Einde inhoudsopgave
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/5.3.1.1
5.3.1.1 Vervanging van het gehele bestuur
mr. F. Veenstra, datum 28-10-2010
- Datum
28-10-2010
- Auteur
mr. F. Veenstra
- JCDI
JCDI:ADS467959:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In OK 22 december 2000,JOR 2001, 29 (Navemar) wordt minderheidsaandeelhoudster [C] voor de duur van twee jaar tot enig bestuurder benoemd omdat bij de huidige stand van zaken bij Navemar de middelen ontbreken om te voorzien in het salaris en de kosten van een nieuw te benoemen externe bestuurder; OK 17 augustus 2005,ARO 2005, 168 (Schruns).
OK 17 maart 1983,NJ 1984, 462 (BV Handelsvereeniging, m.nt. Maeijer). Deze voorziening is ook door de onderzoeker voorgesteld. De desbetreffende werknemer is in het verleden reeds opgetreden als waarnemend directeur en geniet het vertrouwen van de aandeelhouders.
OK 22 januari 1981, rekestnr. 23/80 OK (Landgoed Huys Sevenaer); OK 24 juni 1982,NJ 1983, 638 (Huisdierencrematorium Stompwijk, m.nt. Maeijer); OK 29 mei 1986,NJ 1988, 98 (De Stefano Delft); OK 16 juli 1987,NJ 1988, 579 (Schoonmaakbedrijf Briljant, m.nt. Maeijer); OK 30 juni 1988, rekestnrs. 30/86 en 31/86 OK (Vervoercentrum Leiden-Transport C. Hogenes); OK 18 mei 2000,JOR 2000, 172 (Llenth Beheer); OK 28 januari 2005,ARO 2005, 18 (Projectontwikkeling Friesland); OK 7 oktober 2008,ARO 2008, 165 (Eco Vakantieparks).
Vergelijk ook OK 15 december 1988, rekestnrs. 31/88 en 32/88 OK, r.o. 4.2 (Assbel): ‘De oorzaken van het wanbeleid zijn niet gelegen in de aard van de zich in de vennootschap voordoende problemen, maar in de tegenstellingen tussen de bij de vennootschap betrokken personen. Voorts is onaannemelijk dat die problemen tot een oplossing zouden kunnen worden gebracht, indien de verschillende bevoegdheden binnen de vennootschap nog langer door de betrokkenen worden uitgeoefend.’
OK 17 maart 1983,NJ 1984, 462, r.o. 5 (BV Handelsvereeniging, m.nt. Maeijer).
OK 3 november 2008,ARO 2008, 175, r.o. 3.6 e.v. (ICTrack).
OK 27 juli 2000,JOR 2000, 195 (Cocon); OK 22 december 2000,JOR 2001, 29 (Navemar); OK 30 december 2002,ARO 2003, 18 (Aesculaap Beheer); OK 30 juni 2003,ARO 2003, 116 (Polyplus Holding); OK 17 augustus 2005,ARO 2005, 168 (Schruns); OK 16 februari 2006,ARO 2006, 47 (Beheermaatschappij Trial); OK 28 augustus 2008,ARO 2008, 138 (Heem Estate).
OK 28 augustus 2008,ARO 2008, 138 (Heem Estate): aan de twee aandeelhouders die tevens het bestuur vormen, zijn winstuitdelingen gedaan en aan de derde niet, hoewel ook deze hier recht op had
OK 22 december 2000,JOR2001, 29 (Navemar).Navemar is in 1985 opgericht door [H] en verzoekster [C], toen nog echtgenoten. Sinds de oprichting houdt [H] 90% van de aandelen en [C] 10%. [H] is bij de oprichting van Navemar tot enig bestuurder benoemd. Sinds augustus 1997 is ook [K], de huidige echtgenote van [H], bestuurder.
