Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/4.2.2
4.2.2 Stromingen in de literatuur
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS594941:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bij Nagareda 2002, p. 752-3 zijn de verschillende stromingen het meest helder uiteengezet. Ook Rosenberg 2002, p. 838 noot 20 verwijst summier daarnaar.
Over deze concentratie in 4.4, 4.5.2-3 meer. Belangrijke vertegenwoordigers van de procedurele stroming zijn Coffee 2000, Coffee 1995 en Issacharoff 1997, Issacharoff 1999: Nagareda 2002, p. 753.
Belangrijke exponenten hiervan zijn Rosenberg 2002 en Priest 1997: Nagareda 2002, p. 752-3.
Dat wordt geillustreerd door de discussie naar aanleiding van de verplichtstelling van de opt out-mogelijkheid, welke discussie aan bod komt in 4.5.4 en 4.7.3, maar ook in 4.6.
Nagareda 2002, p. 753.
De duidelijkste exponent daarvan is Nagareda 2002, p. 754-5.
Voor een goed begrip van de meeste Amerikaanse studies en artikelen over class action, evenals van de verbetervoorstellen die daarin worden gedaan, is het nuttig om kennis te nemen van verschillende stromingen, waarvan in de literatuur inmiddels sprake is.1 De heersende stroming is de 'procedurele'. De schrijvers die daartoe gerekend worden proberen een normatieve grond, een rechtvaardiging te vinden voor de concentratie van processuele rechten en bevoegdheden van afwezige class leden bij een beperkt aantal partijen: de class vertegenwoordiger(s) en de class advocaat.2
De tegenhanger hiervan is de 'instrumentele' stroming. De auteurs die daartoe gerekend worden evalueren de (on)mogelijkheden van het class action instrument niet aan de hand van de vraag in hoeverre het erin slaagt om een adequate compensatie te bieden voor de inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht van partijen, maar aan de hand van de vraag in hoeverre het instrument bijdraagt aan de realisatie van de doelstellingen van het aansprakelijkheidsrecht. In het bijzonder optimale preventie van risicovol gedrag door producenten,3 maar ook de compensatiedoelstelling wordt als een rechtvaardiging aangevoerd.
Het onderscheid tussen deze twee stromingen staat niet gelijk aan het onderscheid tussen 'klassiek' en `rechtseconomisch georiënteerd'4 en er zijn zowel binnen de procedurele, als binnen de instrumentele stroming 'klassieke' en `rechtseconomisch georiënteerde' auteurs te vinden. De auteurs binnen een bepaalde stroming zijn het overigens niet met elkaar eens over hoe het antwoord op de door hen onderzochte normatieve vraag zou moeten luiden. Het enige wat de auteurs binnen een stroming verenigt, is dat ze dezelfde beoordelingsmaatstaf voor hun evaluatie van class action hanteren.5
Een derde, recente, stroming probeert te bemiddelen tussen de procedurele en de instrumentele.6