De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/6.2.1.3:6.2.1.3 Waarom was de behandeling soms twijfelachtig?
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/6.2.1.3
6.2.1.3 Waarom was de behandeling soms twijfelachtig?
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS371474:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Twee partijen hebben geen toelichting gegeven op hun antwoord.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Veertien partijen (5.8%) en negen advocaten (3.4%) vonden de aanvaardbaarheid van de manier waarop de rechter hen behandelde twijfelachtig. In drie zittingen twijfelde zowel de partij als zijn eigen advocaat hierover. In de eerste zitting gaf de partij aan, dat de rechter vanaf het begin van de zitting liet merken dat hij de zaak in zijn nadeel zou uitleggen. Zijn advocaat vertelde dat de rechter zijn juridische stellingen onduidelijk vond terwijl die volgens de advocaat wel duidelijk waren en dat hij van de rechter ook geen mogelijkheid kreeg om ze verder toe te lichten. De partij van de tweede zitting had gehoopt dat de rechter inhoudelijk meer zou ingaan op de onderliggende stukken, maar die kwamen volgens hem helemaal niet aan de orde. Zijn advocaat had er weliswaar begrip voor dat de rechter een aantal vragen niet kon beantwoorden omdat er een expert aan te pas moest komen, maar sommige vragen had de rechter volgens hem wel kunnen beantwoorden. Hierdoor zou de kans op een schikking groter zijn geweest. Bij de derde zitting merkten de partij en zijn advocaat op, dat de rechter geïrriteerd leek. De partij vertelde: `ik kreeg het gevoel dat de rechter dacht dat het onwil van partijen was waardoor we er aanvankelijk niet uitkwamen bij het beproeven van een schikking. Dit zorgde voor een onprettige sfeer’. Zijn advocaat verklaarde: ‘de rechter werd kriegelig aan het eind van de zitting. Vanaf dat moment gaf hij het gevoel dat hij alles maar gezeur vond en dat het hem allemaal te lang duurde. Het leek alsof de rechter onder tijdsdruk stond’.
In één zitting gaven eiser, gedaagde en de advocaat van eiser aan, dat zij de aanvaardbaarheid van de manier waarop de rechter hen behandelde twijfelachtig vonden. In deze zitting gaf de rechter na ongeveer een half uur een voorlopig oordeel en schorste de zitting, zodat partijen op de gang konden onderhandelen. Toen partijen terugkwamen in de rechtszaal, vertelden zij de rechter dat zij eruit waren. De rechter vroeg de eiser te beloven dat deze bij dit schikkingsresultaat zou blijven. De eiser deed dat en vervolgens vertelde de rechter dat hij tijdens de schorsing het wetboek er nog eens op nageslagen had en zijn eerdere voorlopig oordeel moest herzien. Dit herziene voorlopig oordeel was in het voordeel van eiser, maar de zaak werd desalniettemin geschikt voor het eerder overeengekomen bedrag. Afgezien van het feit dat de eiser deze schikking als een dwangschikking kwalificeerde, zei deze het volgende over de aanvaardbaarheid van zijn behandeling door de rechter: ‘de rechter had mijn advocaat meer de kans moeten geven om aan het woord te komen’. Zijn advocaat verklaarde het volgende over deze zitting: `de rechter pakte de schikkingsonderhandelingen niet goed aan door mijn cliënt eerst te laten beloven te willen schikken voor het overeengekomen bedrag om daarna opeens de juridische positie van mijn cliënt enorm te versterken. Een goede onderhandelingspositie was daardoor onmogelijk. Hij gaf zijn foute voorlopig oordeel wel ruiterlijk toe en liet iedereen goed zijn verhaal doen’. De gedaagde merkte op: ‘hoewel ik voldoende gehoord ben door de rechter vond ik de voorbereiding van de rechter niet voldoende. Voor de schorsing gaf de rechter een ander oordeel dan na de schorsing, omdat de rechter daarvoor niet goed in de wet had gekeken. Dit vind ik voor een rechter erg nalatig’. De advocaat van gedaagde vond de manier waarop de rechter hem behandelde weliswaar aanvaardbaar (`eens’ ingevuld), maar zei in zijn toelichting hierop het volgende: ‘de rechter was respectvol naar alle partijen toe. De rechter heeft het beginsel van hoor en wederhoor erg goed toegepast. De deskundigheid van de rechter vond ik echter matig. Na de schorsing gaf de rechter namelijk een ander oordeel dan voor de schorsing. De rechter had niet goed in zijn wetboek gekeken’.
De antwoorden van de overige partijen en advocaten, die de aanvaardbaarheid van de manier waarop de rechter hen behandelde twijfelachtig vonden, staan weergegeven in box 21.1 De lijn die uit de meeste van deze antwoorden naar voren komt is dat de procesdeelnemers het niet prettig vinden als ze het gevoel hebben dat de rechter voor hen denkt en ze niet de kans krijgen zelf hun visie te vertellen.
