Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/5.10.1
5.10.1 Inleiding
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291387:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
MvT, Kamerstukken II 1994/95, 24 172, nr. 3, p. 22.
Voor de betekenis van de begrippen in de WBR wordt in beginsel aangesloten bij de civielrechtelijke betekenis van deze begrippen (zie bijv. HR 1 oktober 1981, nr. 20.066, BNB 1981/15, m.nt. Schuttevaer) .
Een uitzondering hierop vormt de belaste oplevering van een onroerend goed door degene die het goed heeft vervaardigd (zie paragraaf 4.2.5.4). In die situatie is civielrechtelijk geen sprake van de verkrijging van de economische of juridische eigendom. Om belastingbesparende constructies tegen te gaan is niettemin bepaald dat ook de verkrijging van een zaak door natrekking een belastbaar feit is voor de overdrachtsbelasting indien - kort gezegd - de vergoeding voor deze belaste levering vermeerderd met de verschuldigde btw lager is dan de waarde in het economische verkeer, die ten minste de actuele kostprijs inclusief btw bedraagt, en de verkrijger de btw niet of niet nagenoeg geheel (lees: voor ten minste 90%) in aftrek kan brengen.
Art. 9 lid 1 WBR. Bij de verkrijging van een beperkt recht wordt de waarde vermeerderd met die van de gekapitaliseerde waarde van de canon, retributie of huur met dien verstande dat de som van beide waarden is gemaximeerd op de waarde van de onderliggende onroerende zaak (art. 11 leden 1 en 3 WBR jo. art. 2 en de bijlage bij het Uitv.besl. BR). Bij de verkrijging van de (blote) eigendom van een onroerende zaak dat bezwaard is met een beperkt zakelijk recht wordt de waarde in beginsel verminderd met de gekapitaliseerde waarde van de canon, retributie of huur (art. 11 leden 2, 4 en 5 WBR).
Art. 14 lid 2 WBR. Is de verkrijger een ‘starter’, dan geldt voor deze verkrijging sinds 1 januari 2021 (onder voorwaarden) een vrijstelling (art. 15 lid 1, onderdeel p WBR).
Art. 15 lid 1, onderdeel a WBR.
Voor een uitvoeriger behandeling van deze vrijstelling verwijs ik naar J.Th. Sanders, Le droit de rêver (diss.), Den Haag: Sdu Uitgevers 2011.
In Nederland wordt net als in veel andere lidstaten een overdrachtsbelasting geheven. Op grond van de WBR wordt overdrachtsbelasting geheven ter zake van de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken of van (beperkte zakelijke) rechten waaraan deze zijn onderworpen.1 Niet alleen de verkrijging van de juridische eigendom, maar ook de verkrijging van de economische eigendom is belastbaar.2 De wetgever heeft hiermee willen voorkomen dat overdrachtsbelasting kon worden ontgaan door slechts de economische eigendom over te dragen.3 Het begrip ‘onroerende zaak’ is op civielrechtelijke leest geschoeid.4 In paragraaf 4.2.2.2 is reeds aan bod gekomen dat het civielrechtelijke begrip ‘onroerende zaak’ ruimer is dan het uniebegrip ‘onroerend goed’. In het kader van dit hoofdstuk is dit verschil wat minder van belang. Bij de belaste of vrijgestelde levering van een gebouw en het bijbehorend terrein is in beginsel sprake van een belastbare verkrijging van de (juridische of economische eigendom van) een onroerende zaak voor de overdrachtsbelasting.5 Een verschil tussen de btw en overdrachtsbelasting dat wel van belang is, betreft de maatstaf van heffing. In de btw wordt uitgegaan van de subjectieve vergoeding als maatstaf van heffing (zie paragraaf 4.5). De overdrachtsbelasting kent echter als uitgangspunt dat belasting wordt geheven over de waarde in het economische verkeer, maar hierbij geldt dat deze waarde ten minste gelijk is aan de tegenprestatie.6 Het toepasselijke tarief van de overdrachtsbelasting is in beginsel 8%.7 Voor de verkrijging van – kort gezegd – een woning door een natuurlijk persoon geldt een verlaagd tarief van 2% als de verkrijger de woning na de verkrijging anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken en dit voorafgaand aan de verkrijging duidelijk, stellig en zonder voorbehoudt in een schriftelijke verklaring heeft verklaard.8 Voor de verkrijging krachtens een belaste levering van een nieuw gebouw geldt de zogenoemde ‘samenloopvrijstelling’.9 In paragraaf 5.10.2 wordt op deze vrijstelling nader ingegaan waarna in paragraaf 5.10.3 de balans wordt opgemaakt.10