De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.2.3.3:6.2.3.3 Parallel met de gewone biedplicht
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.2.3.3
6.2.3.3 Parallel met de gewone biedplicht
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS366321:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In het richtlijnvoorstel uit 1989 ontstond reeds een biedplicht indien een (individuele) persoon voornemens was effecten te verwerven waardoor hij de daarin gestelde bieddrempel zou overschrijden; in latere versies is deze formulering niet teruggekeerd.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het doelcriterium geldt wel bij acting in concert, maar niet bij de “gewone” biedplicht.1 Voor een individuele aandeelhouder ontstaat reeds een biedplicht bij het enkele bereiken van de 30%-grens, ongeacht zijn intenties. Mijns inziens betekent dit niet dat ook bij acting in concert geen doelcriterium zou moeten gelden. In de eerste plaats omdat op zichzelf verklaarbaar is dat de acting in concert-regels een ander, van de gewone biedplicht afwijkend toepassingskader hebben getuige (§ 4.3.2.2). Bovendien kan evengoed worden betoogd dat de parallel met de gewone biedplicht juist wel tot het doelcriterium noopt. Indien een individuele partij 30% van de stemrechten kan uitoefenen wordt impliciet – bij wijze van fictie – aangenomen dat hij de vennootschap kan en wil controleren. Die intentie van de grootaandeelhouder ligt in zekere zin besloten in het formele controlecriterium (het kunnen uitoefenen van 30% of meer van de stemrechten2).