Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/14.4.1:14.4.1 Inbreng in het APV
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/14.4.1
14.4.1 Inbreng in het APV
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232952:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 17a SW ziet op de inbreng van vermogen in een APV. Hierin is bepaald dat de afzondering van vermogen geen verkrijging is in de zin van de Successiewet. De inbreng van vermogen in het APV kan dus zonder de heffing van schenk- of erfbelasting plaatsvinden, hetgeen een logisch complement is van de toerekening van dit vermogen aan de inbrenger voor inkomstenbelastingdoeleinden.
Er wordt in artikel 17a SW geen onderscheid gemaakt tussen inbreng tijdens leven en inbreng bij overlijden, maar slechts verwezen naar de definitie van afzonderen die is neergelegd in artikel 2.14a Wet IB 2001. Ook artikel 2.14a lid 3 Wet IB 2001, waarin het begrip “afzondering” gedefinieerd is, maakt geen onderscheid tussen inbreng tijdens leven en inbreng bij overlijden en uit artikel 2.14a lid 1 Wet IB 2001 volgt zelfs expliciet dat afzondering bij overlijden ook mogelijk is. Een inbreng bij overlijden, bij voorbeeld in de vorm van een legaat aan het APV, valt dus ook onder artikel 17a SW. Beide vormen van inbreng kunnen derhalve zonder heffing van schenkbelasting geschieden.
Het ontbreken van heffing op het inbrengmoment is ook logisch vanuit de gedachte dat de “reguliere” situatie van bezit en vererving van vermogen zoveel mogelijk wordt gesimuleerd. Indien wordt ingebracht bij overlijden lijkt echter toch een heffingslek te kunnen ontstaan, doordat situaties mogelijk zijn waarin ter zake van deze inbreng noch op grond van artikel 17a SW, noch op grond van artikel 16 SW, heffing plaatsvindt in verband met het overlijden van de erflater, zie nader paragraaf 14.4.3.2.