Opvallend is het antwoord van advocaat 1 in deze box omdat de andere advocaat in die zaak juist heel positief was over deze rechter (`eens’ geantwoord). Deze zei namelijk het volgende: ‘de rechter was duidelijk in zijn opzet: hij gaf eerst een eigen samenvatting van de zaak. Dit vond ik positief omdat dit aangaf dat hij al wist wat er speelde en de stukken bestudeerd had. Vervolgens gaf hij mijn cliënt het woord en toen beide advocaten. De rechter vond het, net als wij, erg vervelend dat de wederpartij er niet was en verwoordde ons gevoel op dit punt heel duidelijk. Ik merkte dat dit ook duidelijk beantwoordde aan het gevoel van mijn cliënt’.
Box 21: De toelichting van zeven partijen en vijf advocaten — van 12 verschillende zittingen waarom zij de manier waarop de rechter hen behandelde twijfelachtig vonden Antwoorden van partijen:
1. ‘De rechter gaf niet genoeg ruimte om mijn verhaal te kunnen doen. De rechter kwam een beetje partijdig over.’
2. ‘De rechter hield te veel vast aan zijn eigen mening en gaf geen ruimte voor argumenten die die mening zouden kunnen wijzigen. De rechter nam niet alle punten door waardoor niet alles naar voren kwam wat naar mijn mening besproken had moeten worden. De rechter was niet objectief genoeg.’
3. ‘De rechter drong te veel aan op een schikking. Ik vind niet dat een rechter mij moet dwingen om te schikken.’
4. ‘De rechter had naar mijn mening niet de juiste jurisprudentie gelezen of bij de hand.’
5. ‘Het had wel wat neutraler gemogen. Bovendien vond ik het niet professioneel dat de rechter duidelijk liet merken dat hij zo teleurgesteld was dat er geen schikking was gekomen. Hij liet te veel zijn emoties doorschemeren en was te veel zelf bij de zaak betrokken geraakt. Ik had bij het begin van de zitting al het gevoel dat de rechter een schikking wilde bewerkstelligen en daarbij uit het oog verloor wat partijen nog te zeggen hadden.’
6. ‘De rechter liet mij mijn antwoord op een vraag niet uitleggen en nam het antwoord hierop van de tegenpartij voor waar aan.’
7. ‘De rechter had al een stelling ingenomen die in mijn nadeel was doordat hij het deskundigenonderzoek in mijn nadeel interpreteerde.’
Antwoorden van advocaten:
1. ‘Ik werd door de rechter gestraft voor de afwezigheid van mijn cliënt. De rechter gedroeg zich ambivalent door regelmatig een discussie af te kappen en vervolgens wel een nieuwe discussie toe te laten. De rechter had geen strakke regie over de zitting en was niet helder wanneer wat verwacht werd van de advocaat. De rechter luisterde ook onterecht naar het zwartmaken van mijn cliënt door de wederpartij. De rechter was vooringenomen.’
2. ‘De rechter ging bepalen wat voor mijn cliënt relevant is. Dit kan de cliënt zelf wel.’
3. ‘De rechter zette mij en mijn cliënt al vrij snel in de hoek terwijl de zaak naar mijn idee niet zo evident was. Op voorhand heeft hij niet het hele geschil behandeld. Nadat we een keer de gang op waren geweest ging hij veel te ver in zijn voorlopig oordeel door concreet aan te geven dat het bedrag dat door de andere partij was geboden echt heel redelijk was. Hij stapte te snel heen over het standpunt van cliënt. Als advocaat kon ik ook niets meer doordat hij al aangaf, geen bewijsopdracht te zullen geven indien er voortgeprocedeerd zou worden.’
4. ‘De rechter leek vooringenomen in het voordeel van de tegenpartij.’
5. ‘De rechter was wat eenzijdig in zijn aanpak. Hij was streng en hard tegen de eiser en niet tegen de gedaagde.’
Samenvattend kan de volgende lijn uit deze resultaten worden gehaald. Een relatief klein aantal partijen en advocaten vindt de manier waarop zij behandeld werd niet aanvaardbaar of twijfelachtig omdat 1) de behandeling niet respectvol was bijvoorbeeld doordat de rechter ongepaste opmerkingen maakte of geïrriteerd was, 2) zij niet voldoende mogelijkheid kregen om zelf hun verhaal te doen of 3) de rechter bevooroordeeld was. De laatste reden blijkt vaak samen te hangen met de manier waarop de rechter een schikking beproeft. Sommige procesdeelnemers zagen de rechter als bevooroordeeld doordat deze volgens hen een schikking te sterk benadrukte of doordat de rechter vanaf het begin van de zitting zijn eigen visie op de zaak gaf en niet leek te luisteren naar de argumenten van partijen tijdens de zitting.
Als alle positieve, twijfelachtige en negatieve antwoorden op de stelling ‘ik vind de manier waarop ik door de rechter behandeld werd aanvaardbaar’ vergeleken worden, komt een aantal aspecten naar voren dat procesdeelnemers belangrijk vinden: een respectvolle behandeling, de mogelijkheid om het eigen verhaal te kunnen vertellen, een rechter die luistert, zich inleeft en betrokkenheid toont (veel belangrijker voor partijen) en de onpartijdigheid van de rechter (iets belangrijker voor advocaten). Deze aspecten komen behoorlijk overeen met interpersoonlijke en procedurele rechtvaardigheid.