De OK ontslaat ook [K], omdat ook zij bij het wanbeleid betrokken is geweest, terwijl van enig protest of afstand nemen van haar kant tegen de kennelijk door [H] geïnstigeerde gang van zaken binnen Navemaronderscheidenlijk van het nemen van maatregelen door [K] om de belangen van Navemar ook maar enigszins veilig te stellen, niet is gebleken.
OK 30 december 2002,ARO 2003, 18 (Aesculaap Beheer). Verzoekster Florica houdt 24% van de aandelen in Aesculaap Beheer. De overige aandelen zijn middellijk in handen van [JWM] (52%) en [DM] (24%), die tevens het bestuur vormen. [F] (eigenaar van Florica) is in 1996 als bestuurder teruggetreden wegens gezondheidsproblemen.
OK 30 juni 2003,ARO 2003, 116 (Polyplus Holding). Ten tijde van de behandeling van het verzoek tot het instellen van een onderzoek – juli 2002 – zijn de verhoudingen in Polyplus Holding als volgt: [S] is enig statutair bestuurder (hoewel hij in feite niet meer als zodanig werkzaam is: sinds april 2002 is [R] feitelijk als bestuurder opgetreden) en houder van 20% van het geplaatst kapitaal. Zijn medebestuurder [N] – eveneens 20%-aandeelhouder – is in april 2002 als zodanig afgetreden. De overige aandelen zijn gelijk verdeeld over drie andere aandeelhouders, onder wie verzoeker [B].
[S] sloot, toen hij vreesde door de AVA als bestuurder te worden ontslagen – waarvoor een gekwalificeerde meerderheid was vereist – buiten medeweten van de andere aandeelhouders met [N] een stemovereenkomst – [S] en [N] hielden op dat moment tezamen 40% van de aandelen – tegen betaling aan [N] van ƒ 100 000, welke betaling door [S] aldus zou geschieden dat hij dit bedrag zou storten in de kas van de vennootschap ter delging van de schuld van [N] aan de vennootschap vanwege de genoemde verduistering.
OK 23 mei 2003,ARO 2003, 87 (Modemagazijnen Wed. J. van den Berg & Zonen). Ten tijde van de behandeling van het enquêteverzoek – oktober 2002 – zijn de verhoudingen als volgt: bestuurders van de vennootschap zijn [H] en haar kleinzoon [A]. Het feitelijk bestuur is goeddeels in handen van [A]. Alle aandelen in de vennootschap worden gehouden door een stichting AK, waarvan [H] en [A] bestuurder zijn. [H] houdt alle certificaten van aandelen. [H] is in oktober 2003 overleden. [J], verzoekster tot het treffen van voorzieningen, is haar enig erfgename.
137. De Ondernemingskamer plaatst in 20 beschikkingen de beide bestuurders respectievelijk de enige bestuurder buiten spel door hen (hem) veelal zonder behoud van salaris te schorsen dan wel te ontslaan en benoemt tijdelijk een buitenstaander, een minderheidsaandeelhouder1of een werknemer2 als zodanig, in de meeste gevallen voor een periode van ten minste een jaar.
138. De zaken waarin beide bestuurders tevens 50% van de aandelen houden (negen in getal)3, bevatten veelal slechts een kernachtige motivering: aanleiding voor de (tijdelijke) vervanging van beide bestuurders vormt de omstandigheid dat tussen hen onoverbrugbare tegenstellingen op persoonlijk dan wel zakelijk vlak bestaan waardoor de besluitvorming in de vennootschap is geblokkeerd. Het ingrijpen in het bestuur heeft tot doel de blokkade in de besluitvorming in het bestuur te doorbreken.4
De procedures inzake BV Handelsvereeniging en ICTrack vormen in twee opzichten een uitzondering. Hoewel de aandelen in beide vennootschappen gelijk zijn verdeeld over twee aandeelhouders, vormt slechts een van hen het bestuur. Ook de gronden voor het ontslag wijken af. De bestuurder van BV Handelsvereeniging wordt ontslagen omdat hij over een periode van drie jaar stelselmatig gelden heeft onttrokken aan de vennootschap, waardoor ernstige liquiditeitstekorten zijn ontstaan. Het aanblijven van deze bestuurder is, zo oordeelt de Ondernemingskamer, niet in het belang van de vennootschap, te minder nu deze tekorten een ernstige bedreiging vormen voor haar voortbestaan en dat van de door haar gedreven onderneming en de verhoudingen tussen hem enerzijds en zijn medeaandeelhouder en de negen werknemers anderzijds ernstig en blijvend zijn verstoord.5 De bestuurder van ICTrack heeft, kort gezegd, een hoogst onzakelijk beleid gevoerd, onder andere door geen deugdelijke administratie te voeren.6 De Ondernemingskamer benoemt zowel de andere 50%-aandeelhouder als een buitenstaander tot bestuurder.
