Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/16.2.2:16.2.2 Inhoud van de term ‘erf’ volgens recente literatuur
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/16.2.2
16.2.2 Inhoud van de term ‘erf’ volgens recente literatuur
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS482403:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens Smalbraak,1 sprekend over art. 672 BW (oud), moet onder ‘erf’ worden verstaan elke onroerende zaak.2 In geval van een bebouwd erf kan daarmee bedoeld zijn het erf in zijn geheel, het bebouwde gedeelte maar ook het gebouw zonder de grond.
Sprekend over erven in relatie tot erfdienstbaarheden verwijst Smalbraak vervolgens naar hetgeen door hem ten aanzien daarvan bij art. 672 BW (oud) werd opgemerkt.3 In verband met erfdienstbaarheden merkt Asser/Beekhuis4 opdat onder ‘erf’ niet alleen dient te worden verstaan een gedeelte van de grond,
‘want in geval van een recht van opstal kan een erfdienstbaarheid ook gevestigd worden ten voordele of ten laste van de opstal.’
In verband met het burenrecht omschrijft Asser/Beekhuis5 een ‘erf’ als iedere lichamelijke onroerende zaak. Daaronder zijn dan te verstaan:
onbebouwde eigendommen;
bebouwde percelen in het geheel;
alleen het bebouwde gedeelte van een perceel zonder de grond.
In het laatste geval is echter alleen sprake van een erf wanneer de bebouwing als zelfstandige zaak kan worden aangemerkt.