenaamstelling van de processtukken als procespartij wordt genoemd en in wiens naam de proceshandelingen worden verricht. Hij is de persoon die bevoegd is om de proceshandelingen te verrichten en procesbeslissingen te nemen.
118. De formele procespartij verricht de proceshandelingen in eigen naam.2 De formele procespartij treedt niet op als de onmiddellijke vertegenwoordiger van de materiële procespartij, ook niet als hij dit buiten rechte normaal wel doet. Het verrichten van rechtshandelingen in rechte (de proceshandelingen) loopt derhalve niet in de pas met het verrichten van rechtshandelingen buiten rechte. Terwijl de onmiddellijk vertegenwoordiger buiten rechte in naam van de rechthebbende handelt, verricht hij in rechte in eigen naam de proceshandelingen.3 De formele procespartij procedeert dus niet 'in naam van' of 'namens' de materiële procespartij.4 De formele procespartij kan wel 'ten behoeve van' of 'in opdracht van 'de materiële procespartij procederen en daarbij de naam van de materiële procespartij noemen. De formele procespartij maakt dan kenbaar dat hij ten aanzien van andermans rechten en/of verplichtingen procedeert, dat hij in hoedanigheid ('qualitate qua', of 'q.q.') procedeert.5 Dat dient evenwel te worden onderscheiden van onmiddellijke vertegenwoordiging.
Hoewel de formele procespartij niet in naam van de materiële procespartij handelt, bewerkstelligt hij voor hem wel rechtsgevolgen. De materiële procespartij is bijvoorbeeld aan de uitkomst van de procedure gebonden. Ook ontleent de materiële procespartij aan de uitspraak van de rechter een executoriale titel en kan de uitspraak tegen hem ten uitvoer worden gelegd.6
119. De (formele) procespartij wordt (veelal) vertegenwoordigd door een procesvertegenwoordiger zoals een advocaat, deurwaarder of (andere) gemachtigde.7 Hier is wel sprake van onmiddellijke vertegenwoordiging. De procesvertegenwoordiger wordt niet aangemerkt als procespartij; hij handelt in naam van de procespartij. De proceshandelingen die hij verricht, worden toegerekend aan de (formele) procespartij. Procesrechtelijk gezien valt hij er tussenuit.8
Het is de vraag of bij de stille cessie ook een onderscheid kan worden gemaakt tussen de formele procespartij en de materiële procespartij, en zo ja, wie de formele procespartij en de materiële procespartij zijn.