139. Sleutelwoorden in de zaken waarin de aandelen niet gelijk zijn verdeeld (eveneens negen in getal)7 , zijn belangenverstrengeling, benadeling van de ven-nootschap en schending van de belangen van minderheidsaandeelhouders.8 Zo wordt in de beschikking inzake Navemar9 [H] als bestuurder ontslagen omdat het bestuur van Navemar leningen heeft verstrekt aan een aan [H] gelieerde vennootschap (Multimare), waarop geen rente is betaald en niet is afgelost. Desondanks heeft Navemar volhard in het (verder) verstrekken van leningen aan Multimare, waarvan bekend moet zijn geweest dat zij in een slechte f inanciële toestand verkeerde, zonder zekerheden en voldoende deugdelijke schriftelijke vastlegging. Het uiteindelijke gevolg van een en ander is dat van het aanzienlijke vermogen van Navemar niets meer over is.10 In de beschikking inzake Aesculaap Beheer11 worden de gebroeders [M] als bestuurder geschorst omdat het bestuur de door Beheer in twee dochtermaatschappijen gehouden aandelen tegen een te lage prijs heeft verkocht aan aan de beide bestuurders gelieerde vennootschappen, ten gevolge waarvan Beheer aanzienlijk is benadeeld. Bovendien berust deze verkoop niet op een – ingevolge de statuten vereist – geldig besluit van de AVA van Beheer en is verzoekster destijds door bestuurders niet dan wel onvoldoende geïnformeerd omtrent de te sluiten overeenkomst en de wederpartijen daarbij, terwijl zij verzoekster niet van het bestaan van een waarderingsrapport op de hoogte hebben gesteld. [S] wordt door de Ondernemingskamer ontslagen als bestuurder van Polyplus Holding.12 Reden hiervoor is onder meer dat hij op de hoogte was van de verduistering door [N] – destijds medebestuurder – van gelden van de vennootschap (door haar berekend op iets meer dan ƒ 196 000) en dat hij heeft na-gelaten de (overige) aandeelhouders hiervan in kennis te stellen. In plaats daarvan heeft [S] deze verduistering verdoezeld en ten eigen behoeve benut.13
In de procedure inzake Polyplus Holding is slechts verzocht om schorsing dan wel ontslag van [S], zonder tevens een ander tot bestuurder te benoemen. De verklaring is wellicht dat de aandeelhouders – onder wie [S] en [N] – in januari 2003 hun aandelen hebben overgedragen aan verzoeker [B], die ten tijde van de behandeling van het verzoek tot het treffen van voorzieningen als bedoeld in art. 2: 356 BW derhalve enig aandeelhouder van Polyplus Holding is. In de procedure inzake Modemagazijnen Wed. J. van den Berg & Zonen14 volstaat de Ondernemingskamer met de benoeming van een buitenstaander tot bestuurder, totdat op de in de statuten van de vennootschap voorziene wijze een of meer bestuurder(s) is (zijn) benoemd. Voor toewijzing van het verzoek tot ontslag van de enige bestuurder van de vennootschap is geen aanleiding, omdat hij reeds ontslag heeft genomen (zowel als bestuurder van de vennootschap als van de stichting AK).